Hang naar dwang

In Nederland leven 8.000 mensen met ernstige psychiatrische problemen waarbij sprake is van geregeld optredende acute nood. Deze mensen verkommeren vaak zichtbaar, hebben geen trek in de hulpverlening en leveren zó weinig gevaar op voor zichzelf of de omgeving, dat ze die hulpverlening ook niet voor hun eigen bestwil opgedrongen kunnen krijgen. Recentelijk lijkt er een nieuwe barmhartigheid in hulpverleners te zijn gevaren, die niet langer aan het leed van deze burgers willen voorbijlopen. Het zou volgens hen makkelijker moeten worden gemaakt om zorgmijders met dwangmiddelen te behandelen. Hun paternalisme baart mij ernstig zorgen.

Er is terecht kritiek op het beginsel van respect voor autonomie, wanneer dit wordt versmald tot een recht waarbij anderen niet in de besluitvorming van de patiënt mogen treden. Autonomie wordt dan gereduceerd tot informed consent en de lijdende patiënt tot hypermondige consument (cliënt). Maar deze kritiek dreigt nu de weg vrij te maken voor de mening dat er wel wat minder zwaar kan worden getild aan het publieke beginsel van respect voor autonomie. Daar is geen enkele aanleiding toe.

Het is weliswaar beter om patiënt-autonomie te begrijpen als negotiated consent, waarbij de besluitvorming het resultaat is van een proces van overleg en onderhandeling. Maar niet om vervolgens te suggereren dat in deze veranderde opvatting van autonomie ruimte kan worden gevonden voor dwangtoepassingen waarmee de autonomie van de patiënt kan worden hersteld. Dwang, anders dan overreding of bemoeizorg, is a priori verwerpelijk omdat dwang een ontkenning is van autonomie.

Sowieso valt op dat de grimmige, dehumaniserende kanten van psychiatrische dwangbehandeling in het debat buiten beeld worden gehouden.

Kritiek op de psychiatrische praktijk lijkt bij dit onderwerp ongepast, meer iets voor de dwaze dagen van de antipsychiatrie. Ten onrechte.

    • P. Delaere