Vermakelijke ruzies in het Vlaams

Jos wil het aftrappen. Jos wil uit de groep. Hij voelt zich somber, `niet gelijk alleman': ,,Zo lig ik te craqueleren lijk onder een schoen, elke dag meer geplet, asemen is al corvee, niets maakt mij nog blij, zelfs lachen klinkt mij als kot-kot-kedei.'' Maar dat laten de andere Jossen niet glad zitten. Eens een Jos, altijd een Jos. Bovendien, als één Jos zijn onvrede uitspreekt, maakt hij dat gevoel bij alle Jossen los. De eenheid is zoek. Dus Jos moet hoe dan ook terug in het gareel. Dood of levend.

Taalvirtuoos Tom Lanoye schreef voor het Vlaamse collectief Olympique Dramatique de absurde komedie De Jossen, over een commune van mannen die allen Jos heten. De groep heeft zich merkwaardig uitgedost in vleeskleurige turnpakken die zich strak om de schaamstreek spannen, met gestreepte wollen hesjes, leren motorjassen, en een bloem van tutu's en vlaggen op de rug. Het eerste kwartier wordt de eenheid van de groep getoond door een krankzinnig ritueel dat het midden houdt tussen moderne dans en de vrije oefening bij het wedstrijdturnen. Gevoegd bij het kleffe `foefelen en smossen', de blote voeten en de dierlijke geur die de groep verspreidt, roept de dans herinneringen op aan de onsmakelijkheid der gymnastieklessen van vroeger. De ernst en het fanatisme waarmee de knullige figuren worden uitgevoerd, werken erg aanstekelijk.

Na deze lange proloog volgt de tekst van Lanoye die voornamelijk bestaat uit vermakelijke ruzies, deels op rijm en met smeuïge Vlaamse zegswijzes. Geestig maar ook moeilijk te volgen is het sterke Vlaamse accent van de Jossen. De voorstelling bevat stevig fysiek spel waarin op mime-wijze veel humor en spanning zit in het eindeloos uitstellen en oprekken van handelingen. De groep toont zijn saamhorigheid door in een krankzinnige kluwen van Jossen in elkaar te klimmen, op een rij op de grond liggend met het hoofd tussen elkaars benen; in de pose van een bevroren groepsgevecht, als in een strip. De groep houdt het spel los door de schijn van improvisatiete wekken. Het enige dat gisteravond, op de Nederlandse première, echt niet was ingestudeerd, was de brandwond die een pistoolschot achterliet op de rug van Jos.

Met dit pistoolschot krijgt de avond een grimmige wending. Terwijl Jos links zijn pistool richt, begint Jos rechts alvast aan zijn roerende lijkrede. De blije groepsgeest, nog begonnen in een hippieachtige commune-sfeer, blijkt een povere maskerade voor een schijnheilige, harde maffia-code.

Echt gelijk zijn de Jossen natuurlijk nooit. Net als bij de Smurfen tekent zich al snel een rolverdeling af: de Driftige Jos met het rode hoofd, de Bazige Jos, de Afvallige Jos, de Domme Jos met de snor, en de Kleine Jos die door de anderen steeds in toom moet worden gehouden. Net als de Jossen is Olympique Dramatique – ditmaal werkend onder de vlag van het Toneelhuis – een collectief dat zonder leider werkt. Ook bij hen zijn er echter duidelijke verschillen waarneembaar. Hoe sterk het groepsspel ook is, de dwergachtige Jan Bijvoet is duidelijk de grappigste Jos. Wat een idioot elastiek lichaam heeft hij, en met welk een timing en kinderlijke onnozelheid brengt hij zijn zinnen.

Voorstelling: De Jossen. Gezien: 1/6 Brakke Grond, Amsterdam. Aldaar 2/6; 3/6 Haarlem, 8/6 Groningen 16-19/6 Antwerpen. Inl. 0032 3 2248800