Eigenbelang in EU is zwaktebod

Staatssecretaris Nicolaï van Europese Zaken wil met een zakelijker benadering van de Europese Unie de burgers weer betrekken bij het Europese project. Welbegrepen eigenbelang moet de leidraad zijn. Dat is riskant, vindt Sjerp van der Vaart.

Europa als project van passie – `nooit meer oorlog' als bindmiddel voor Europese integratie – is dood, aldus een brede stroom van commentaren.

Zeker de jonge, postmoderne en calculerende burger zou niet meer zijn bed uit komen voor Europa, als hij geen antwoord zou krijgen op de vraag `Wat zit er voor mij eigenlijk in?'

Staatssecretaris Nicolaï (Europese Zaken) speelt handig op dit sentiment in en komt in NRC Handelsblad van 27 mei met een visie die samen te vatten is in de analyse dat onze samenleving thans geen behoefte meer heeft aan `inductieve' idealistische blauwdrukken voor Europa, maar aan een deductieve benadering van welbegrepen eigenbelang. Om het modern te zeggen, een nutsgemeenschap.

De belangrijkste onderliggende veronderstelling – alleen eigenbelang bindt burgers voor Europa – stuurt de discussie al direct de verkeerde kant op. De stelling roept vooral reminiscentie op aan de bangmakerij van de minister van Financiën die Nederland de afgelopen maanden heeft gewaarschuwd voor zo ongeveer alles wat Europees is, van onze positie als nettobetaler, de uitbreiding met de tien nieuwe lidstaten tot aan de komst van horden Poolse werknemers toe. Tja, zou het echt zo zijn dat het onbehagen van de burgers over het Europese project vooral wordt ingegeven door onvoldoende zakelijke uitruil – we steunen Europa alleen als dat mijn micro-eigenbelang dient en in het verlengde ervan ons nationaal Nederlandse belang, van `eigen land eerst'? Nee, dat is het natuurlijk niet.

Het onbehagen van burgers over Europa vloeit vooral voort uit drie – andere – hoofdoorzaken: voorop gebrekkige transparantie en het democratisch tekort, verder een voortgaande marginalisering van kleinere lidstaten doordat de club van de grote landen in toenemende mate de Europese agenda bepalen. En ten slotte doordat burgers juist vinden dat Europa niet minder maar juist meer zaken gemeenschappelijk moet aanpakken. Maar dan op die terreinen waarop de economische gigant tot op heden geen politieke rol van betekenis in de wereld kon spelen. Van een gemeenschappelijke buitenlandse politiek ter bescherming van de onder vuur liggende multilaterale arrangementen in WTO, Internationaal Strafhof en Kyoto tot aan een gemeenschappelijke militaire Europese presentie in de wereld toe.

De boodschap die burgers voor hun regeringen hebben, ook in Nederland, is: Europa is een economisch succes en dat is mooi, maar het was en is vooral een waardengemeenchap: maak daar dan eens werk van en laat die Amerikanen niet alles unilateraal regelen.

Rode draad is het ontbreken van een dialoog met het electoraat over de vraag: waarom dragen we soevereiniteit over, waar gaat deze trein naar toe en hoe kunnen burgers hun betrokkenheid omzetten in nieuwe vormen van participatie? Waar de Nederlandse burger belang bij heeft is een democratisch Europa, waarin hij echt kan participeren, waarin hij weet wat de politieke keuzes in Europa zijn, wie daarvoor verantwoordelijk is en waarin hij kan meebeslissen. Waarin herkenbaar is wat met zijn stem gedaan wordt. Dat zou veel onvrede over Europa wegnemen.

Nicolaï's koers wijst daar nu niet bepaald op. Met een harde wake up call – we betalen te veel en zijn maar een van de 25 – moet nu alles ineens op het kompas van het eigenbelang worden gezet. En dat zonder een volwaardig debat. Diezelfde burger is dertig, veertig jaar lang niets gezegd of gevraagd over Europa. Successen als die van de interne markt waar Nederland als geen ander land van heeft geprofiteerd, werden gepresenteerd als Haagse overwinningen, en alles wat niet goed uitkwam was een fout van `Brussel'.

Maar wie zegt ,,weg met Brussel'', zegt ,,weg met ons''. Wij, vertegenwoordigd door de Nederlandse ministers, zaten er immers voor één vijftiende deel van de macht bij? Kortetermijn eigenbelang mag echter niet dienen als schaamlap voor het ontbreken van een dialoog en feitenanalyse. Ook hier geldt: waar is de langetermijnvisie?

