Alles is kapot in Soedanees Kailek

In de Soedanese regio Darfur hebben Arabische milities huisgehouden in Afrikaanse dorpen. Bijna twee miljoen mensen zijn ontheemd, tienduizenden zouden zijn gedood.

,,In Kailek heeft zich iets afschuwelijks afgespeeld'', fluistert een handelaar in het dorpje Bromga in de Soedanese regio Darfur. Schichtig kijkt hij naar zijn mede-Arabieren. Wanneer hij verder wil vertellen over het naburige Kailek, duwt een man met een kalasjnikov hem weg en snauwt: ,,Hij is een leugenaar.'' Hij wijst naar verbrande woningen in Bromga: ,,De Afrikaanse rebellen vielen ons Arabieren hier in ons dorp aan; geloof niet wat hij je vertelt.''

Afgebrande dorpen liggen links en rechts van het zanderige pad naar Kailek. Mannen passeren, op paarden, kamelen en ezels, gewapend met geweren, messen en zwaarden. Sommigen zijn in burger, anderen dragen uniformen van het regeringsleger of de politie. Ze zwaaien vriendelijk. Zij zijn de gevreesde Janjaweed, de Arabische milities die door de Soedanese regering in Darfur zijn opgezet om een rebellie van Afrikaanse verzetsbewegingen de kop in te drukken. Dat hebben zij met grof geweld gedaan: bijna twee miljoen mensen zijn ontheemd; niemand weet hoeveel mensen zijn gedood, maar volgens ruwe schattingen zijn het er zeker tienduizenden.

Kailek is een groene oase in de zanderige omgeving. Onder de palmbomen doemt de verschrikking op. Het stadje is zwartgeblakerd en ontvolkt. Een eenzame hond hinkelt weg, een manke ezel balkt. Waar de markt was pikken ibissen uit kapot geslagen potten en pannen. De rieten daken van de lemen woningen zijn verbrand. Alles is stuk: de moskeeën, de voedselopslagplaatsen, een garage, de winkels. Alles.

Rond het ingestorte politiebureau onder de mangobomen is al het gras vertrapt, alsof er een menigte mensen heeft gestaan. Iets verderop bevinden zich enkele pasgemaakte graven. Tussen een hoopje gescheurde vrouwenkleren liggen kogelhulzen.

Het antwoord op de vraag welk onheil Kailek trof ligt in de districthoofdplaats Kas, 60 kilometer oostwaarts. Kas telt 35.000 inwoners bij wie zich 45.000 ontheemden uit de omgeving hebben gevoegd, velen uit Kailek en omstreken. In schoolgebouwen, rond de watertorens, bij de markt, overal hebben ze zich gevestigd. De ontheemden zijn net als de Arabische en gearabiseerde Soedanezen in Darfur moslims, maar van Afrikaanse afkomst. En ze bedrijven landbouw, in tegenstelling tot hun Arabische landgenoten die nomadisch leven van hun vee.

Van de geheimzinnigheid van de Arabieren in het dorpje Bromga over wat in Kailek is gebeurd is hier geen sprake. ,,Meneer, ik ben te oud om te liegen'', begint de bejaarde Adam Mussa uit Kailek. Met twee religieuze leiders aan zijn zijde en omringd door een grote groep ontheemden vertelt hij het verhaal van Kailek.

Op een dag begin februari, om vier uur in de middag, werd de aanval op het enkele duizenden inwoners tellende stadje gelanceerd. ,,De strijders van de Janjaweed-militie op hun paarden kwamen eerst en omsingelden Kailek. Daarna volgden de regeringssoldaten in twaalf auto's. Ze doodden onze kinderen, blinden, gehandicapten, alleen de sterkeren onder ons konden wegrennen naar de heuvels. Onze huizen werden in brand gestoken.'' Omstanders beginnen te roepen hoeveel familieleden zij verloren. Geen familie lijkt gespaard. Honderden moeten zijn gedood. Dit was nog maar het begin van de marteling van Kailek. Twee dagen later vertrokken de regeringssoldaten. Zij lieten de Janjaweed-strijders achter. Na een week waren de meeste gevluchte bewoners teruggekeerd uit de heuvels. Ze waren hongerig en geloofden de belofte van de Janjaweed dat ze veilig waren. Ze mochten het stadje echter niet meer uit.

