Een godsdienstpolitie is niet nodig

We moeten niet uit angst voor bepaalde uitingen van religie te veel willen verbieden, vindt Job Cohen. Onze rechtsstaat heeft genoeg bestaande instrumenten.

De Nederlandse samenleving van de 21ste eeuw kenmerkt zich door vergaande individualisering en secularisering. Religie is voor iets meer dan 50 procent van de Nederlanders van belang; in een stad als Amsterdam is het percentage van de bevolking die zich `niets' voelt, boven de 60. Voor zover godsdienst en religie voor mensen van belang zijn, is dit meestal in de privé-sfeer. In het publieke domein speelt religie, of wat de kerken aan hun gelovigen voorhouden, nauwelijks of geen rol. Niemand in Nederland is bang voor de macht van dominees of pastoors. Vrijwel niemand, althans tot voor kort, die zich druk maakt over de vraag of de overheid zich met kerk en religie mag bemoeien of niet. De scheiding van kerk en staat is in Nederland sinds de negentiende eeuw een vaststaand gegeven, evenals de grondwettelijke vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing.

Waarom komen in groten getale mensen luisteren om mij, een seculiere politicus, te horen spreken over de scheiding van kerk en staat? Ik durf de stelling aan dat dit maken heeft met 11 september 2001 en met de aanwezigheid van moslims in Nederland. Velen hebben nu – zeker in het post-Fortuyntijdperk – het gevoel dat de aanwezigheid van de islam zich niet verdraagt met de grondslagen van onze moderne samenleving. De Verlichting wordt van stal gehaald en het seculiere ideaal wordt als panacee voor alles en iedereen gepropageerd. In het kielzog hiervan ontstaat een beweging om moskeeën, islamitische scholen en imams, zo niet te verbieden, dan toch wel onder streng toezicht te plaatsen. Anderen vragen zich af wat er moet worden gedaan om de moslims in ons land te integreren. Kortom, voldoende redenen om de rol van religie nader te bezien.

Idealen van verlichting

Er wordt vaak gezegd dat de idealen van de Verlichting de grondslag zouden zijn van onze moderne samenleving. Maar welke idealen precies? Er zijn veel filosofen die tot de Vroege Verlichting (halverwege de 17de - halverwege 18de eeuw) of de Verlichting (18de eeuw) worden gerekend, invloedrijke mannen als Descartes, Newton, Hobbes, Spinoza, Pierre Bayle, John Locke, Montesquieu, Voltaire, maar met onderling zeer verschillende ideeën. Daarom kunnen we beter terugredeneren vanuit onze moderne politieke cultuur, met begrippen als: democratie, rechtsstaat, vrijheid, tolerantie, emancipatie (bijvoorbeeld van de vrouw, van homoseksuelen), de rechten van het individu, de scheiding van kerk en staat, de zoektocht naar persoonlijk geluk en niet te vergeten de fundamentele gelijkheid van alle individuen ongeacht hun ras, religie, levensovertuiging, geslacht, seksuele voorkeur.

De kiem voor deze ideeën is gelegd in de 17de eeuw, maar pas eind 18de eeuw (denk aan de Amerikaanse Vrijheidsstrijd of de Franse Revolutie) en vooral in de 19de en 20ste eeuw werden ze in praktijk gebracht. Vanwege hun radicale en vaak antireligieuze karakter zijn veel ideeën van de Verlichting bovendien nooit overal, en nooit volledig overgenomen. En ze zijn nooit, zelfs niet in West-Europa of de Verenigde Staten, bij iedereen gemeengoed geworden. In eigen land waren bijvoorbeeld partijen als de ARP en de KVP uitgesproken tegen de Verlichtingsidealen. Pas na de Tweede Wereldoorlog is dit in ons land langzaam anders geworden.

Misschien staat de Verlichting dan ook meer voor een methode, een manier waarop men in het leven staat, dan voor vastomlijnde ideeën. Het radicaal nieuwe element van de Verlichting was dat men met het wapen van de rede alle maatschappelijke, wereldlijke en kerkelijke autoriteiten en instituties aan een kritisch onderzoek onderwierp. Als wij zeggen dat de Verlichting nog steeds van belang is, dan zou ik zeggen dat het vooral om deze kritische, open houding gaat.

Op dit moment vinden velen in de Westerse wereld dat onze op individuele vrijheid gebaseerde moderne maatschappij door de islam wordt bedreigd. Religieuze fundamentalistische groeperingen, die de moderniteit afwijzen, zouden erop uit zijn om een geheel andere samenleving te grondvesten. Een samenleving waarin gevreesd moet worden voor het verlies van gelijke rechten voor vrouwen en homoseksuelen, waarin de scheiding van kerk en staat niet meer geldt, waarin democratie niet de staatsvorm is en de religie vele aspecten van het leven bepaalt.

