Bot gooit knuppel in het hoenderhok

In Berlijn stelde minister Bot (Buitenlandse Zaken) gisteren voor Europese bevoegdheden `terug te hevelen' naar de eigen staten. Dat idee viel niet meteen in goede aarde bij sommige Nederlandse lijsttrekkers voor de Europese verkiezingen, zo bleek gisteren.

Minder bevoegdheden voor Europa? Die gedachte van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Bernard Bot, doet sommige lijsttrekkers bij de Europese verkiezingen toch wel even de wenkbrauwen fronsen.

,,Ik moet eerst toch eens goed lezen wat Bot daar voorstelt, voordat ik reageer'', meent zelfs CDA-lijsttrekker Camiel Eurlings, notabene partijgenoot van Bot. Het meest enthousiast onder de lijsttrekkers die zojuist aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam aan een tv-debat hebben deelgenomen, is VVD-lijsttrekker Jules Maaten: ,,Bots voorstel past uitstekend in onze gedachte dat na de jongste uitbreiding de Europese Unie zich zoveel mogelijk tot zijn kerntaken moet beperken: alleen de interne markt en grensoverschrijdende problematiek'', zei hij gisteravond.

PvdA-lijsttrekker Max van den Berg daarentegen ziet weinig in Bots voorstellen. ,,Natuurlijk moet er worden gesnoeid in het Europese landbouw- en structuurbeleid. Maar ik wil de vrijkomende fondsen inzetten voor andere zaken: innovatie, arbeidsbeleid. Dat kan wel door nationale regeringen gebeuren, maar niet zonder Europees toezicht. Anders boekt minister Zalm (Financiën, red.) de vrijkomende gelden gewoon af als bezuinigingen.''

Een revolutie in het Nederlandse Europa-beleid was hij niet, de toespraak aan de Humboldt-Universiteit in Berlijn waarmee Bot gisteren liet weten dat hij – aan de vooravond van de Europese verkiezingen en het Nederlands voorzitterschap – zijn partijtje in Europa mee wil blazen naast of zelfs méér dan premier Balkenende en staatssecretaris Nicolaï van Europese Zaken. Bot, in zijn vorige leven als diplomaat gepokt en gemazeld in het Europese onderhandelingswezen, acht zich alleszins gerechtigd tijdens het voorzitterschap een vooraanstaande rol te spelen.

Strikt genomen vielen Bots voorstellen – het terughevelen van sommige Europese bevoegdheden naar de nationale staten – ook geheel binnen de door het CDA al vele jaren bepleite `subsidiariteitsgedachte': niet zaken centraal (op Europees niveau) willen regelen die beter op landelijk, of zelfs regionaal zouden kunnen worden gedaan.

Nieuw was wel de terminologie waarin Bot deze ideeën naar voren bracht. Er is een nieuw contrat social of Gesellschaftsvertrag nodig voor de Unie, zei de minister, vrij naar Rousseau. Terugheveling van Europese bevoegdheden wordt in die gedachtegang een middel om de vervreemding die veel burgers van de EU-landen jegens de EU bevangt, tegen te gaan.

Niet op alle terreinen bepleitte Bot terugheveling. De Europese coördinatie moet op een aantal punten juist aanzienlijk worden versterkt, zei hij. Hij noemde in dat verband met name het strafrecht. Dat was opmerkelijk omdat zijn partijgenoot minister Donner (Justitie) in dat opzicht juist grote terughoudendheid aan de dag legt.

En verregaande `Europeanisering' bepleit Bot ook op zijn eigen beleidsterrein, Buitenlandse Zaken, en Defensie. Hier vindt hij met name het CDA en de PvdA aan zijn zijde. CDA-lijsttrekker Eurlings meent dat de Irak-crisis heeft aangetoond dat een verdeeld Europa geen vuist kan maken en dat er in de buitenlandse politiek iets voor te zeggen zou zijn als het nationaal vetorecht niet meer zou gelden.

Dat vindt ook PvdA-leider Bos, liet deze vorige week in een artikel weten. De PvdA, aldus Bos, zou er ook extra investeringen in Defensie voor over hebben als Europa ertoe zou besluiten in de toekomst vaker een gemeenschappelijke militaire vuist te maken, als potentieel tegenwicht tegen de Amerikanen.

Hier is juist de VVD weer sceptisch. ,,Zolang Groot-Brittannië en Frankrijk vasthouden aan een eigen zetel in de Veiligheidsraad en dan ook nog soms verdeeld stemmen, blijft een gezamenlijke buitenlandse politiek van de Unie een illusie'', zei Maaten gisteren.

De voorbeelden die Bot noemde voor de `hernationalisering' – cultuurbeleid, gezondheidszorg, delen van het landbouw – alsmede structuurbeleid en sociaal beleid waren rijkelijk vaag. In enkele gevallen geldt bovendien dat Europa daarin (nog) niet veel bevoegdheden heeft. De betekenis van Bots voorstellen blijkt echter uit de achterdocht die, de VVD'er uitgezonderd, de lijsttrekkers beving toen ze er gisteravond van hoorden.

Als `goede europarlementariërs' zijn ze in deze tam verlopende verkiezingsstrijd bereid om grapjes te maken over wat zij zien als `overdreven' Europese bemoeienis, zoals het ladderverbod of de coëfficiënt voor de kromming in bananen.

Maar het blijft bij ironie: tot fundamentele kritiek op de werkwijze van Europa komt het in geen enkele van de tot nu toe gevoerde debatten, behalve als de vertegenwoordigers van de SP of de LPF ook mogen meedoen. Wat de grote partijen betreft, is de oude rot Bot er gisteren dus wel degelijk in geslaagd, een knuppel in het hoenderhok te gooien.