Maryem Akhondy

Maryam Akhondy studeerde klassieke Perzische muziek en trad op met veel succes tot Khomeini c.s. roet in het eten gooiden. Omdat vrouwen in Iran niet meer in het openbaar mochten zingen, verhuisde ze in 1986 van Teheran naar Keulen. Daar pakte ze de vertrouwde draad weer op maar zocht ze ook de spanning van het nieuwe. Met de groep Barbad vervolgde ze het klassieke spoor, met de Schäl Sick Brass Band maakte ze twee cd's met vergezochte `wereldmuziek' en met de musical Andurani trad ze behalve in Duitsland ook in Parijs, Wenen en Kopenhagen op.

Voor de cd Banu (`vrouw') arrangeerde ze een twaalftal traditionele liedjes uit diverse Iraanse streken. In de helft daarvan is ze uitsluitend zelf te horen, als leadzangeres en in de met multi-tracking opgenomen koorzang. Haar koortje in het aanstekelijke Negare Biwafa, een liedje uit de wijnstreek Shiraz, doet zowel aan het Finse Värttinä als aan de Bulgaarse Bisserov zusters denken. Het is een bewijs dat Maryam Akhondy (1957) ondanks haar oeroude Perzische wortels open staat voor de geluiden van het `jonge' Europa.

Een hoger `live'-gehalte dan haar knappe solo-trips hebben de stukken waarin de koorzang plus trommelwerk afkomstig zijn van de groep Banu, bestaande uit zes gevluchte Iraanse vrouwen. In Ischalleh, een vrolijke `rap' uit het Noorden van Iran, toont god zich geen benepen zuurpruim, eerder een ruimhartige vader.

Banu (Laika 3510188)