Je bent ouder en je wilt nog wat

Het aantal ouderen dat een eigen bedrijf start is de afgelopen jaren opvallend gestegen. Opmerkelijk is tevens dat deze categorie starters succesvoller is dan jonge beginnende ondernemers. Ervaring en kapitaal helpen daarbij.

`Ik zou wel eens zelf willen ondernemen'', had Wietze Troost (63) al vaker tegen zijn vrouw gezegd. In 1992 kreeg hij daarvoor de kans. Hij werd op 51-jarige leeftijd ontslagen bij een Japanse fabrikant van kopieerapparaten, waar hij negentien jaar had gewerkt. ,,Ik heb nog wel bij andere bedrijven gesolliciteerd'', zegt Troost. Dat had weinig succes. ,,Ik liep tegen het leeftijdsprobleem op. Het liefste wilde ik mijn eigen ideeën bedenken en uitvoeren.'' Hij besloot zijn eigen bedrijf op te zetten, softwarebedrijf CD&E. Hij was altijd al met computers bezig. Zijn doel was een ,,leuke firma op te bouwen die kwalitatief hoogwaardige producten levert''. En daarin is hij geslaagd, vindt hij zelf.

Wietze Troost blijkt een voorloper op de trend te zijn geweest. Want steeds meer vijftigplussers besluiten een eigen onderneming op te zetten. In 1994 was het aandeel ouderen onder starters 8 procent. Dat steeg tot 11 procent in 2000 en vorig jaar bedroeg het percentage seniorstarters 16. Dat komt neer op bijna 6.500 vijftigplussers - de meesten van begin vijftig - met een eigen onderneming. Dat blijkt uit nog niet gepubliceerde cijfers van het Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (EIM). Ook uit cijfers die binnenkort door de Kamer van Koophandel bekend worden gemaakt, blijkt dat het aandeel oudere starters toeneemt. Onderzoeker Anne Bruins van het EIM noemt de stijging ,,een behoorlijke versnelling''.

Bovendien blijken deze seniorstarters succesvol te zijn. Het hoge startkapitaal dat velen van hen hebben, is een van de succesfactoren bij het opzetten van een eigen bedrijf, vertelt Anne Bruins. Zij zijn opgestapt met een gouden handdruk, zijn met vervroegd pensioen gegaan, hun partner werkt of ze hebben nog andere inkomsten. Niet dat deze vijftigplussers altijd voor ogen hebben om te groeien, maar zij breiden vaker uit dan jongere starters. Dat blijkt uit een eerder onderzoek van het EIM uit 2003. Tweederde van de ouderen geeft bij het begin van de onderneming aan niet te streven naar groei. Bij de jongeren is dat 40 procent. Na vijf jaar blijkt echter dat 40 procent van de bedrijven van deze ouderen is gegroeid, tegenover 28 procent bij de jongeren.

Waarom de seniorstarters stand houden? ,,Behalve dat zij startkapitaal hebben, hebben ze ook vaak relaties uit de tijd dat ze in loondienst werkten'', vertelt Bruins. ,,Ze hebben loopbaanervaring, ze hebben vaak al kennis van de branche waarin ze willen werken, ze weten al hoe je moet netwerken: als ze iets zelf niet kunnen, weten ze wel waar ze die dienst of product vandaan moeten halen en ze hebben een lange voorbereidingstijd. Het enige dat van negatieve invloed kan zijn op het slagen van hun onderneming is de kleinschaligheid.'' Daarbij gaan ouderen ook minder impulsief te werk bij het opzetten van een onderneming dan jongeren, denkt Willem Peeters, voorzitter van de Stichting Wise, die oudere starters op weg helpt en met MKB-Nederland het project Seniorstart Nederland begeleidt.

Wietze Troost vertelt over zijn ervaringen bij het opzetten van een eigen bedrijf op de eerste bijeenkomst van Seniorstart Nederland in Alkmaar. De organisatie wil een tweede netwerk voor oudere ondernemers opzetten in Noord-Holland. In Gelderland bestaat zo'n netwerk al en in Noord-Brabant wordt er binnenkort ook één opgezet. Seniorstart Nederland, een initiatief van de Taskforce Ouderen en Arbeid, wil mensen boven de 45 jaar interesseren voor het ondernemerschap. Projectleider Lia Smit: ,,De toestroom naar de bijeenkomsten van de netwerken is goed. We hebben nergens geadverteerd, het stond alleen op onze website. Maar telkens zit de zaal vol.''

Ook op dinsdagavond 18 mei zijn in het kantoor van de Kamer van Koophandel in Alkmaar alle stoelen bezet. Ongeveer twintig vijftigplussers die al een eigen bedrijf hebben of willen opzetten, luisteren aandachtig naar Troost. ,,Je moet geloven in je eigen kennis, maar je moet ook je zwakheden weten. Dat wordt moeilijker als je ouder wordt, want senioren zijn eigenwijs. Ze willen niet naar anderen luisteren. Ik zie ook veel senioren die niet veel willen investeren, in middelen en kennis. Maar dan zaag je de poten onder je eigen stoel weg, denk ik.'' Je kunt bijna een speld horen vallen in het zaaltje. ,,Wil er iemand vragen stellen?'' vraagt Lia Smit na een kwartier. ,,Nee hoor. Ik wil meer horen van Wietze. Ik vind het een heel interessant verhaal'', zegt een van de aanwezigen.

