`Straks moet ik het eten overslaan'

Amerikaanse automobilisten klagen steen en been over de scherpe stijging van de benzineprijs. Toch ligt de prijs nog maar op de helft van het niveau in de meeste Europese landen.

Er is niet veel nodig om Rahman Mohd, een van oorsprong Bengaalse taxichauffeur in New York, te bewegen tot een tirade tegen de huidige benzineprijzen. ,,Vergeleken met een jaar geleden ben ik per dag vijftien dollar meer kwijt'', zegt de druk gesticulerende Mohd bij een tankstation in de wijk Chelsea in Manhattan, waar de gele taxi's aan en afrijden. ,,Als dat zo doorgaat moet ik mijn maaltijd overslaan, anders houd ik niets meer over.''

Met 2,39 dollar voor een gallon (3,785 liter) normale, ongelode benzine is dit Exxon tankstation een van de duurste in de staat New York, waar de gemiddelde prijs per gallon momenteel op 2,22 dollar ligt, een niveau dat in 21 jaar niet meer is bereikt. Alleen al in mei steeg de benzineprijs met een kwartje. Vooralsnog heeft deze stijging nog niet tot een duidelijk meetbare terruggang in het benzineverbruik geleid, maar lang kan dit niet meer duren. Volgens sommige economen gaan automobilisten tien procent minder autorijden bij een prijs van 2,80 dollar per gallon. (Omgerekend komt 2,39 dollar uit op 0,63 dollarcent per liter, dat is 51 eurocent per liter; in Nederland betaalt een automobilist ongeveer 1,30 euro voor een liter euroloodvrij 95).

Het Amerikaanse ministerie van energie voorspelt dat de gemiddelde benzineprijs deze maand zijn hoogtepunt zal halen, en daarna weer gaat dalen, maar een eerdere voorspelling over de prijsontwikkeling in mei moest al naar boven worden bijgesteld. Het zogenaamde `fear premium', oftwel de opdrijving van de olieprijs wegens angst voor vernietiging van 's werelds grootste voorraden, blijkt hardnekkiger dan verwacht. Na de aanslag afgelopen weekend in Saoedi-Arabië, waarbij 22 mensen omkwamen, steeg de prijs voor een vat olie op de New Yorkse oliemarkt tot 42,38 dollar, een record.

De prijs van ruwe olie neemt ongeveer de helft van de benzineprijs voor zijn rekening. Elke dollar die de prijs per vat stijgt, doet de benzineprijs stijgen met 2,4 cent per gallon.

Nu stijgen de benzineprijzen over de hele wereld, maar in de Verenigde Staten stijgen ze sneller, en niet alleen omdat de VS historisch een van de laagste benzineprijzen kent. De prijzen aan de pomp zijn dit jaar alleen al met bijna vijftig procent gestegen, terwijl de olieprijzen nog niet met 25 procent stegen. Als oorzaak van deze kloof noemen specialisten de suboptimale staat van de Amerikaanse olieraffinaderijen. Door de fusiegolf in de olie-industrie zijn er minder raffinaderijen overgebleven, en moet een geraffineerd eindprodukt, zoals benzine en kerosine, tegen hogere prijzen worden ingevoerd, bij een gelijkblijvende vraag. Waarnemers verwachten niet dat oliemaatschappijen op korte termijn gaan investeren in nieuwe capaciteit.

Niet alleen taxichauffeurs maar ook Amerikaanse consumenten, die als de hoogste brandstofverbruikers ter wereld bekend staan, beginnen de extra benzinekosten langzamerhand te verdisconteren in hun bestedingen. Autoloze zondagen zijn in autominnend en uitgestrekt Amerika nog altijd ondenkbaar, maar in showrooms door het land wordt een hogere belangstelling voor zuinig rijdende auto's gesignaleerd.

Sports Utility Vehicles (SUV), de grote, brandstofverslindende terreinwagens, doen het de laatste maanden minder goed dan `hybride' auto's, die behalve van benzine gebruik maken van een brandstofcel. Zo rijdt de populaire hybride Toyota Prius ongeveer 4 keer zo efficient als een Lincoln Navigator, een grote SUV.

,,Als je in de suburbs woont en je hebt een paar kinderen dan kom je al gauw op een SUV uit'', zegt een pafferige man uit New Jersey van achter het stuur van zijn Cadillac Escalade, een terreinwagen in het duurdere segment, die circa een gallon verbruikt op twaalf mijl (ongeveer een liter op vijf kilometer). Is hij van de zomer, ondanks de hoge benzineprijs, wel van plan met zijn Escalade op vakantie te gaan? ,,Jawel'', zegt de man na enig nadenken, ,,maar misschien gaan we iets minder ver weg.''

Volgens Gary Becker, een Nobelprijswinnaar in de economie aan de Universiteit van Chicago, is de hoge benzineprijs nog niet hoog genoeg. Hij pleit voor een 'terrorist protection tax', een extra accijns tegen terrorisme van zo'n vijftig dollarcent, zodat de consumptie afneemt en Amerikanen minder afhankelijk worden van olie uit het Midden Oosten. Met de belastingopbrengst kan de overheid de strategische oliereserves aanvullen, aldus Becker.

Taxichauffeur Mohd slaat met een vlakke hand op zijn voorhoofd als hij hoort dat de benzineprijzen in Europa nog steeds bijna drie keer zo hoog zijn dan in de VS, vooral door benzine-accijnzen. ,,Hoe kun je met zulke prijzen een taxibedrijf runnen?'' zegt hij. ,,In New York is een taxi al zo duur. Ik zou er zelf nooit een nemen.''