Een nieuw bestuur

Stategie en tactiek leken deze week in Bagdad goed op elkaar afgestemd. Verrassingen horen bij een oorlogspolitiek die tot doel heeft de vijand de loef af te steken en het volk vrede en zelfbestuur in het vooruitzicht te stellen. De snelheid waarmee de Iraakse interim-regering is geïnstalleerd en de voorlopige regeringsraad werd ontbonden, overdonderde velen, maar heeft als voordeel dat de nieuwkomers in het landsbestuur een vliegende start kunnen maken. Aan de oude regeringsraad, die leed aan een gebrek aan geloofwaardigheid, is niets verloren. Na de stortvloed van negatieve berichten uit Irak kwam dit haast ouderwetse staaltje Amerikaanse daadkracht op het juiste moment. Het signaal is helder. Irak moet worden herbouwd. Er is geen minuut te verliezen; de interim-regering dient zo snel mogelijk aan de slag te gaan.

Tot zover het goede nieuws. Van Iraakse soevereiniteit en autonomie lijkt onder het nieuwe bestuur nog nauwelijks sprake, een handicap die als het zo blijft met de tijd zal groeien. Op 30 juni dragen de Amerikanen de macht formeel over aan de Iraakse bestuurders, die aanblijven tot de verkiezingen begin volgend jaar. In die luttele maanden moet de veelkoppige regering het vertrouwen van het Iraakse volk zien te winnen. Ze moet, anders gezegd, laten zien dat ze meer is dan het ,,stel handlangers'' van de Verenigde Staten waarvoor kwaadwillenden haar nu al hebben uitgemaakt. Dat zal niet meevallen. Alleen al het feit dat zowel de premier als de president voormalige bannelingen zijn – niet bijster populair en zonder een stevige machtsbasis bij de bevolking – doet afbreuk aan de aanvankelijke bedoelingen van de speciale afgezant van de Verenigde Naties, Lakhdar Brahimi. Hij sprak eerder de hoop uit dat de interim-regering anders dan de voorlopige regeringsraad een werkelijke afspiegeling van het Iraakse volk zou zijn. Het gezelschap dat nu is aangetreden gaat in wezen mank aan hetzelfde euvel als de verketterde raad. Het zijn veelal compromiskandidaten die hun gezag en geloofwaardigheid nog moeten bewijzen. Niettemin: de bestuurders van Irak verdienen een kans. Het is zoals Brahimi het uitdrukte: ,,Help ze. Beoordeel ze op hun daden en de voortgang die ze maken.''

Rugwind kan de VN-resolutie bieden die voor Irak in de maak is. De eerste ontwerptekst bood het nieuwe landsbestuur te weinig macht. Daaraan is door de VS een concessie gedaan. Die toegeving is echter te gering. De Iraakse regering moet over een grote en aantoonbare soeveriniteit kunnen beschikken, die in ieder geval zo ver gaat dat ze op z'n minst medezeggenschap heeft over de buitenlandse troepenmacht in Irak. In de aangepaste tekst is die hobbel nog niet genomen. Daarin is de interim-regering in de verhouding tot de door Amerika geleide militaire coalitie vooralsnog de onderliggende partij; zonder veel zeggenschap, zonder veto. Dit is niet effectief. Alleen een bestuur met macht is geloofwaardig.