Argentijns precedent

De sanering van de buitenlandse schuld van Argentinië houdt een les in voor beleggers in opkomende markten. Het kan lastig voor hun worden alsnog compensatie te verkrijgen voor niet op tijd terugbetaalde kredieten, zelfs als de debiteur zijn binnenlandse financiën weer op orde heeft. In een tweede poging een oplossing te vinden voor de achterstallige aflossing van 100 miljard dollar aan buitenlandse schuld heeft Argentinië beleggers gevraagd genoegen te nemen met een korting van 60 tot 70 procent. Een vertegenwoordiging van de obligatiehouders heeft het bod afgewimpeld, maar zal waarschijnlijk niet veel meer uit het vat kunnen halen. Een korting van slechts 35 procent, die gebruikelijk was bij andere Latijns-Amerikaanse landen die hun schulden niet op tijd konden terugbetalen, is onhaalbaar.

In de onderhandelingen met zijn buitenlandse crediteuren heeft de Argentijnse regering twee grote voordelen. In de eerste plaats hoeft zij voorlopig geen geld meer in het buitenland te lenen. Argentinië heeft een groot handelsoverschot – een erfenis van de devaluatie van de Argentijnse peso – en een stijgende belastingopbrengst. Minister van Financiën Roberto Lavagna, heeft, nadat roekeloos lenen het land in 2002 op de rand van de afgrond had gebracht, geen haast om opnieuw een beroep te doen op de internationale kapitaalmarkten.

In de tweede plaats heeft die flirt met het noodlot de mondiale financiële instellingen voorzichtiger gemaakt. De Amerikaanse regering is er niet op uit te onderzoeken of Argentinië zijn buitenlandse crediteuren hogere compensaties kan bieden zonder de hervonden economische stabiliteit van het land in gevaar te brengen. Het IMF, dat in theorie nog zou kunnen weigeren de looptijd van zijn Argentijnse kredieten te verlengen, zal die extreme optie waarschijnlijk mijden, omdat die zijn eigen solvabiliteit zou bedreigen en een nieuwe mondiale financiële crisis zou kunnen veroorzaken. Als het Argentinië lukt weg te komen met een grote korting, zal dat een precedent betekenen. Regeringen van landen met een opkrabbelende economie zullen betogen dat kleine kortingen op hun achterstallige schulden het risico van binnenlandse economische chaos met zich meebrengen, en dat alleen maar om de buitenlandse crediteuren ter wille te zijn. De onderhandelingsmacht van de crediteuren van ontwikkelingslanden neemt af.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.