Haagse toneeldame met een rijk verleden

Een reusachtige vitrine, geplaatst in de Sol Lewitt Foyer van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag, herbergt twee minuscule voorwerpen: een olifantje en een pinguïn van elk nog geen tien centimeter groot. Kinderspeelgoed. Maar dat is het niet. Het zijn toi toi's die acteurs en actrices elkaar geven bij de première. `Succes!' betekenen ze. Trins Snijders ontving van Guido de Moor in 1959 het olifantje bij haar eindexamen en op haar beurt gaf zij aan De Moor een jaar later bij zijn examen aan de Toneelacademie de pinguïn.

Deze twee sprekende details zeggen veel over de tentoonstelling Een paleis vol magie die door Marlies van der Riet is ingericht ter gelegenheid van het tweehonderdjarig jubileum van de Schouwburg. Dit gebouw is in de loop van zijn rijke en enerverende bestaan uitputtend gedocumenteerd. De tentoongestelde voorwerpen, zoals kostuums, foto's, maquettes, krantenberichten en programma's, zijn afkomstig uit de archieven van de Haagsche Courant, het Nationale Toneel en het Haags Gemeentearchief. Paleis vol magie wil niet de grote geschiedenis behandelen, maar laat juist sprekende voorbeelden zien. Zo speelde Esther de Boer-van Rijk in 1901 haar befaamde Kniertje uit Op hoop van zegen. Er is veel over geredetwist waar het stuk zich afspeelt. Hoewel zij donkere, grijs-zwart gestreepte kleding voor een vissersvrouw droeg, luidt een waarschuwing in de programmafolder dat ,,de Scheveningse kostuums niet duiden dat de handeling daar ter plaatse voorkomt''.

De Haagse Schouwburg had vanaf het vroegste begin de beschikking over eigen kostuum- en decorateliers, die zowel gebruikt werden voor de Franse als Nederlandse voorstellingen. Aan deze ateliers is het mede te danken dat voorstellingen in de Comedie, zoals het gebouw heette, een grote eenheid vertonen. Alles ademt de `Haagse Stijl', een ingetogen, naturel manier van acteren die volgens sommigen ook te danken is aan de initimiteit van de zaal. De bloeiperiode viel samen met de legendarische jaren van de Haagse Comedie, waar spelers schitterden als Paul Steenbergen, Ida Wasserman en De Moor.

Niet alleen de acteurs, ook het publiek hing de wat getemperd-theatrale mode van de Comedie aan. Galafoto's van de foyer voor aanvang van de voorstelling laten zien in welke zwier de Haagse dames zich kleedden. Een fragment uit Couperus' roman Eline Vere (1890) toont de opgetogenheid van Eline en haar vriendinnen wanneer ze een bezoek aan het Voorhout brengen. De bezoekers konden er naast blijspelen, salonkomedies en treurspelen ook genieten van de opera. Mooi gevonden zijn twee koninklijke portretten: het ene toont Emma en koning man Willem III in 1879 in de vorstelijke loge, het andere koningin Juliana en prins Bernhard ook in de loge, maar dan zo'n zeventig jaar later. Het was trouwens koningin Beatrix die pas in 1989 het predikaat Koninklijk aan de Schouwburg gaf. Dat is laat. Want het gebouw heeft een koninklijke herkomst die teruggaat naar 1770 toen prins Karel Christiaan van Nassau en zijn vrouw Caroline een stadspaleis lieten bouwen. Na jaren van verval, bijna sloop en kommervolle bouwval werd de zaal in 1802 in het bestaande paleis `ingeschoven'. Twee jaar later werd de Haagsche Schouwburg officieel geopend.

De expositie stemt ook tot heimwee. De gong die klonk tot eind jaren vijftig ten teken van `hoogste tijd!' heb ik nooit gehoord. Wel herinner ik me de beige fauteuils, de rode vloerbedekking en de fluweelrode manchetten langs de balkons. Mooie warme kleuren die nu in zwartgrijs zijn veranderd. Niet alleen de tentoonstelling, ook het jubileumboek Koninklijke Schouwburg. Een kleine Haagse Cultuurgeschiedenis geven een boeiend beeld van de verwikkelingen van dit gebouw dat liefkozend een `dame' werd genoemd. Het is een wonder dat ze nog bestaat aan het Voorhout. Net niet onder de slopershamer gevallen, net niet verwoest door het grote bombardement van de Engelsen op Bezuidenhout in 1944. Architectuurtekeningen laten zien hoe het gebouw enkele malen ingrijpend is herbouwd, de laatste keer tussen 1997 en 1999. Mankement was dat het altijd een vier verdiepingen bouwsel was in een oorspronkelijk paleis van drie etages. Vandaar al die trappen, gekke deuren, afstapjes. De akoestiek van de zaal is nog altijd ongeschonden. Gelukkig. Maar van sommige voorwerpen vraag je je ook af waarom ze moesten verdwijnen. Tot 1997 hing op de deur naar de bühne het bord `Stilte toneel'. Nu is dat bord een museumstuk geworden. Het lijkt echter zo toepasselijk.

Tentoonstelling: Een paleis vol magie. Sol Lewitt Foyer, Koninklijke Schouwburg, Den Haag. T/m 18/6. Voorafgaand aan en in de pauze van de voor- stellingen; za-zo 11-14. Inl.: 070-356 5356; www.ks.nl. Jubileumboek: De Koninklijke Schouwburg [1804-2004]. Een kleine Haagse Cultuur- geschiedenis. Red. Paul Korenhof. De Walburg Pers, 272 blz. Prijs: €31,90. ISBN 905730273X