Als we deze veronderstellingen kritisch onder de loep nemen, zullen we ons bewust moeten zijn van de plaats die de religie inneemt in de wereld van vandaag. We moeten ons afvragen wat de agenda is van moslims (en andere religieuze groeperingen), en daarbij ook kritisch naar onze eigen samenleving kijken.

Het belang van religie

Daar waar het seculiere denken dominant was, ging men ervan uit dat het slechts een kwestie van tijd, onderwijs en modernisering zou zijn, voordat mensen en regio's die geen Verlichting hadden gekend tot het seculiere denken zouden overgaan. Lange tijd leek het alsof de seculieren gelijk hadden. Turkije werd in de jaren '20 een seculiere staat met een strenge scheiding tussen kerk en staat, landen met een uit miljoenen bestaande moslimbevolking als Indonesië en Algerije werden na een dekolonisatiestrijd onafhankelijk en stichtten een seculiere staat. Hetzelfde geldt voor landen in het Midden-Oosten als Egypte, Syrië, Libanon, Irak, Jordanië waarmee niet is gezegd dat in deze seculiere staten de democratie eveneens zegevierde.

Ook in Nederland, dat vanaf de jaren '60 van de vorige eeuw met een omvangrijke migratie werd geconfronteerd, waren tot voor kort de seculariserende krachten aan de winnende hand. Niet alleen keerden Nederlanders zich massaal af van hun kerk of geloof, ook grote groepen migranten deden dat. De tweede/derde generatieimmigranten kregen betere opleidingen dan hun ouders, gingen zelf meer nadenken, keerden zich af van de gewoonten van hun ouders (soms sterker, soms minder), verwesterden, kregen minder kinderen, gingen minder naar kerk of moskee, kortom, vertoonden een bekend immigratiepatroon. Het duurde allemaal lang, maar het gebeurde. Ongetwijfeld het meest door een voorhoede, maar die is er om de rest op sleeptouw te nemen, mee te nemen in de welvaart en in de Westerse cultuur van individualisering en secularisering.

Die trend lijkt na 11 spetember gestopt. Sterker nog: ook vertegenwoordigers van de voorhoede lijken zich meer naar de islam te richten. Waarom: doordat ze in het defensief zitten. Hoe defensiever, misschien, hoe meer.

Vraag is dan ook of de veronderstelling dat het slechts een kwestie van tijd, onderwijs en modernisering is voordat het seculiere denken overal wint, nog steeds klopt. De Amerikaanse journalist David Brooks schreef in The Atlantic Monthly dat de secularisatietheorie na 11 september 2001 niet langer waar is. Het is niet zo dat als samenlevingen moderner worden en daardoor ook rijker, ze daarmee ook minder religieus worden. We zitten wereldwijd in een periode van modernisering en tegelijkertijd zien we een grote opleving van de religie, in de islam, in het orthodoxe jodendom maar ook in het christendom, volgens Brooks wereldwijd de religie die het meeste groeit.

In veel landen van de wereld zien we:

Het behoren tot een religieuze gemeenschap wordt soms belangrijker gevonden dan te behoren tot een bepaalde nationale gemeenschap;

In de steden zijn het vooral de religieuze gemeenschappen die een sociaal vangnet bieden als het om hulp, werk, onderwijs en gezondheidszorg gaat.

Een religie biedt zelfs aan mensen die in economisch opzicht misschien niet zoveel te verwachten hebben, perspectief, uiteraard in het spirituele domein, maar ook sociaal. Veel migranten zijn na aankomst in ons land op zoek naar een plek waar ze zich thuis voelen, waar ze erbij kunnen horen. Dat is dan vaak een kerk, synagoge of moskee. Religie `werkt' voor haar gelovigen. Dat kunnen wij maar beter onderkennen dan ontkennen.

Moslims en Westerse samenleving

Hoewel alle wereldreligies fundamentalistische stromingen kennen die flink gewelddadig kunnen zijn, is het sinds 11 september 2001 vooral de dreiging van de fundamentalistische islam die in het Westen wordt gevreesd. Maar moet de angst voor deze aanhangers van een fundamentalistische islam gelden voor alle aanhangers van de islam?

Professor Bernard Lewis zegt daarover in The crisis of Islam: ,,De meeste moslims zijn geen fundamentalisten en de meeste fundamentalisten zijn geen terroristen, maar wel zijn de meeste terroristen tegenwoordig moslim.'' Terreurdaden moeten ons dus niet verleiden tot wat de Australische hoogleraar Amin Saikal de drie basisreacties van het Westen op de islam noemt: de islam is een achterlijke religie; het Westen is superieur aan de islam; of de islam is een geloof dat terrorisme aankweekt. Dit soort reacties maakt het alleen maar erger.

