In de voetsporen van wegbereider Guillermo Vilas

Minimaal één Argentijn staat zondag in de finale van Roland Garros, dat is na gisteren zeker. Over de erfopvolgers van tennisheld Guillermo Vilas.

Staat zondag, zeventwintig jaar na de historische zege van Guillermo Vilas op Roland Garros, opnieuw een Argentijnse tennisser met de Coupe des Mousquetaires in handen? David Nalbandian is geen man van boude uitspraken, en een van Vilas' beoogde troonopvolgers koos gisteren dan ook voor de veilige weg: de kansberekening. ,,We hebben 75 procent kans.''

Was het een kleine tien jaar geleden de `Spaanse Armada' die Roland Garros bestormde, geïnspireerd door de successen van tweevoudig winnaar Sergi Bruguera (1993 en '94), inmiddels zijn het de Argentijnen die de toon zetten bij de Open Franse kampioenschappen. Na Guillermo Coría (22) drongen gisteren zijn landgenoten Gastón Gaudio (25) en David Nalbandian (22) door tot de halve finales. Tim Henman, de Engelse service-volleyspecialist die de afgelopen tien dagen vriend en vijand verbaasde in Parijs, kan morgen voorkomen dat de eindstrijd een Argentijns onderonsje wordt.

Nalbandian ontdeed zich gisteren in vier sets (6-2, 3-6, 6-4 en 7-6) van drievoudig kampioen Gustavo Kuerten, die te veel hinder ondervond van zijn gekwetste rechterheup. Het was een ironische overwinning. Uitgerekend de flegmatieke Braziliaan stond zeven jaar geleden met zijn (eerste) eindzege in Parijs immers aan de basis van de Zuid-Amerikaanse tennisdoorbraak. Het zal Guga en zijn in het kanariegeel gehulde fans goed hebben gedaan dat `hun' Brazilië enkele uren later op het voetbalveld in Belo Horizonte met 3-1 won van aartsrivaal Argentinië.

Verrassend kan de opmars van de Argentijnen op Roland Garros nauwelijks worden genoemd. Het land speelt al jaren een prominente rol in (de wereldgroep van) de Davis Cup. Afgelopen najaar nog stond de ploeg van de onlangs opgestapte captain Gustavo Luza voor de tweede opeenvolgende keer in de halve finales. Momenteel staan maar liefst zes Argentijnen in de topvijftig.

Harde bewijzen ontbreken, maar boze tongen beweren dat zulks geen toeval is. Sinds Coría en Juan Ignacio Chela, dinsdag afgeserveerd door Henman, respectievelijk drie en vier jaar geleden tegen de lamp liepen wegens vermeend dopinggebruik, staat het Argentijnse tennis in een kwade reuk. In de wandelgangen gelden Vilas' erfopvolgers als broodtennissers: spelers die in hun zucht naar dollars en computerpunten opvallend veel toernooien afwerken, en telkens ver reiken.

Van dat contingent beschikt Coría over de beste papieren, zeker op gravel. De huidige nummer drie van de wereld stond twaalf maanden geleden al in de halve eindstrijd op Roland Garros, en verloor toen van de ontketende Martin Verkerk én van zichzelf, zoals hij zich dinsdag herinnerde. ,,Ik was te onervaren.'' Uit frustratie over het verlies van de eerste set slingerde het kleine heethoofd zijn racket weg. Die belandde pardoes, en tot schrik van alles en iedereen, op het lichaam van een ballenmeisje. Zo geschrokken bleek de niet-bestrafte boosdoener dat hij in het vervolg van de partij de weg kwijt was.

Sinds die pijnlijke les won El Mago (De Magiër) liefst 31 gravelduels op rij. Aan die zegereeks kwam vorige maand in Hamburg een einde, en dat was geen schande. Zijn tegenstander in de finale van het Masters-toernooi heette Roger Federer, de nummer één van de wereld die zich ditmaal in de derde ronde liet afbluffen door de herboren Kuerten.

Nalbandian is een veelzijdige krachtpatser, die minder subtiel te werk gaat dan Coría. Met zijn snelheid en slagenarsenaal kan hij op elke ondergrond uit de voeten. Dat bewees de nummer acht van de wereld twee jaar geleden met zijn toen nog verrassende finaleplaats op het gras van Wimbledon, en onderstreepte hij vorig najaar door de halve finales van de US Open te bereiken. Andy Roddick kwam in eigen huis met de schrik vrij: de latere toernooiwinnaar overleefde één matchpoint.

Na de gebruikelijke maar grotendeels gespeelde nederigheid liet Nalbandian gisteren doorschemeren dat het hoog tijd werd dat hij, na twee mislukte optredens (tweede en derde ronde), dit jaar eindelijk eens voor het voetlicht treedt in Parijs. Gravel is immers de ondergrond waarop hij, zoals alle Zuid-Amerikanen, opgroeide. Het gemalen baksteen kent dan ook weinig geheimen voor de robuuste Nalbandian en de zijnen.

Wegbereider en rolmodel voor de huidige generatie is vanzelfsprekend Vilas, 's lands eerste kampioen van naam en faam die naast Roland Garros (1977) nog drie grandslamtitels won. Vilas was een van de pleitbezorgers van het uitgekiende jeugdopleidingssysteem, dat na de economische crisis (december 2001) ineenstortte. Coría, door zijn tennismaffe vader vernoemd naar Vilas, en Nalbandian waren zonder de intensieve bondsbegeleiding vermoedelijk nooit doorgebroken, lieten beiden al meermalen weten.

Dat geldt ook voor Gaudio, de minst bekende van de drie Argentijnse halve-finalisten, die de 44ste plaats op de wereldranglijst bezet en als kind door Vilas werd getraind. Hoewel hij twee jaar geleden twee titels won (Barcelona en Mallorca) stond El Gato (De Kat) tot voor kort bekend als een aartstwijfelaar. Vorig najaar overwoog hij te stoppen na zijn beslissende nederlaag in de halve finales van de Davis Cup tegen Spanje.

In Parijs bewijst hij dezer dagen een mentale horde te hebben genomen, en over geduchte wapens te beschikken. Gaudio is in tennisjargon `zo vast als een huis'. Vooral zijn backhand is indrukwekkend, zoals Lleyton Hewitt gisteren ondervond in een nagenoeg foutloze wedstrijd van de ongeplaatste Argentijn: 6-3, 6-2 en 6-2.