Want een debat wordt al helemaal niet gevoerd. Vertel burgers dat we vooral op het gebied van markt en munt macht hebben overgedragen en dat daar het Europees Parlement intussen substantiële

democratische controle over heeft verworven. Maar vertel ze ook dat er nog een democratisch gat te vullen is, vooral over zaken als asiel, justitie en criminaliteit. En dat we zonder harde democratische controle van het Europees Parlement zijn overgeleverd aan het dictaat van de Europese Raad van Ministers. Vertel ze over sluipende soevereiniteitsoverdracht zonder democratische controle op beleidsterreinen als zorg en zekerheid. Wie draagvlak wil, moet burgers serieus nemen en blijvend informeren. En niet één keer in de vijf jaar.

De landelijke politiek schiet hier schromelijk tekort. Politici zijn per definitie opinieleiders. Maar op het gebied van de EU trachten ze die rol zo min mogelijk te spelen. Voor zover ze erover praten, zeggen ze vooral wat ze niet willen en niet wat ze wel willen, inclusief waarvoor ze in kabinet en Kamer medeverantwoordelijk zijn. Brussel gaat niet over alles, en dat moet ook zo blijven, maar zeg dat dan. Dit is een cruciaal gemis: in een democratie is het creëren van draagvlak voor beleid een van de belangrijkste taken van politici.

Toonaangevende politici, de premier en de fractieleiders, dienen aan te geven wat ze wél willen met de Europese Unie. En niet in te spelen op latente angsten die geen feitelijke grondslag hebben. Na de uitbreiding met Spanje en Portugal bleef een Iberische exodus naar Nederland uit. Het CPB heeft heldere cijfers over de omvang van de Poolse migratie, Nederland verdient de komende jaren meer aan Polen c.s. dan omgekeerd, en de migratie is marginaal. Maar toch wordt een van de pijlers van de interne markt – vrij personenverkeer – in de ijskast gezet. Hoezo Europees?

Het meest navrant is dat de `eigen volk eerst'-benadering als een boemerang terugkomt. In deze krant hebben WRR-lid Jacques Pelkmans en SER-Kroonlid Kees Goudswaard scherp duidelijk gemaakt dat Nederland kansen laat liggen in Europa. In plaats van zich te richten op de economische kerntaken van de EU, gaat het Europa-debat alleen nog over de kosten of over de Poolse dreiging.

Met een open economie die voor 80 procent goederen en diensten uitvoert naar Europa, is de EU met haar interne markt voor ons van levensbelang. Met de komst van de Oost-Europeanen krijgen de stagnerende verzorgingsstaten in West-Europa juist een hoogstnoodzakelijke prikkel om te hervormen. Alleen gezamenlijk met de EU kan Nederland oplossingen zoeken voor kernproblemen als vergrijzing, houdbaarheid van pensioen- en zorgstelsel, versterking van de kenniseconomie en sociale modernisering.

Het is een misvatting dat alles onder de noemer `nationaal belang' geschoven mag worden. Is de keuze tussen een scherper milieubeleid, versterking van de kenniseconomie of meer economische groei een kwestie van nationaal belang? Het zijn veeleer – grensoverschrijdende – politieke keuzes en de burgers hebben er recht op die keuzes duidelijk te kunnen maken.

Het uitspelen van de nationale kaart in het Europa-debat roept onnodig op tot scepsis en slaat als een boemerang terug op onze eigen welvaart. Meer dan dat: wie niet communiceert en angst oproept, kan boosheid en vervreemding oogsten. Nicolaï moet dan ook niet verbaasd zijn dat met zijn aanpak – die van de geestverwante liberalen of die van het kabinet? – het paard achter de wagen wordt gespannen. Het draagvlak voor Europa erodeert dan verder.

Onbehagen der burgers? Zeker, maar analyseer dat beter, en speel niet alleen maar in op onderbuikgevoelens van bange burgers. Grote delen van een jonge generatie in en buiten Nederland benadrukken Europa juist als waardengemeenschap, als een lichtbaken tegen de trend van het oprukkende nationalisme en etnisch centrisme, als baken van rechtszekerheid in een steeds gevaarlijker wereld. Het niet aanboren van die sterke motivatiebron is de grootste gemiste kans van Nicolaï's visie. Is Europa als project van passie dood? Nee, maar je moet er wel het electoraal eigenbelang op de korte termijn voor durven trotseren en het beter uitleggen.

Met deze koers vervreemdt het kabinet burgers niet alleen verder van de Unie, de paradox is pijnlijk genoeg dat hun belangen uiteindelijk niet worden gediend. Daadwerkelijk in het belang van Nederland is juist het ontwikkelen van een visie op Europa, ook voor de toekomst. In plaats van met de rug naar Europa en naar de toekomst te staan, zou Den Haag juist vooruit moeten kijken: waar staat Europa over 10 of 15 jaar en wat is de rol van Nederland daarin? Dat zou pas echt in het belang van Nederland zijn.

S.P. van der Vaart is directeur van het Bureau van het Europese Parlement in Den Haag.