We moeten waken voor de misvatting, onlangs nog geuit door mevrouw Hirsi Ali in een open brief aan mij, dat de `ware moslim' de orthodoxe moslim is met sterk fundamentalistische opvattingen, die niet wil integreren, minachting heeft voor onze rechtstaat en democratie, vrouwen en kinderen kort houdt. Met deze definitie worden alle moslims over één kam geschoren. Hirsi Ali schaart zich met deze definitie in het kamp van de moslimfundamentalisten, want juist zij willen ons doen geloven dat alle `ware moslims' fundamentalisten zijn en dat alle anderen van het rechte moslimpad zijn afgeweken.

Ten tweede, ook moslimlanden als Indonesië, Saoedi-Arabië, Algerije, Egypte, Turkije zijn verwikkeld in een moderniseringsproces. Laten wij niet vergeten dat de aantrekkingskracht van onze moderne, politieke cultuur, enorm is. Honderden miljoenen mensen over de hele wereld hangen Westerse ideeën aan.

Maar er zijn ook factoren die afbreuk doen aan die aantrekkingskracht:

Het gevaar dat het Westen, de waarden die het symboliseert, en de oplossingen die het biedt, slechts een papieren realiteit vertegenwoordigt, en geen oplossingen heeft voor de dagelijks noden, de existentiële vraagstukken en politieke problemen van moslims.

De vrees voor het verlies aan geborgenheid, saamhorigheid en sociale verbanden (gezin, familie, religie).

De minachting die veel Westerlingen voelen voor de islam en die breed wordt gevoeld als minachting voor de individuele moslim.

Dit alles kan ertoe leiden en leidt ertoe dat moslims zich van Westerse waarden afkeren en zich tot traditionele vormen van de islam wenden, zich opsluiten in de eigen groep en cultuur. Dat lijkt mij het laatste wat we willen als we het hebben over integratie en een open, tolerante samenleving.

Juist in een dichtbevolkt land als het onze, waarin iedereen als het ware op elkaars lip zit, is een manier van samenleven waarin niet alles op scherp wordt gesteld, essentieel. Tolerantie is, zo bezien, vooral iets praktisch. Iedereen in Nederland mag geloven, denken en uiten wat hij of zij zelf wil, zonder dat de overheid daarin interfereert – al mag dat nooit leiden tot daden die in strijd zijn met de wet. Die traditie kunnen wij ook handhaven ten aanzien van de fundamentalistische islam wanneer die zich op onaanvaardbare wijze afkeert van onze samenleving, omdat wij voldoende middelen hebben om in te grijpen.

Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat aanhangers van de islam en van andere godsdiensten een morele agenda hebben die soms haaks staat op een aantal min of meer geaccepteerde praktijken in onze samenleving; denk aan opvattingen over alcohol- en drugsgebruik, echtscheiding, pornografie, fraude, de commercialisering van het bestaan, menselijke relaties. Dat kan ons een spiegel voorhouden en het kan een appèl uitoefenen op mensen die de existentiële leegte van de seculiere samenleving willen ontstijgen.

Religies bieden hun gelovigen een perspectief op een rechtvaardige of rechtvaardigere samenleving. Wanneer samenlevingen dat perspectief niet op andere wijze kunnen bieden, ligt het voor de hand dat religies terrein winnen.

De zoektocht naar een rechtvaardige samenleving zou juist het punt kunnen zijn waarop gelovigen en seculieren elkaar de hand kunnen reiken.

Bij die zoektocht zal het vasthouden aan een seculier denkkader, met als basisbeginselen de tolerantie voor minderheden en een politieke autoriteit waarvan de legitimiteit niet op God of een religie is gebaseerd, opnieuw zijn diensten bewijzen. Alleen een seculiere staat creëert de ruimte voor de grote diversiteit die het kenmerk is van de moderniteit en de moderne stedelijke samenleving. Alleen in een seculiere staat is een bepaalde mate van coëxistentie tussen verschillende groepen en individuen mogelijk. Alleen in een seculiere staat met een democratische ordening kan een publieke ruimte ontstaan om de verschillende uitgangspunten van de verschillende bevolkingsgroepen te articuleren en uit te onderhandelen. Want alleen in een seculiere staat is, om met Thorbecke te spreken, ,,de eenheid van de staat, en de gelijkheid voor het recht'' gewaarborgd. Dat doet de seculiere, democratische staat, door een belangrijk principe boven alles te stellen: het respect voor de fundamentele rechten van een ieder, zonder onderscheid des persoons.

We moeten ons wel de tijd gunnen en niet alles `meteen' willen regelen. Gemeenschap is iets dat slechts in de tijd ontstaat. Ik zou daarom zeggen: pas op met het verbieden van moskeeën of islamitische scholen en stel geen godsdienstpolitie in. Dat zijn de verkeerde antwoorden op op zichzelf relevante vragen. Gooi de uitgangspunten van onze seculiere, democratische, rechtsstaat niet weg uit angst voor religie en in het bijzonder voor de islam.

Job Cohen is burgemeester van Amsterdam. Dit is een bewerkte versie van de Willem van Oranjelezing, dinsdag in Delft.

De volledige tekst is te vinden op

www.nrc.nl/opinie