We zijn een beetje Zuid-Amerika

Sinds 1 mei telt de Europese Unie 25 landen. Deel 16 van een serie familieportretten. Het verhaal van de Portugese familie Carreira Gandra. `Het is voor kleine Pedro al normaal dat er geen grenzen meer zijn.'

Het is een koude lente dit jaar in Portugal, dáár is de familie van Paolo Carreira (39) en zijn vrouw Rosária Gandra (39) het wel over eens. Buiten heeft de aanhoudende regen het bos van hoge eucalyptusbomen dampig gemaakt. En dus eten we met de familie binnen in de fraaie villa die Paolo heeft laten bouwen in een klein dorpje een kilometer of dertig ten zuiden van Porto, het industriële centrum in het noorden.

De bewolkte voorzomer past goed bij de opinies die in Portugal heersen rond de uitbreiding van de Europese Unie. De nieuwkomers zijn van harte welkom, zo is het gevoel. Europa heeft ook Portugal veel goeds gebracht, de oosterburen hebben nu op hun beurt het volste recht te delen in deze welvaart. Maar iedereen in Portugal begrijpt dat met de uitbreiding ook zwaar weer op komst is.

Nu is somberen niet ongewoon in een land dat bekend staat om zijn saudade. Maar zelfs liefhebbers van gecultiveerde weemoed en nostalgie kregen het de afgelopen jaren zwaar te verduren. Gevallen van corruptie en pedofilie schokten de natie. En economisch begint het er steeds meer op te lijken dat Portugal na achttien jaar EU-lidmaatschap de grootste moeite heeft om Europa bij te benen. Met de nieuwkomers meldt zich bovendien een scherpe concurrentie van landen waar de lonen beduidend lager liggen.

Antero Gandra (61), de vader van Rosária, heeft zich vast voorgenomen niet bij de pakken neer te zitten. ,,Dit is een goede uitdaging voor ons land'', zo klinkt het over de eettafel zelfverzekerd uit de mond van deze makelaar in tropisch hout. Hebben de Portugezen niet altijd bewezen zich uitstekend aan te kunnen passen aan nieuwe omstandigheden? Zelf zat hij jaren met zijn familie in Angola toen dat land nog tot de Portugese koloniën behoorde. ,,We hebben uitdagingen nodig om vooruit te komen'', meent Gandra.

Voor schoonzoon Paolo, die rijst verhandelt van Azië naar voormalige rijksdelen als Angola, Mozambique en de Kaapverdische Eilanden, ziet de uitdaging eerder als een gevaar. Hij kent de landen in het oosten. Agressieve concurrenten meent hij, zeker voor veel van de arbeidsintensieve industrieën die tot voor kort vaak voor Portugal kozen. ,,Ze zijn goed georganiseerd, de mensen hebben een goed opleidingsniveau, de productiviteit ligt hoog en de lonen zijn laag'', zo somt hij de bedreiging op. ,,En ze eten weinig rijst.''

Zoon Pedro (13 jaar) maakt zich geen zorgen over de uitbreiding. Samen met zijn ouders reisde hij op vakantie heel Europa door. Naar Spanje, Frankrijk, Groot-Brittannië, en Duitsland natuurlijk. Maar ook naar landen als Tsjechië en Estland. Wat hem betreft horen ze er bij, zegt Pedro, terwijl hij zijn vingers laat glijden over het toetsenbord van zijn Nokia-telefoon annex videospelletje.

De rijst- en houthandel hebben de families van Paolo en Rosária Carreira Gandra een welvaart gebracht die voor de meeste Portugezen niet binnen bereik ligt. Ze rijden allemaal in een eigen auto, er wordt, al dan niet voor het werk, op en neer gependeld tussen Brazilië, Afrika en Azië.

Antero is de eerste om ruiterlijk toe te geven dat hij een buitenbeentje vormt. En niet alleen door zijn ondernemingszin. Hij trouwde Dulce Rosária niet voor de kerk, maar in het stadhuis, hetgeen in het katholieke Portugal zelfs nu nog door menigeen wordt afgewezen. Zijn broer was communist onder de dictatuur van Salazar. In hun ouderlijk huis zwierven `verboden boeken' rond. Gandra reisde rond door Europa, las de kranten in Parijs en zag demonstraties in Milaan. ,,De meeste Portugezen waren zich niet bewust van hun ellende. Maar ik begreep dat de zaken anders zouden worden.''

