Nederlanders in Irak

In zijn column `Dezer dagen' van 27 mei schrijft J.L. Heldring dat de Nederlandse aanwezigheid in Irak een speciale functie zou kunnen vervullen bij het verbeteren van de goede naam van ons land in de wereld. Hij gaat daar extreem ver in: Zouden er in Irak meer Nederlandse slachtoffers vallen dan die ene gesneuvelde, dan is dat niet alleen het risico van het vak van soldaat, maar zou ook meteen de `schuld van Srebrenica' zijn goedgemaakt en zou Nederland de wereld weer recht in de ogen kunnen zien.

De gedachtegang dat deze generatie militairen door meer te sterven in Irak de blunders van anderen in Srebrenica alsnog zou kunnen verzoenen, cultiveert een morbide `schuldneurose'. Dat is voer voor psychologen en theologen. Als recept voor ons internationale beleid is deze gedachtegang buitengewoon ongezond en voor onze militairen al helemaal.

Heldring beseft dat niet alleen Nederlanders verantwoordelijkheid dragen voor het drama Srebrenica, maar niettemin ziet hij, lezende in de buitenlandse pers, ons land telkens geplaatst in de rol van zondebok.

Vervolgens eigent hij zich namens het hele Nederlandse volk die rol van zondebok toe en biedt de Nederlandse soldaten de mogelijkheid om met hun bloed onze schuld schoon te wassen. Dit is een heel bekend thema, dat zijn hoogtijdagen kende in de middeleeuwse offertheologie en die van de vroege reformatie. Volgens Anselmus leed Christus ,,ter genoegdoening van onze zonden'' en volgens Calvijn offerde Jezus zich op ,,in plaats van de mensen''.

Tal van moderne theologen en cultuurcritici, onder wie Schillebeeckx en Girard, hebben deze zienswijze inmiddels ontmaskerd als onderdrukkend en aangetoond dat een christelijke levensfilosofie juist strijdig is met iedere verheerlijking van het geweld. Maar de columnist van een liberale krant vraagt onze militairen doodleuk om het offer van hun leven: voor het aanzien Nederland.

Tot het risico van het vak van soldaat hoort vooral, dat ze altijd weer het slachtoffer kunnen worden van verkeerde gedachten en dubbelzinnige motieven om ten oorlog te trekken. Helaas blijkt dat meestal pas achteraf.

De weg terug voor de politiek is dan meestal niet gemakkelijk. Toch dienen militairen juist dan persoonlijk beschermd te zijn en niet overgeleverd te worden aan de risico's van het vak.

De Nederlandse bisschoppen hebben in hun brief `Tot vrede in staat' uit 1996 voor deze uitzonderlijke beroepsgroep aangedrongen op een recht op weigering op gewetensgronden, waarop belangenorganisaties van beroepsmilitairen toen instemmend hebben gereageerd. Aan schuldneuroses en een liberale `offertheologie' die de `wrake Gods' heeft ingeruild voor het aanzien van de natie hadden de bisschoppen gelukkig geen boodschap.