Kans op werk met bijstand twistpunt

Staatssecretaris Rutte (Sociale Zaken) schat de kansen van mensen met een bijstandsuitkering op de arbeidsmarkt veel zonniger in dan de sociale diensten, die hen aan het werk moeten helpen. Volgens de bewindsman is slechts 20 procent van de bijstandsontvangers `moeilijk bemiddelbaar'. Dit schrijft hij in een jubileumuitgave van Divosa, de organisatie van directeuren van sociale diensten. Uit een enquête onder de directeuren blijkt dat 70 procent van hen een totaal andere mening is toegedaan dan de staatssecretaris. Zij denken dat hoogstens 20 procent van de bijstandsgerechtigden nog aan het werk komt. De overige 80 procent is volgens hen `zeer moeilijk bemiddelbaar'.

Divosa houdt vandaag in Enschede haar jaarcongres. Daar worden, naast de jubileumuitgave, ook de resultaten van de enquête gepresenteerd, die gaat over de werking van de nieuwe Wet werk en bijstand (WWB). De gemeenten zijn sinds 1 januari zelf volledig verantwoordelijk voor de uitvoering van de bijstand, ook financieel. Voor Rutte is dit reden tot optimisme. Hij schrijft: ,,Er zijn zo veel initiatieven in Nederland en er is zo veel energie om het een beetje een leuk land te maken, ik vind het onbegrijpelijk dat we tegen mensen zeggen dat werken er voor hen niet inzit.''

De directeuren van de gemeentelijke sociale diensten denken daar anders over. Zij vinden de nieuwe wet weliswaar een vooruitgang, omdat gemeenten meer beleidsvrijheid hebben gekregen en minder administratieve verplichtingen, maar zij zien ook gevaren. Ruim 70 procent vreest voor `afroming' van het bestand aan bijstandsontvangers: kansrijke cliënten zullen eerder geholpen worden bij het zoeken naar werk dan `moeilijk bemiddelbaren'. Dat komt omdat gemeenten snel resultaten willen behalen in de bijstand, om binnen hun budget te blijven. Overigens heeft ruim 75 procent van de sociale diensten de nieuwe beleidsvrijheid aangegrepen om gesubsidieerde banen om te vormen tot zogenoemde `opstapbanen' naar regulier werk.

Rutte verwacht dat de WWB dit jaar 5 procent van het budget bespaart, wat neerkomt op 250 miljoen euro. Van dit bedrag heeft hij al 150 miljoen euro ingehouden op het budget van de gemeenten.