`Ik wil dit niet horen'

Een klokkenluider die twee maanden geleden de schaduwadministratie van aannemer Boele & Van Eesteren openbaar maakte vindt dat de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en Justitie nalatig zijn geweest. Uit zijn relaas blijkt dat het niet vijf dagen, zoals gisteren bekend werd, maar twaalf dagen heeft geduurd voordat de schaduwadministratie bij de NMa terechtkwam.

In de tussentijd konden de aannemers, op de hoogte van het uitlekken van de documenten, met succes een beroep doen op de clementieregeling van de NMa. Daardoor krijgen ze korting (tot 100 procent) op de boetes die de NMa kan opleggen wegens overtreding van de Mededingingswet.

Drie keer is de klokkenluider, naar eigen zeggen, doorgestuurd aan een `loket', onder meer door de NMa zelf. De klokkenluider: ,,Ze hebben geen slagkracht getoond. Ik werd telkens doorgestuurd. Tijdens mijn eerste telefoontjes met zowel parket als NMa hadden ze toch kunnen doorvragen? Dat gebeurde niet. Maar hoe vaak krijg je nou iemand aan de lijn die een schaduwboekhouding wil overhandigen?''

Deze krant sprak met de klokkenluider die anoniem wil blijven. Na publicatie van de schaduwadministratie in februari in De Telegraaf, dook hij onder, na overleg met de politie.

Zijn relaas: ,,Op donderdag 5 februari heb ik voor het eerst gebeld met het landelijk parket. Ik kreeg een mevrouw aan de lijn. Ik zei dat ik een geheime bouwadministratie had die ik wilde inleveren en dat ik aangifte wilde doen. Zij gaf mij het telefoonnummer van de NMa. Dat belde ik die dag.

,,De telefoniste van de NMa verbond mij door met een medewerkster van de afdeling woordvoering of communicatie. Opnieuw zei ik dat ik een schaduwadministratie vol belastende feiten had en dat ik aangifte wilde doen. Ze zei dat ik daarvoor bij het landelijk onderzoeksteam bouwfraude van het KLPD (Korps Landelijke Politie Diensten, red.) in Driebergen moest zijn. Ik kreeg het telefoonnummer van rechercheur Bert Leppers.

,,Nog steeds dezelfde dag heb ik Leppers gebeld. Hij zei: `Ik wil uw verhaal helemaal niet horen. Het is beter dat de criminele inlichtingeneenheid u belt.' Dat gebeurde. Ik heb opnieuw mijn verhaal gedaan en erbij gezegd dat De Telegraaf ook een kopie gekregen had, en dat die krant 14 februari zou gaan publiceren. Ik had het aan die krant gegeven omdat ik wilde voorkomen dat de stukken in een la zouden belanden.

Vervolg op pagina..

,,Het was belangrijk materiaal, dat had ik wel begrepen van advocaat Gerard Spong.

,,Ik kon pas één week later, dinsdagmiddag 10 februari, een afspraak krijgen met twee medewerkers van de criminele inlichtingeneenheid. Ik nam een kopie van de schaduwadministratie mee naar de afspraak in Noordwijk. Ze zeiden: `Dit wordt politieke herrie.' Ze hebben toen de kopie van de administratie meegenomen.

,,Die dag was al duidelijk dat het belangrijk was. Ze zeiden: `Hier kunnen we veel mee. We zijn hier blij mee. Maar dan moet u wel aangifte doen, en getuigen dat de samensteller van dit document inderdaad de directeur van Boele & Van Eesteren is. Dan hebben we een harde zaak.'

,,Dezelfde dag, nadat ik de twee medewerkers van de inlichtingeneenheid de administratie had meegegeven, kreeg ik een telefoontje van rechercheur Bert Leppers van de KLPD uit Driebergen. Hij wilde dat ik zo gauw mogelijk aangifte deed. Ik zei nog: `Maak geen procedurefouten. Ik geef mijn ziel en zaligheid bloot.' Ik heb de dag erna, op woensdag 11 februari om zes uur 's avonds, aangifte gedaan op kantoor bij de KLPD.''

Het duurde vervolgens tot maandag 16 februari vóórdat de NMa de documenten ontving. In de tussentijd konden de aannemers, op de hoogte van het uitlekken van de documenten ondermeer via de Telegraaf, met succes een beroep doen op de clementieregeling.