`Wij kunnen alles oplossen'

Werkgevers uit vier Europese landen hebben een actieplan opgesteld voor het opkrikken van de economie in de EU.

Zouden Europa's economische problemen binnen enkele jaren zijn opgelost als de werkgevers het voor het zeggen hadden? Jacques Schraven knikt. ,,Ik denk het wel.'' Een blamage als de mislukking van een gemeenschappelijk octrooi was dan nooit gebeurd. ,,Provincialisme'' van Duitsland en enkele zuidelijke lidstaten was volgens Schraven de oorzaak van de mislukking. ,,Ik beschouw dat als contractbreuk van de lidstaten'', zegt de voorzitter van VNO-NCW in een gesprek met deze krant.

Voor hem op tafel ligt `Growth and Prosperity in Europe'. Dit `actieplan van het bedrijfsleven voor 2004 en 2005' bevat de wensen van de Nederlandse, Ierse, Britse en Luxemburgse werkgevers. Deze landen bekleden dit jaar en komend jaar het voorzittersschap van de Europese Unie, en daarom hebben ook de werkgevers de handen ineen geslagen. ,,Een halfjaar voorzitterschap is veel te kort om werkelijk iets te veranderen. Met een gezamenlijk programma hopen we meer invloed te kunnen uitoefenen.''

De Europese Unie heeft een ,,enorm potentieel om de economiën van de oude en nieuwe lidstaten te doen opbloeien'', schrijft Schraven in het voorwoord. Maar dan zal er wel iets moeten veranderen in het economisch beleid, vinden de werkgevers, want voorlopig is stagnatie troef op het Oude Continent. De economische groei in de EU blijft ver achter bij die in de VS en Azië, de hervorming van de arbeidsmarkten verloopt traag, en Europa investeert te weinig in innovatie. De Lissabon-agenda, de ambitie om van Europa in 2010 de meest concurrerende economie ter wereld te maken, is vastgelopen.

Dat komt volgens Schraven voor een belangrijk deel doordat Europese landen te eng naar hun nationale belangen kijken. De mislukking van het Europees octrooi beschouwt hij als exemplarisch. De onderhandelingen liepen stuk op meningsverschillen over de vraag in hoeveel talen het octrooi zou moeten opgesteld. ,,Terwijl de internationale zakentaal Engels is. Zelfs Franse multinationals werken in het Engels.'' De werkgevers willen dat de zaak alsnog zo snel mogelijk wordt opgelost. ,,Want het gevolg van de mislukking is dat er veel minder geoctrooieerd wordt. Het is te duur en het gaat heel traag. Dit kost ons economische groei.''

Voltooiing van de interne markt is volgens de werkgevers de komende jaren prioriteit nummer 1. ,,Daar zit veel te weinig schot in. De liberalisering van voormalige overheidsdiensten verloopt erg traag. De postmarkt is pas in 2009 geliberaliseerd, TPG loopt in het buitenland tegen alle mogelijke beperkingen op. En Frankrijk licht een handje met de liberalisering van de elektriciteitssector.''

Een ander belangrijk punt is dat de EU relatief weinig investeert in onderzoek en ontwikkeling. Gemiddeld nog geen 2 procent van het nationaal inkomen, terwijl de VS en Japan beide rond de drie procent besteden. Schraven erkent dat investeren in de eerste plaats een zaak is van het bedrijfsleven zelf. ,,Maar het komt ook door de regelgeving. De mededingingsregels worden ook toegepast voor kennis die nog in ontwikkeling is. Hierdoor wordt het bedrijven vaak belet om gezamenlijk research te doen. Laat het mededingingsrecht pas gelden zodra producten op de markt verschijnen.''

Om de uitgaven voor onderzoek te verhogen pleit Schraven onder meer voor de afschaffing van alle landbouwsubsidies. ,,Kijk naar de schandalige en onhoudbare suikerregime.'' Bang dat Europese boeren massaal worden weggeconcurreerd, is hij niet. ,,De suikerbiet zal verdwijnen, maar wie treurt daarom? In sommige opzichten zullen we niet langer kunnen concurreren, maar in de zuivel is Nederland sterk.''

Er verandert in Europa dit jaar veel op politiek gebied, want behalve verkiezingen voor het Europees Parlement treedt er ook een nieuwe commissie aan. Om het vertrek van commissie-voorzitter Prodi is Schraven niet rouwig. Hij draait met zijn ogen als Prodi's naam valt. ,,Die man is een absolute ramp voor de commissie. Volstrekt ineffectief, geen visie, zwak leiderschap. Terwijl hij uitstekende commissarissen als Bolkestein, Patten en Lamy onder zich heeft. Het is goed dat hij weggaat.''

Over de nieuwe commissie, die eind dit jaar aantreedt, heeft hij ,,bange voorgevoelens''. Door de uitbreiding van de Unie zal de commissie 25 leden hebben. De huidige bestuursvorm van de EU is volgens Schraven daarmee aan het einde van zijn levensduur gekomen. ,,Hoe kun je slagvaardig zijn met zo'n grote commissie? Wij willen niet per se een Nederlandse commissaris. Liever een commissie van vijf leden die snel beslissingen neemt dan een van 25 waarin alle landen vertegenwoordigd zijn.''

Schraven ziet ook gunstige tekenen. ,,Duitsland zet hopelijk de hervorming van zijn arbeidsmarkt door. En minister Zalm gaat Europa in met zijn `Zalm-norm 2' [die de administratieve lastendruk voor het bedrijfsleven met 25 procent moet verlagen, red.].'' Ook van Groot-Brittannië verwacht Schraven veel. Hij ziet het land als een natuurlijke partner. ,,Ze zijn erg outward looking. Ze denken mondiaal, net als wij.''