Het werd anders. Vanuit Angola, waar hij voor zijn nummer op herhaling was als legerkapitein, volgde Antero in 1974 de Anjerrevolutie waarmee zijn medeofficieren het verkalkte Salazar-regime omverwierpen. Toen hij samen met zijn vrouw en dochter terugkwam, had de eerste euforie rond het vreedzaam verdwijnen van de dictatuur reeds plaatsgemaakt voor onzekerheid en chaos. Wie enig geld bezat, zoals de familie Gandra, had de paspoorten klaarliggen om te vertrekken als de communisten het roer zouden overnemen.

Onder leiding van de socialist Mario Soares, eerst jarenlang premier, later president, sloeg echter een stabielere koers in. En Europa vormde daarin een anker voor de op drift geraakte samenleving. ,,Europa, dat was voor ons de vrijheid, boeken, kranten, televisie. Maar ook een zekerheid'', herinnert Antero zich. ,,Soares heeft Europa altijd gezien als een project om die vrijheid in het land te garanderen.'' Omdat de tegenstanders van het regime vooral Frankrijk als toevluchtsoord hadden gekozen, was Europa vooral Parijs. Paolo werd als puber twee maal in de zomervakantie naar Frankrijk gestuurd om net als zijn ouders Frans te leren.

Dat Franse begint te slijten. Zoon Pedro komt net terug van de Engelse bijlessen die hij volgt buiten het gewone schoolprogramma. ,,Zijn muziek is Engelstalig en hij kijkt het liefst naar Engelse televisieprogramma's in de originele versie waar ik niks van begrijp'', zegt vader Paolo. Hij kijkt te veel naar televisie, vindt zijn grootvader Antero. Pedro haalt zijn schouders op. Zijn grootste droom is een tijd naar de Verenigde Staten te gaan. ,,Big cities: New York, Los Angeles'', zo verklaart hij het beoogde reisdoel. Vader Paolo: ,,Europa is voor zijn generatie niets bijzonders meer. Het is voor hem al normaal dat er geen grenzen meer zijn.''

Bij het toetje dreigen sombere overpeinzingen weer de overhand te nemen. Dat Pedro zijn Engelse lessen privé na schooltijd krijgt, is niet toevallig, oordeelt de familie. Na de toetreding in 1986 tot de toenmalige Europese Gemeenschap is wel veel hulp geïnvesteerd in wegen, stuwmeren en stadsvernieuwing, maar de kwaliteit van het onderwijs is nog altijd bedroevend laag. Het voortgezet onderwijs en de universiteiten zijn veel toegankelijker geworden, maar het niveau is gedaald, meent de tafel. Het landsbestuur wordt nog altijd geplaagd door corruptie en wanbeleid. ,,De mentaliteit is hier een beetje Zuid-Amerikaans'', meent Antero. Een hoop Europese regels worden volgens hem slecht nageleefd. ,,Denk je dat het in de rest van Europa anders is?'', reageert schoonzoon Paolo. ,,Ons probleem is eerder een minderwaardigheidscomplex.''

Nog steeds is Portugal een land van eeuwig wapperend wasgoed, volgepakte ezelkarren en de nette armoe van gestopte sokken. Een land waar in werkelijkheid niemand gelooft in de vooruitgang van een moderne staat, zo schreef de in Portugal woonachtige Gerrit Komrij ooit. ,,Men houdt er moderniteiten op na uit beleefdheid jegens de anderen. Of omdat er in Brussel een potje voor was.'' Dat potje zal nu oostwaarts gaan, zo is een breed gedeeld besef.

De vraag is of Portugal al de rijkdom die is gegenereerd met de Europese subsidies goed heeft weten te investeren. De familie van handelaren en in hout en rijst heeft zo haar twijfels. Portugal zocht zijn welvaart – al dan niet op de pof dankzij de lage rentestand – in huizen en nieuwe auto's om naar de shoppingmalls te rijden die als paddestoelen uit de grond schoten.

Winkelen groeide uit tot het favoriete zondagsuitje. ,,Een nationaal probleem die winkelcentra'', bromt Antero. ,,We geven veel meer uit dan we hebben'', meent Dulce. ,,Iedereen koopt zijn kleren bij Zara en eet een Big Mac. In Europa begint alles steeds meer op elkaar te lijken'', zegt Paolo. Samen met zijn vrouw en zoon was hij vorig jaar op vakantie in Finland. Rosária: ,,Daar moet je tegenwoordig naar toe om nog iets anders te zien.''

Antero vindt dat er nu wel genoeg is geklaagd. Zo zijn de Portugezen nu eenmaal: als je vraagt of het goed gaat is het antwoord `min of meer'. ,,De balans van Europa is voor ons zeer positief geweest'', meent hij vastberaden. Aan tafel wordt instemmend geknikt. Paolo Carreira: ,,Maar we moeten nog altijd veel leren.''

Eerdere afleveringen zijn te lezen op www.nrc.nl/europa