Modderen en polderen

Nederland kent een lange traditie van overleg en gedeelde verantwoordelijkheid. Het begrip `poldermodel', populair geworden in de paarse jaren negentig voor het overleg tussen de sociale partners, kan worden herleid tot de gemeenschappelijke inspanningen om polders droog te malen. De waterschappen, opgekomen in de Middeleeuwen, zijn een vroege uiting van het hedendaagse sociaal-economische overleg. De politiek van last- en ruggespraak uit de tijd van de Republiek en het harmoniemodel waarmee na de Tweede Wereldoorlog de wederopbouw ter hand werd genomen, zijn andere voorbeelden. Hiervan was het gevolg dat Nederland in de jaren vijftig en zestig nauwelijks stakingen kende, de lonen gematigd bleven en de sociale zekerheid gestaag uitdijde. Sociaal-economische pacificatie door middel van overleg tussen de overheid en de organisaties van werkgevers en werknemers bestaat dus veel langer dan het befaamde `akkoord van Wassenaar' van 1982 toen de voorzitters van de vakbonden en de werkgeversorganisaties tekenden voor langdurige loonmatiging in ruil voor korter werken om de Nederlandse economie uit een diepe recessie te halen.

Als het aan de fractievoorzitter van de VVD, Van Aartsen, ligt, heeft het poldermodel zijn beste tijd gehad. De poldereconomie is verworden tot een doormodder-economie, aldus Van Aartsen: iedereen praat mee, niemand is verantwoordelijk. Hij haalde het mislukte Voorjaarsoverleg aan waarbij het kabinet, de vakbeweging en de werkgevers er niet in slaagden een akkoord over de herziening van het vroegtijdige pensioen te bereiken. In de nasleep hiervan kondigde het kabinet vrijdag aan dat de algemeenverbindendverklaring van CAO's voor bedrijfstakken op grond van wetgeving die teruggaat naar 1937, niet langer gerespecteerd zal worden. De vakbonden, maar ook de werkgevers, zijn daarover in gradaties van woede uitgebarsten.

Wanneer onderhandelaars overeenstemming moeten bereiken over hervormingen van het stelsel van sociale zekerheid, leidt het poldermodel tot vertragingen in de besluitvorming. Er bestaat een onmiskenbare neiging om beslissingen naar adviesraden of overlegstichtingen door te schuiven of om over punten achter de komma te blijven zaniken. Maar in het geval van het Voorjaarsoverleg was van meet af aan duidelijk dat het kabinet afstevende op een krachtmeting met de vakbeweging en dat omgekeerd de vakbeweging, met name de FNV, niet van zins was om terrein prijs te geven. Bewindslieden voorspelden al weken van tevoren dat het overleg toch wel zou mislukken. Het kabinet heeft de besluitvorming nu naar zich toegetrokken en de sociale partners buitenspel gezet.

Over sociaal-economische kwesties blijft overleg tussen de overheid en de organisaties van werkgevers en werknemers onmisbaar. Deels omdat dit arbeidsrust oplevert, deels omdat het kabinet niet per decreet de sociale wetgeving kan herzien en het ministerie van Sociale Zaken niet is toegerust om alle afspraken van CAO's stuk voor stuk te toetsen. Het is niet zo erg dat de verhoudingen een tijdje op scherp zijn gesteld en evenmin dat de betrokken partijen zich bezinnen op hun ingenomen posities. Maar met het aangekondigde einde van het poldermodel is het als met de uitspraak van de Amerikaanse schrijver Mark Twain, die zei dat berichten over zijn dood overdreven waren.