[Vervolg DARFUR: pagina 5]

DARFUR

Vrouwen dagenlang verkracht

[vervolg van pagina 1]

,,Alle mannelijke inwoners moesten zich verzamelen rond het politiebureau'', zo neemt een geestelijk leider van Kailek het woord. ,,Enkele Arabische inwoners van onze stad hadden zich aangesloten bij de Janjaweed. Zij riepen de namen af van dorpelingen, iedere dag opnieuw. Degenen die zich moesten melden, werden naar de rivierbedding gebracht en geëxecuteerd.''

Een zware man dringt zich naar voren en toont een groot litteken in zijn nek. De Janjaweed strijders probeerden hem op te hangen maar het touw brak en hij deed alsof hij dood was. Vrouwen kijken beschaamd naar de grond. Zij werden gescheiden van de mannen en dagenlang verkracht. Een meisje van 15 jaar vertelt na enig aandringen hoe zij werd vastgebonden door Janjaweed strijders, die haar tien dagen lang verkrachtten.

Twee maanden lang hielden de Janjaweed strijders Kailek bezet. Alleen dorpelingen die losgeld konden betalen, mochten vertrekken. De leider van de Janjaweed heette volgens de dorpelingen Ahmed Abu Khamasha. Hij werkte nauw samen met Ahmed Ngabu, de hoogste districtsbestuurder van de regio rond Kas. Deze districtsbestuurder bezocht Kailek verscheidene malen gedurende de bezetting. Pas na de interventie van het hoofd van een buitenlandse hulporganisatie, die bij toeval in het gebied langskwam – buitenlandse hulpverleners en journalisten worden slechts zeer beperkt tot Darfur toegelaten – gaf hij de Janjaweed opdracht het stadje te verlaten. Deze buitenlandse hulpverlener bevestigt het relaas van de bewoners. Eind april waren alle overlevenden van Kailek en omringende dorpen in Kas gearriveerd.

,,De verkrachtingen, de moorden, de martelingen, al deze verschrikkingen zijn in onze harten opgeslagen'', besluit de oude Adam Musa zijn verhaal. ,,Hoe kunnen we ooit naar Kailek terugkeren met die herinneringen? En hoe kunnen we ooit nog de regering vertrouwen? Zij bewapende de Janjaweed, zij gaf het groene licht voor de vernietiging van Kailek omdat wij de rebellen zouden steunen. Laat ik u vertellen meneer, wij hebben nooit één rebel in ons dorp gezien.''

Een reis door deze gigantisch grote regio toont duizenden geblakerde dorpen en stadjes, vrijwel zonder uitzondering van Soedanezen van Afrikaanse afkomst. De ontheemden in Darfur zijn nog steeds niet veilig. Janjaweed strijders patrouilleren 's avonds in de straten van Kas. Enkele ontheemden zijn opgepakt en nooit meer teruggezien. Vrouwen die water gingen halen of hout sprokkelen, werden verkracht. En in Kas, zoals in vrijwel geheel Darfur, zijn geen buitenlandse hulpverleners om hun veiligheid te verzekeren.

Alleen in Bromga lijkt het veilig en de Arabieren doen er goede zaken. Adam Musa springt op bij het horen van die naam. ,,Dat is helemaal hun dorp niet, dat is een dorp van ons'', roept hij boos. ,,De Janjaweed strijders vielen Bromga aan, verbrandden vele huizen en verdreven de Afrikanen. Toen hebben ze het aan de Arabieren gegeven.''