Marja Velthuis-Greven (55), een van de aanwezigen, heeft nog geen eigen bedrijf, maar is wel van plan dat op te zetten. Ze is deels afgekeurd wegens haar rug en zit in de WAO. Ze werkte altijd in de horeca. ,,Ik heb al veel gesolliciteerd, vooral omdat het moet. Maar er zit weinig voor mij bij.'' Daarbij heeft ze weinig opleiding genoten. Toen haar moeder in een verpleegtehuis lag, kwam ze op een idee. ,,De mensen daar hebben behoefte aan verzorging en aandacht. Met kleine dingen zoals nagels lakken zijn ze al heel blij.'' Daarom wil ze een eigen nagelstudio opzetten. ,,Nagelstudio's zullen mij niet willen aannemen en dan zou ik het volle pond moeten rekenen bij deze ouderen. Dat wil ik niet. Ik hoef ook niet te eten van dat werk van een nagelstudio, maar ik kan zo wel uit de WW.''

Waarom veel meer vijftigplussers nu een eigen bedrijf opzetten, is niet duidelijk. Het EIM en de Kamer van Koophandel hebben dat (nog) niet onderzocht. Behalve dat het aantal vijftigplussers groeit door de vergrijzing is waarschijnlijk de slechte economische situatie van invloed. Seniorstarters beginnen het vaakst een bedrijf omdat ze eigen baas willen zijn, blijkt uit het onderzoek van het EIM. Maar de reden die het op één na vaakst wordt genoemd, door 46 procent van de seniorstarters, is de `uit nood geboren reden door omstandigheden'. Werkloosheid bijvoorbeeld, of geen baan kunnen vinden. De reden ook waarom Wietze Troost en Marja Velthuis-Greven een eigen bedrijf hebben opgezet of willen opzetten.

Volgens Edgar Keehnen, directeur van Agewise, een adviesbureau voor marketeers die zich richten op vijftigplussers, is de levensfase van deze starters vooral van invloed op de groei van het aantal oudere zelfstandigen. ,,De vijftigplussers vragen zich af wat zij willen in het leven. Ik sprak laatst nog iemand die zei: ik heb wel een leuke baan, maar ik werk in de tijd van de baas. Ik wil werken in mijn eigen tijd. Het einde, de pensionering komt in zicht en sommigen willen hun droom waar ze al jarenlang over praten, nog uitvoeren.'' Het kan volgens Keehnen ook met de generatie te maken hebben. ,,Deze groep, de babyboomers, zijn in de welvaart van de jaren zestig opgegroeid. Hun grootouders geloofden nog dat het leven werd bepaald door de overheid en de kerk, maar de babyboomers groeiden op in een `maakbare maatschappij'. Zij bepaalden zelf hoe hun leven eruit zou zien.''

Veel ouderen willen ook hun kennis overdragen, zegt Edgar Keehnen. Seniorstarters komen daarom meestal in de zakelijke dienstverlening terecht (41 procent). Zo ook Dirk Sikkel (53). Hij zette twee jaar geleden het marktonderzoekbureau Sixtat op. Sikkel gaf als hoogleraar les op de universiteit van Tilburg en in Amsterdam. Hij werd gevraagd om directeur te worden van een dataverzamelingsbureau van de economische faculteit. Maar dat werk beviel hem niet. ,,De lol van zo'n bureau is dat je wetenschappelijk onderzoek doet, maar daar kwam ik niet aan toe.'' Nu hij een eigen bedrijf heeft, staat hij niet meer in de file, is hij niet meer verantwoordelijk voor het werk van anderen en komt hij weer toe aan onderzoek. Hij wilde altijd al een boek schrijven, over mature marketing, het onderwerp waar Agewise van Edgar Keehnen zich ook mee bezighoudt. Hij werkt veel samen met Keehnen, waardoor hij zich op de inhoud kan concentreren. Het boek heeft hij net af.

Sikkel bekostigde de start van zijn bedrijf geheel uit eigen zak. Dat doet 83 procent van de seniorstarters. De bedrijfskosten voor bijvoorbeeld een adviesbureau, waar veel seniorstarters voor kiezen, zijn dan ook niet hoog. ,,Ik heb er weinig geld ingestoken, alleen een website opgezet'', zegt Sikkel. Maar ook al kost een eigen bedrijf niet veel geld, je moet wel een financiële buffer hebben, vertelt Sikkel. Velen hebben bijvoorbeeld nog studerende kinderen. De meeste oudere starters, die vaak hoogopgeleid zijn, hebben een buffer. Zij zijn niet afhankelijk van hun bedrijf.

Ouderen kunnen bij het opzetten van een eigen bedrijf profiteren van hun kennis en startkapitaal, maar het ondernemerschap is niet voor iedereen weggelegd. ,,Wij zien ook dat door de economie meer ouderen een eigen onderneming willen beginnen'', vertelt Patricia Heerkens van Oudstanding, een uitzendbureau voor senioren. ,,Het falen van sommige ouderen ligt niet aan hun kennisniveau, maar aan het netwerken. Als je niet gewend bent jezelf te verkopen, moet je er keihard aan trekken om te slagen. Daarop lopen seniorstarters vaak stuk. Jij kan wel het gat in de markt zien, maar dat moet je ook duidelijk kunnen maken bij je opdrachtgever.''

Voor meer informatie: www.seniorstart.org