Verlichte Gematigdheid kan de wereld redden

De tumultueuze periode die de wereld doormaakt, heeft de noodzaak om orde te scheppen in verwarde situaties des te urgenter gemaakt. Dat kan via een strategie van Verlichte Gematigdheid, meent Pervez Musharraf.

De wereld is een buitengewoon gevaarlijk oord geworden. De verwoestende kracht van kneedbommen, gecombineerd met technisch verfijnde, op afstand bediende ontstekingen en gevoegd bij een sterke toename van het aantal zelfmoordaanslagen, heeft een dodelijke kracht gecreëerd waar vrijwel niets tegen te beginnen valt. Het tragische is dat zowel de mensen die deze misdrijven begaan als de meeste slachtoffers ervan moslims zijn.

Dit heeft bij vele niet-moslims ten onrechte de indruk gewekt dat de islam een onverdraagzame, strijdlustige en terroristische godsdienst is. Hierdoor hebben steeds meer mensen de islam gekoppeld aan fundamentalisme, fundamentalisme aan extremisme, en extremisme aan terrorisme. Al protesteren moslims nog zo krachtig tegen dit soort etikettenplakkerij, het is nu eenmaal zo dat hun stemmen in de strijd om de publieke opinie weinig uithalen. Om het allemaal nog erger te maken, zijn de moslims waarschijnijk het armste, minst ontwikkelde, meest machteloze en minst verenigde volk ter wereld.

Iedereen wie het gemeenschappelijk erfgoed van de mensheid ter harte gaat, staat voor een grimmige uitdaging, die bepaalt wat wij latere generaties zullen nalaten. Wij moslims staan speciaal voor de opgave ons omhoog te moeten worstelen uit het diepe gat waarin wij ons bevinden, en ons te moeten verheffen door individuele prestaties en collectieve sociaal-economische emancipatie.

Mijn voorstel om deze knoop te ontwarren is Verlichte Gematigdheid, waarbij iedereen – zowel de islamitische als de niet-islamitische wereld – baat zal hebben. Het is een tweeledige strategie.

Allereerst dient de islamitische wereld zich te onthouden van militant optreden en extremisme, en moet deze de weg van de sociaal-economische verheffing inslaan.

Ten tweede moet het Westen, met name de Verenigde Staten, proberen alle politieke conflicten op rechtvaardige wijze te beslechten en de achtergestelde islamitische wereld te helpen sociaal-economische vooruitgang te realiseren.

Wij moeten begrijpen dat de wortels van het extremistische en militante optreden liggen in politieke onrechtvaardigheid, in het probleem dat een groep mensen zaken worden geweigerd en ontzegd. In combinatie met bittere armoede en analfabetisme resulteert zulke politieke onrechtvaardigheid jegens een natie of een volk in een explosief mengsel. Een schrijnend gevoel van uitzichtloosheid en machteloosheid is het gevolg. Een natie die aan deze dodelijke kwalen lijdt, is licht vatbaar voor oproepen tot strijd en tot extremistische, terroristische daden. Zij is kanonnenvlees in een terroristische oorlog.

Ik zou tekortschieten als ik niet, ter verdediging van mijn geloofsgenoten, naging hoe het gekomen is dat de moslims worden beschouwd als extremisten en terroristen. Vóór de tegen de Sovjet-Unie gerichte oorlog in Afghanistan was er in de islamitische wereld maar één bron van onrust en zorg: het Palestijnse conflict. Die kwestie heeft ertoe geleid dat de moslims zich achter de Palestijnen schaarden, tegen Israël. Tijdens de Afghaanse oorlog van de jaren '80, die door het Westen werd gesteund en gefaciliteerd als een oorlog bij volmacht tegen de Sovjet-Unie, is de pan-islamitische strijdbaarheid opgekomen en gekoesterd. De islam werd, als godsdienst, gebruikt om de steun van moslims in heel de wereld te verwerven. Vervolgens hebben zich in de jaren '90, na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, de gruweldaden en de etnische zuiveringen tegen de moslims in Bosnië, de Tsjetsjeense opstand, de strijd om de bevrijding van Kashmir en de met nieuwe kracht opgekomen Palestijnse intifada voorgedaan. Om het allemaal nog erger te maken, heeft men de agressieve houding waartoe Afghanistan de aanzet had gegeven – en die na het einde van de Koude Oorlog had moeten worden bezworen – tien jaar lang laten voortwoekeren.

