`Speculanten maken de markt gek'

De OPEC zal zich vandaag vrijwel zeker uitspreken voor verhoging van de olieproductie. Maar of de prijs daardoor zal dalen is de vraag. `Dat gebeurt pas als het Amerikaanse leger Irak verlaat.'

Gaat OPEC, de organisatie van elf olieproducerende- en exporterende landen, vandaag de productiequota verhogen? ,,Ja natuurlijk'', antwoordt Hussein Kazempour Ardebeli, nummer twee van de Iraanse delegatie in Beiroet. Zal het gekerm in de olie-verslaafde, autorijdende geïndustrialiseerde wereld vervolgens verstommen omdat de gemiddelde prijs per vat ruwe olie snel zal dalen? ,,Nee, natuurlijk niet'', is het laconieke antwoord van de Iraniër in de hal van het opulente Phoenicia Intercontinental in herrezen Beiroet.

En waarom niet? ,,Ik denk dat de gemiddelde prijs alleen zal dalen als het Amerikaanse leger uit Irak vertrekt. De Amerikaanse bezetting is goed voor minstens een dollar of vijf, zes. En dan hebben we nog de factor angst, ook goed voor een dollar of vier, vijf. Beslissen wij hier over de Amerikaanse bezetting. Neen! Kunnen wij wat doen aan zo iets irrationeels als angst? Neen.''

Dus de conclusie is dat het voor machtig gehouden oliekartel aan relevantie heeft verloren als spelbepaler in de wereldeconomie? Kazempour Ardebeli lacht: ,,We zullen zien. Wat wij ook zullen beslissen over de verhoging van de productie, het gaat nog maanden duren voordat we deze fase in de geschiedenis van OPEC achter de rug hebben. De speculanten én de Amerikanen bepalen het spel. De Amerikanen blijven namelijk in Irak en door het goede weer gaat de Amerikaanse bevolking de weg op en blijft de vraag naar olie groeien. En niemand weet wanneer de factor angst overwaait. Kijk naar de geschiedenis en zie dat we dit al een paar keer eerder hebben meegemaakt.''

Kazempour Ardebeli is openhartig in zijn analyse, zijn collega's uit Saoedi-Arabië en Qatar gebruiken `OPEC-speak' om hetzelfde te zeggen. Tijdens een lezing, gisteren in Beiroet, sprak de Saoedische olieminister Ali Naimi over ,,misconcepties'', ,,mispercepties'' en ,,geopolitieke factoren'', codewoorden voor angst voor terroristische aanslagen (Madrid, Khobar) en Irak. Anders gezegd: de hoge olieprijs en de daarmee gepaarde gaande bedreigingen voor economische groei in de olie-afhankelijke Europese Unie en de Verenigde Staten zijn niet in de eerste plaats een door OPEC veroorzaakt probleem. Is de grote vraag naar olie in de VS en China, waar de economie in 2004 met acht procent groeit, een probleem van OPEC? Rijden Amerikanen al in kleinere auto's? Gaan de inwoners van de Europa in de komende maanden niet massaal met de auto of het vliegtuig op vakantie?

,,Nee, nee en nog eens nee. Wij voldoen slechts aan de vraag van onze klanten'', zegt de minister van Olie van Qatar, Abdullah bin Hamad al-Attiyah. ,,Ook wij maken ons zorgen over economische groei op lange termijn. Als die groei instort, storten wij ook in. Wij willen graag een krachtig signaal aan de markt geven dat wij alles doen wat wij kunnen om economische schokken te voorkomen. En wij willen de mensen ook duidelijk maken dat wij geen voordeel willen putten uit hoge prijzen op korte termijn''. Qatar steunt daarom het voorstel van Saoedi-Arabië om de olieproductie te verhogen met als oogmerk de prijs terug te brengen tot een dollar of dertig.

,,Maar wel een productieverhoging met een plafond'', voegt hij er aan toe. Attiyah is het eens met zijn collega uit Iran. ,,De angstfactor is zeker tien dollar waard. Het is ook een soort angst die wordt aangewakkerd door de speculanten die daar goed aan verdienen. Speculanten zouden niet moeten kijken naar wat er zou kunnen gebeuren, maar wat er gebeurd is.'' Maar die speculanten hebben de reportages gelezen en gezien over de aanslag op het wooncomplex in het Saoedische Khobar en de analyses van defensiespecialisten over de kwetsbaarheid van olieterminals en tankers. Als iemand met een vliegtuig het World Trade Center kan vernietigen dan is de Ju'aymah-terminal in Saoedi-Arabië een makkelijker doelwit, wat de Saoediërs ook zeggen, luidt de redenering van de doemdenkers.

En daarmee is het ongrijpbare probleem van de Saoedische olieminister, Ali al-Naimi, de ongekroonde keizer van de internationale olie-aristocratie, gedefinieerd. In Beiroet heeft hij zich opgesloten in zijn suite in het Phoenicia Intercontinental. Het uurtje joggen voor de tv-camera's werd gisteren en vandaag overgeslagen onder het mom van veiligheidsmaatregelen. Voor Naimi is de 131ste bijzondere bijeenkomst van de OPEC een tour de force. Niet in technisch opzicht, maar als oefening in public relations. Hij is een olie-specialist, die graag in specialistische en economische termen mag uitweiden over de werking van de OPEC en de ,,fundamentals'' van de oliemarkten. Nu moet hij de strijd aanbinden tegen ,,paranoia over terrorisme''.

Terrorisme in het gesloten koninkrijk van het Huis van Saoed, waar al-Naimi liever niet over wil uitweiden. Of het moet de standaardformule zijn dat de olieinstallaties uitzonderlijk goed beveiligd en de berichten over vertrekkende, internationale werknemers uit zijn land zwaar overtrokken zijn. En mochten experts vertrekken dan staan vele, talentrijke en gespecialiseerde Saoediërs klaar om hun plaatsen in te nemen, zei al-Naimi gisteren tijdens zijn lezing. Voor vragen over de beveiliging en over de aanpak van terroristen had al-Naimi geen tijd. Of zoals, een Britse olie-analist spottend zei in The Washington Post: ,,Het gaat niet om de 'fundamentals' maar om de 'fundamentalisten' in Saoedi-Arabië en dat is een moeilijk gespreksonderwerp''.

Kazempour Ardebeli, de Iraanse veteraan, relativeert alle opwinding: ,,Speculanten maken de olie-markten gek met dit soort verhalen over wat er wel en wat er niet kan gebeuren. Maar ja, dat is nu eenmaal de realiteit. Ik blijf zeggen dat we dit eerder hebben meegemaakt en ik denk dat de risico's voor de wereldeconomie overdreven worden. Industrielanden hebben grote voorraden en gecorrigeerd voor inflatie ligt de olieprijs lager dan in de jaren zeventig en tachtig. Het doet nu een beetje pijn, maar dat gaat over. Echt waar.'' De Iraniër wordt geroepen. Het nieuwste model Ford Explorer, een tank op wielen, zal hem naar het diner van de Libanese president vervoeren. Een ritje van nog geen vijf minuten in een stad waar het straatbeeld wordt bepaald door dure auto's èn modellen die in Europa voor het laatst te zien waren in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw.