`Iran verhult zijn nucleair programma'

Iran heeft nog steeds geen volledige opening van zaken gegeven over zijn nucleaire programma. Het heeft verklaringen afgegeven die waarschijnlijk onjuist zijn, aldus het Internationale Atoomenergie Agentschap.

Bovendien zou Iran, in strijd met eerdere beweringen, bestellingen voor ultracentrifuges hebben geplaatst in het buitenland. Het IAEA concludeert dit in een nieuw rapport over de nucleaire situatie in Iran. Het rapport komt op 14 juni in de beheersraad van het IAEA aan de orde. In principe kan het IAEA de kwestie als schending van het non-proliferatieverdrag voorleggen aan de Veiligheidsraad.

Iran heeft altijd gezegd dat zijn nucleaire activiteiten gericht waren op civiele toepassingen. Met name de Verenigde Staten verdenken het land ervan ook militaire oogmerken te hebben (gehad). Het nieuwe IAEA-rapport prijst de samenwerking met Iran, maar noteert ook dat inspecties soms vertraagd worden.

Het IAEA uit twijfels over de herkomst van sporen hoogverrijkt uranium die op en bij diverse apparaten werden aangetroffen. Iran heeft verklaard dat het uranium (tot 36 procent verrijkt) al in het land van herkomst, Pakistan, aanwezig moet zijn geweest. Het IAEA noemt het onwaarschijnlijk dat het agentschap tot dezelfde conclusie komt. Opvallend is dat het IAEA een nucleaire installatie noemt, in Farayand, die nog niet eerder was vermeld.

Iran heeft nu ook toegegeven wel degelijk ringmagneten voor de lagering van centrifuges van het P2-type van Aziatische leveranciers te hebben betrokken. Tot dusver was beweerd dat ze in Iran zelf gemaakt waren. Het IAEA voegt eraan toe dat een Iraanse onderneming via ,,een Europese bemiddelaar'' inlichtingen zocht over de levering van 4.000 van zulke magneten, goed voor 2.000 centrifuges. Aangenomen wordt dat Iran ontwerptekeningen heeft van oude Urenco-centrifuges, maar welke is onduidelijk. Het Brits-Duits-Nederlandse consortium Urenco kent geen P2-centrifuges.

Dat Iran veel nucleaire technologie importeerde is niet echt een verrassing. Begin dit jaar werd het bestaan van een omvangrijke nucleaire zwarte markt bekendgemaakt. In het centrum daarvan stond de Pakistaanse atoomgeleerde A.Q. Khan, die voordien – in de jaren zeventig – in Nederland heeft gewerkt voor Urenco. Vast staat dat er geleverd werd aan Iran, Libië en Noord-Korea.