Pas huilen als de regen eindelijk losbarst

De Japanse film Shara begint met het geluid van stemmen. Ze horen bij de tweeling Kei en Shun, die op de achterplaats bezig zijn inkt van hun knieën te schrobben. Het duurt even voor de camera ze gevonden heeft. Voorzichtig gaat die naar ze op zoek, eerst het huis langzaam aftastend, de jongens eventjes vangend in de reflectie van een raam, om daarna te ontdekken waar ze zich bevinden. Dan springt Kei op. `Kom', roept hij naar z'n broertje. Ze beginnen te rennen door de straten van het oude stadje Nara, in het zuiden van Japan. Shun rent achter Kei aan, de camera weer achter Shun. Soms is de camera beiden even kwijt, als ze in het doolhof van straatjes al een hoek om zijn. Deze filmische keuze weerspiegelt wat Shun dan overkomt. Plotseling is hij Kei kwijt. Eventjes was hij uit zicht. Hij blijkt verdwenen. Als Shun na lang zoeken huiswaarts keert, vragen zijn ouders waar Kei is. Weg. `Meegenomen door de geesten', zegt een buurvrouw.

In deze openingsscène is alles al te vinden wat van Shara een bijzondere én krachtige film maakt. De camerastijl die soms los van de gebeurtenissen opereert, om daarna weer het leven te betrappen. Het verdwijnen van het zoontje veroorzaakt groot verdriet, maar dat filmt regisseuse Naomi Kawase niet rechtstreeks. In Shara wordt de scène die logischerwijs zou volgen op die waarin Shun thuiskomt zonder Kei, een scène waarin verdriet en ontsteltenis mooi drama zouden kunnen opleveren, gewoon weggelaten. Dat is een gelukkige en suggestieve keuze. Want hoe film je immers zo'n extreem emotionele gebeurtenis? Kawase vertrouwt op het vermogen van haar publiek om zulke witregels zelf in te vullen. Zij weet dat zoiets veel krachtiger werkt. Van de toeschouwer, die gewend is dat alles keurig wordt ingevuld door een filmmaker, vergt het een meevoelende kijkinspanning.

Na deze opening maakt Shara een sprong van vijf jaar. De moeder, gespeeld door Kawase zelf, is hoogzwanger en spendeert veel tijd in de tuin. Vader is nog steeds verlamd van verdriet en hangt wat rond het huis. En hij zit in het comité dat het jaarlijkse zomerfestival organiseert. Shun kanaliseert zijn emoties in zijn schilderijen. Het eerste kunstwerk dat we Shun zien maken, is een schets van zijn klasgenote Yu. Ze vinden elkaar leuk, maar durven het niet te zeggen. In een schitterende scène, als we ze al heel vaak samen hebben gezien en duidelijk is wat ze voor elkaar voelen, zitten ze naast elkaar. Ze staren voor zich uit. Shun heeft z'n linkerhand over zijn rechterpols. Opeens draait Yu zich naar hem toe en kust hem heel lang op z'n mond. Hij verroert zich niet. De armen blijven bij elkaar. Opnieuw is er ogenschijnlijk geen emotie, maar toch maakt Kawase het belang van het moment voelbaar. Door net als Shun niets te doen. De camera blijft op afstand, er wordt niet ingezoomd. Door weer te vertrouwen op de toeschouwer die al ruim een uur zijn eigen emoties projecteert op de personages, krijgt Kawase het onzegbare toch voor elkaar. Zonder dialoog.

Niet dat in Shara de gevoelens van verdriet en het proces van rouwverwerking helemaal niet aan bod komen. Integendeel. Er zit alleen altijd een vertraging in. De rouw van de familie kan pas beginnen nadat een politieman langs is geweest met de mededeling dat het lichaam van Kei eindelijk is gevonden. Hij komt écht nooit meer terug. Pas dan is er plaats voor hartverscheurend verdriet. Shuns opgekropte emoties komen aan de oppervlakte. Oerkreten weerklinken en hij moet worden vastgehouden door z'n ouders. Even later ontlaadt iedereen zich in een rituele dans door de straten van Nara – dezelfde straten waarin Kei verdween – tijdens het zomerfeest. De muziek en bewegingen zijn opzwepend en een langverwachte catharsis volgt als de regen losbarst. Een voor allen bevrijdend moment.

Het goede van Shara is dat Kawase zich niet schaamt voor de transparantie van haar gebruikte symboliek. Het maakt haar zeer Japanse film uiterst universeel. De reinigende regen is een opvallend voorbeeld, evenals de metafoor van de tuin en zwangerschap. Meer terloops laat Kawase Shun langs een gebouw rennen dat wordt afgebroken, om plaats te maken voor iets nieuws. Dit cyclische en troostende idee van leven en dood komt terug in de opbouw van de film. Ze eindigt weer met het begin. We horen opnieuw stemmen. Dezelfde dialoog als waarmee de film begint over inkt op knieën klinkt. Er kan weer zonder pijn aan Kei gedacht worden. Of horen we Shun met zijn nieuwe broertje of zusje?

Shara (Shara Sôju). Regie: Naomi Kawase. Met: Kohei Fukunaga, Yuka Hyoudo, Naomi Kawase. In: Filmmuseum Cinerama, Amsterdam; Lantaren/Venster, Rotterdam; 't Hoogt, Utrecht; Lux, Nijmegen.