The Skidmarks

Met een Olympische stap voorwaarts neemt de Amsterdamse band The Skidmarks afstand van zijn ietwat clichématige garagesound, die op het tussendoortje Annual White Trash Barbecue van vorig jaar ook nog eens veel te dunnetjes werd overgedaan. Het tweede officiële studioalbum, Till The Last One's Gone, is dan ook ronduit een wonderplaat. Alle muzikale voorkeuren van de band zijn vervlochten in een van tovenarij getuigend groepsgeluid, dat op het eerste gezicht van hot naar her schiet, maar wel telkens kant èn wal raakt. Diep doorleefde soul op ouderwetse orgelvegen, bizarre gitaarriffs die op onverwachte momenten de songs opzwepen, en vocalen die de perfectie bereikt hebben. De vrije vormen van de composities zijn natuurlijk verrassend, maar de verve waarmee de band oude garage-riten heeft aangelengd met hoogstpersoonlijke ingrediënten is meer dan opzienbarend. Want deze van emotie dampende songs slepen veel onverbiddelijker mee dan die garagedeuntjes van weleer.

Dit is, zoals in deze hoek van de muziek gebruikelijk is te zeggen, `eigenwijs goeie Nederbeat', want zelfs in buitenlandse kringen (jongens die Bintangs singles op E-Bay kopen bijvoorbeeld) moet men het niet wagen te zeggen dat staaltjes als deze `onhollands overtuigend zijn'.

The Skidmarks behoren in één klap tot de vaderlandse top.

The Skidmarks, Till The Last One's Gone; Munich