Bot: geen draagvlak voor EU-eisen VVD

Een aantal wensen van de VVD ten aanzien van de Europese grondwet kunnen niet worden verwezenlijkt, omdat geen enkel ander land van de Europese Unie Nederland daarin steunt. Dit heeft minister Bot (Buitenlandse zaken) gisteren verklaard in de Tweede Kamer tijdens een door Van Baalen (VVD) aangevraagd interpellatiedebat.

Bot gaf de VVD'er wat meer hoop ten aanzien van het vraagstuk van de Nederlandse bijdrage aan de euro-financiën. Nederland zal vasthouden aan het nationale vetorecht ten aanzien van de meerjarenbegroting van de Europese Unie, tenzij er een zogenaamde nettobegrenzer komt, aldus Bot. Zo'n `netto-begrenzer' zou de financiële bijdrage van de EU-landen koppelen aan percentages van het nationaal inkomen.

De wens om bij schending van het Stabiliteitspact naar de rechter te kunnen, is volgens Bot niet te verwezenlijken. Nederland staat in die wens alleen. Het kabinet streeft wel naar nadere `verankering' van het Stabiliteitspact in de grondwet, aldus Bot.

Een andere wens van de VVD betreft het vasthouden aan één stemgerechtigde eurocommissaris per land. Op dit gebied tekent zich in het overleg tussen de lidstaten een compromis af, aldus Bot. Daarbij zouden alle landen nog tien jaar hun eurocommissaris houden, waarna er een roulatiesysteem zou ontstaan. Dat zou ,,non-discriminatoir'' zijn, aldus Bot, in die zin dat grote EU-landen niet meer recht hebben op een nationale eurocommissaris dan kleine.

Van Baalen, die had aangedrongen op het ,,spijkerhard'' vasthouden aan alle Nederlandse wensen, diende ten slotte alleen een motie in waarin om fermheid ten aanzien van de problematiek van de eurofinanciën werd aangedrongen.

Bot wees op het feit dat de onderhandelingen over de grondwet in een ,,cruciale slotfase'' terecht zijn gekomen, ,,waarin van iedereen flexibiliteit wordt gevraagd''. De minister bestempelde de motie als ,,overbodig'', maar Van Baalen wilde zijn motie niet intrekken.