Een probleem van geloofwaardigheid

Gisteren werd in de Iraakse hoofdstad Bagdad een interim-regering geïnstalleerd. Evenals de Iraakse regeringsraad die zij opvolgt, mist zij vertrouwen onder de bevolking.

De regeringsraad is niet meer, Irak heeft sinds gisteren een nieuwe interim-regering, een bont gezelschap shi'ieten, sunnieten en Koerden, mannen en een enkele vrouw, oude en nieuwe politici dat op 30 juni de macht overneemt van het Amerikaanse bewind. Het is de bedoeling dat de nieuwe regering – een premier, een president en twee vice-presidenten en 32 ministers – aanblijft tot de algemene verkiezingen, die voor januari 2005 moeten worden gehouden.

President George Bush zag in de totstandkoming ervan een nieuwe stap naar democratie en vrijheid voor Irak. Zijn nationale veiligheidsadviseur, Condoleezza Rice, sprak van een ,,fantastische lijst, een werkelijk goede regering''. Maar de speciale afgezant van de Verenigde Naties die het selectieproces heeft begeleid, Lakhdar Brahimi, beperkte zich tot een dringende oproep aan de Iraakse bevolking de interim-regering een kans te geven. ,,Help hen. Beoordeel hen aan de hand van hun voortgang en de maatregelen die ze nemen. Het land heeft werkelijke nationale eenheid nodig.''

Want de regeringsraad had nauwelijks of geen gezag onder de bevolking, en voorlopig staat de interim-regering er niet veel beter voor. Een factor is de manier waarop deze tot stand is gekomen: het getouwtrek tussen de regeringsraad en de Amerikaanse autoriteiten, bij voorbeeld over de kwestie wie president zou worden. De raad drukte zijn kandidaat, de sunnitische stamleider Ghazi al-Yawar, door ten koste van de Amerikaanse favoriet Adnan Pachachi. Mahmoud Othman, een partijloze Koerd die door waarnemers in Bagdad als een van de competentste leden van de ex-regeringsraad wordt gezien, zei in een interview met de Franse krant Le Monde dat de Amerikaanse bestuurder Paul Bremer ,,zich als Saddam Hussein gedroeg''. Maar de smaak bleef hangen van een Amerikaans selectieproces – en Amerikaans moet een Iraakse bestuurder dezer dagen niet zijn, niet in de ogen van de talrijke geweldplegers, maar evenmin bij de bevolking. Volgens persberichten uit Bagdad verwoordden veel Irakezen gisteren bezorgdheid dat hun nieuwe regering vooral Washington vertegenwoordigt.

Een ander probleem is dat de belangrijkste mensen van de regering toch weer ex-ballingen zijn die – blijkens herhaalde opiniepeilingen – zoveel ergernis onder de bevolking hebben gewekt door na de val van Saddam Hussein terug te keren met koffers vol aanspraken op de macht. Dit geldt voor de nummer één, premier Iyad Allawi, een shi'iet die sinds de jaren zeventig in Londen woonde, maar ook voor president Ghazi al-Yawar, een sunnitische stamleider die de afgelopen 20 jaar in Saoedi-Arabië leefde, en vice-president Ibrahim Jaafari, een leider van de shi'itische Dawapartij. De tweede vice-president, Roj Nuri Shawis, is een politicus uit Iraaks Koerdistan. Ook minister van Buitenlandse Zaken Hoshiyar Zebari, een Koerd, en minister van Defensie Hazem Shaalan, een shi'iet, woonden in Londen.

Zelfs in eigen kring wordt erkend dat de nieuwe regering weinig vertrouwen geniet. ,,Ik hoop dat de Irakezen deze nieuwe regering enige tijd geven voor haar te beoordelen'', zei Othman in Le Monde. En vice-president Jaafari verklaarde na de beëdiging van de interim-regering dat zijn partij reserves had ten aanzien van de samenstelling. ,,Wij hopen dat zij in staat zal zijn om haar verantwoordelijkheden op rechtvaardige en evenwichtige wijze uit te oefenen'', zei hij tegen journalisten.

De kans is groot dat de nieuwe leiders geloofwaardigheid zullen proberen te winnen door zich waar mogelijk tegen de Amerikanen af te zetten. Waarom mocht Pachachi geen president worden? ,,Omdat hij een beetje de neiging heeft altijd ja te zeggen op wat zij [de Amerikanen] zeggen'', zei Othman. Yawar, die het wel werd, staat in elk geval bekend om zijn scherpe kritiek op de Amerikaanse militaire tactieken.