Olie, geweld en politiek

Een bloedig afgelopen gijzeling in de oliestad Khobar in Saoedi-Arabië heeft de autoriteiten en de vele buitenlandse betrokkenen weer eens wakker geschud. Moslimterroristen mijden ook het land van de heilige steden Mekka en Medina niet. Dat was al langer bekend. Saoedi-Arabië bleef de afgelopen jaren niet gevrijwaard van terreuraanslagen. Maar steeds weer lieten de Saoediërs zich sussen. Te lang ook was het machtige Amerika te soft tegen deze olierijke bondgenoot die een dubbele houding aannam ten opzichte van de wandaden van terroristen als Osama bin Laden – zelf van Saoedische afkomst. Zoals gisteren ook weer eens bleek uit een reportage in deze krant heeft Saoedi-Arabië het probleem van het terrorisme steeds ontkend, ook na 11 september. Nu moeten een verhoogde staat van waakzaamheid en betere beveiliging uitkomst bieden, maar dit zijn lapmiddelen die hooguit tijdelijk soelaas bieden. Ze nemen het onderliggende probleem niet weg, dat een lange voorgeschiedenis kent en verweven is met de ultraconservatieve cultuur en de religieuze mentaliteit in het land.

De terreur in Saoedi-Arabië heeft ruwweg dezelfde gevolgen als in Irak. Ze destabiliseert de politieke situatie, jaagt buitenlandse werknemers het land uit en laat zich het scherpste voelen in de olie-industrie. Met aanslagen en fysiek geweld wordt de olieprijs opgejaagd. Saoedi-Arabië is de grootste producent van ruwe olie ter wereld. Alle grote oliemaatschappijen hebben er installaties en personeel. Dat zoekt nu haastig – en met recht – een veilig heenkomen. Meer dan in het geval van Irak, dat momenteel relatief weinig olie produceert maar wel over kolossale voorraden beschikt, is de oliemarkt gevoelig voor onrust in Saoedi-Arabië. Gisteren, op de eerste handelsdag na de gijzeling in Khobar, steeg in New York de olieprijs met bijna twee-en-een-halve dollar naar een recordhoogte van 42,38 dollar per vat. De verzekering van de organisatie van olieproducerende landen (OPEC), dat de productie omhoog gaat en de prijs wel weer zal dalen, stelde de markt niet gerust. Olie is politiek. Terroristen weten dat en handelen ernaar. Een hoge olieprijs betekent voor olie-importerende landen afnemende welvaart en toenemende onrust onder de bevolking, die met lede ogen aanziet dat autorijden steeds duurder wordt. Een terreurdaad in Khobar is voelbaar tot aan de pomp in Colijnsplaat. Zo klein is de wereld.

Saoedi-Arabië heeft de sleutel tot rust op de oliemarkt in handen en is als land medebepalend voor de mate van extremisme onder moslims in de wereld. De Saoedische autoriteiten en de geestelijkheid wekken vooralsnog niet de indruk dat ze zich ten volle bewust zijn van hun verantwoordelijkheden, die zich uitstrekken tot ver buiten de landsgrenzen. Een structurele aanpak van het terrorisme en moslimextremisme in het land vereist een ommekeer die zijn weerga niet kent. Het westen kan behulpzaam zijn, en zeker de Verenigde Staten, door een gematigd internationaal optreden – maar de grote veranderingen zullen toch van binnenuit moeten komen. Het gaat allereerst om het steunen van gematigde moslims. Beter dan wie ook moeten zij in staat zijn om de geest van geweld in de fles terug te stoppen.