In die periode hebben de vijandige gevoelens van de strijders uit de islamitische wereld zich naar vele kanten gericht, op zoek naar nieuwe conflictgebieden in streken waar moslims leed ondervonden. Dat bracht de geboorte van Al-Qaeda. Intussen won de Palestijnse intifada steeds aan kracht – zij schiep eenheid en wekte woede onder moslims overal ter wereld.

Toen kwam de donderslag van 11 september 2001, en de woedende reactie van de VS tegen de Talibaan en Al-Qaeda in Afghanistan. Alle volgende reacties van de Verenigde Staten – hun binnenlandse optreden tegen moslims, hun houding jegens Palestina en de operatie in Irak – hebben geresulteerd in verregaande polarisatie van de islamitische massa's tegen de VS. Strijdlust en extremisme zijn niet in het leven geroepen door de islam als religie, maar door politieke conflicten die vijandige gevoelens hebben opgewekt bij de islamitische massa's.

Wij mogen deze toestand niet laten voortwoekeren en er moet een remedie gevonden worden. Ik doe een beroep op het Westen om, als onderdeel van een strategie van Verlichte Gematigdheid, deze politieke conflicten op rechtvaardige wijze op te lossen.

Bij de gedachte aan de rol van de moslims in de huidige wereld breekt mijn hart. Introspectie is noodzakelijk. Wie zijn wij, waarvoor staan wij als moslims, waar gaan wij heen, welk doel moeten wij kiezen en hoe kunnen wij dat bereiken? De antwoorden op deze vragen zijn de islamitische kant van de Verlichte Gematigdheid.

Wij hebben een roemrijk verleden. De islam is onverhoeds op het wereldtoneel verschenen als de vaandeldrager van een rechtvaardige, legitieme, verdraagzame en op waarden gebaseerde samenleving. Wij vertrouwden op de verheffing van de mens door kennis en verlichting. Wij waren een toonbeeld van verdraagzaamheid onder elkaar en jegens andersgelovigen. De legers van de islam trokken niet op om mensen door het zwaard te bekeren – al is die indruk wel eens ontstaan –, maar om hen door het zichtbare voorbeeld van hun deugden uit de duisternis te bevrijden. Er valt geen betere belichaming van die fundamentele waarden van de islam aan te wijzen dan het persoonlijke voorbeeld van onze Heilige Profeet (vrede zij met hem), die een toonbeeld was van gerechtigheid, mededogen, verdraagzaamheid jegens anderen, generositeit, soberheid en opofferingsgezindheid, en brandend verlangen om een betere wereld tot stand te brengen.

De huidige islamitische wereld is ver verwijderd van die waarden. Wij zijn ver achtergebleven in sociale, morele en economische ontwikkeling. Wij zijn in onze schulp blijven zitten en hebben geweigerd van anderen te leren of iets over te nemen. Wij zijn afgedaald tot de uiterste diepte van wanhoop en vertwijfeling. Wij moeten de barre realiteit onder ogen zien.

Is de weg die voor ons ligt er een van confrontatie en strijd? Zou die weg ons werkelijk kunnen terugvoeren naar onze vroegere glorie en tegelijkertijd de wereld het licht van vooruitgang en ontwikkeling kunnen tonen?

Ik zeg tegen mijn moslimbroeders: de tijd voor een renaissance is gekomen. De weg vooruit gaat via de verlichting. Wij moeten ons toeleggen op de ontwikkeling van het menselijk potentieel door armoede te verlichten en door onderwijs, gezondheidszorg en sociale gerechtigheid. Als dat onze koers is, dan kan die niet worden gerealiseerd door confrontatie. Wij moeten door middel van een gematigde, verzoenende aanpak de strijd aanbinden met de wijdverbreide opvatting dat de islam een militante religie is, onverenigbaar met modernisering, democratie en secularisme. Dit alles dient te geschieden in het besef dat het in de wereld waarin wij leven niet altijd eerlijk toegaat.

Pervez Musharraf is president van Pakistan. © LAT/WP Newsservice.