Een dialoog van doven rond Zuid-Ossetië

Georgië heeft gisteren, een dag nadat het troepen stuurde naar de grens van de opstandige regio Zuid-Ossetië, de toon aanzienlijk gematigd; Zuid-Ossetië daarentegen uitte zich gisteren uiterst strijdlustig.

Komt er oorlog om Zuid-Ossetië? Niet als het aan Michail Saakasjvili ligt, de Georgische president. Althans, dat zei hij gisteren zelf. En dat zei ook zijn (Nederlandse) vrouw, Sandra Roelofs, toen ze zich even in het epicentrum van het grootste probleem van Georgië bevond: de kwestie van de weggelopen regio's. ,,We willen geen oorlog. Misja [Saakasjvili] wil ook geen oorlog. We moeten samenleven in dit land. Er zijn veel nationaliteiten, en dat is precies onze kracht.''

Het spande er gisteren even om. Sandra Roelofs wilde op de Internationale Dag van het Kind scholen bezoeken in twee door etnische Georgiërs bewoonde dorpen in Zuid-Ossetië, de opstandige regio die zich begin jaren negentig onafhankelijk verklaarde na een korte oorlog tegen het centrale Georgische gezag en die zich liever vandaag dan morgen bij Rusland wil aansluiten. De Zuid-Osseten hielden haar echter aan de grens tegen, ondervroegen haar en stuurden haar naar Tbilisi terug. Daarop nam ze een helikopter en reisde alsnog naar Zuid-Ossetië. Ze bezocht de dorpen Atsjabeti en Tamarasjeni, en reed vervolgens door naar Tschinvali, de hoofdstad van Zuid-Ossetië, waar ze werd opgewacht door zwaar bewapende Osseten die haar auto omsingelden en zich dermate dreigend gedroegen dat de Georgische televisie even melding maakte van ,,een extreem gespannen situatie''.

Uiteindelijk lieten de Osseten de Georgische First Lady gaan. Haar uitstapje leverde haar 's avonds lof van de Georgische premier Zoerab Zjvania op – ,,Sandra heeft zich buitengewoon moedig gedragen. Wat die [Zuid-Osseetse] separatisten deden ging alle perken te buiten, inclusief de perken van de menselijke relaties en die van wat in de Kaukasus gebruikelijk is.''

Het uitstapje leverde nog iets op: woede van Zuid-Ossetië, dat in het bezoek een nieuwe Georgische provocatie zag. De Zuid-Osseetse president Edvard Kokoity had gisteren een catalogus van tegenmaatregelen: hij schrapte de volgende bijeenkomst van de gemengde commissie die zich met de oplossing van het terroriale conflict bezighoudt, dreigde de snelweg tussen Tschinvali en Tbilisi te blokkeren en kondigde aan het tot Rusland behorende Noord-Ossetië te vragen de belangrijkste verbindingsweg tussen Georgië en Rusland te blokkeren. Georgië, aldus Kokoity, gedraagt zich agressief en moet met een economische boycot worden geïsoleerd. Over Sandra Roelofs zei hij: ,,Dit individu kan hier niet komen. Niemand heeft haar uitgenodigd en niemand wacht op haar.''

Zuid-Ossetië is een van de drie opstandige regio's van Georgië, samen met Adzjarië in het zuidwesten en Abchazië in het noordwesten. De drie ongehoorzame republieken vormen de belangrijkste doorn in het oog van de eerder dit jaar aangetreden president Saakasjvili: hij wil de territoriale eenheid van Georgië na meer dan tien jaar herstellen. Met Adzjarië lukte dat onlangs: na enige intimidatie week de lokale leider, Aslan Abasjidze, uit naar Moskou.

Maar Zuid-Ossetië en Abchazië laten zich niet makkelijk intimideren. Beide regio's beschouwen zich als onafhankelijke staten, beide hebben een bevriende Russische vredesmacht op hun grondgebied, beide hebben een leger en beide hebben – onofficieel – de hartelijke steun van Moskou, dat de separatistische regio's graag gebruikt om Georgië onder druk te zetten. Zuid-Ossetië (zo groot als Luxemburg, van Georgië afgescheiden in 1991) leeft voornamelijk van de smokkel tussen Rusland en Georgië. De Zuid-Osseten voelen zich in Georgië niet thuis: zij willen zich het liefst aansluiten bij Noord-Ossetië, dat deel uitmaakt van Rusland en aan de noordelijke kant van de Kaukasus ligt. Tachtig procent van de 100.000 Zuid-Osseten heeft inmiddels een Russische pas en de lokale geldeenheid is de Russische roebel. Bij de parlementsverkiezingen van 23 mei won de pro-Russische partij van president Edvard Kokoity twintig van de dertig zetels; de Georgische minderheid boycotte de verkiezingen: haar vier zetels zijn leeg.

De huidige crisis begon dit weekeinde toen Russische militairen de vier Georgische controleposten op de grens – bedoeld om de smokkel tegen te gaan – wilden ontmantelen. Georgië stuurde daarop elitesoldaten naar de grens om dat te voorkomen. Kokoity zei gisteren dat het om zevenhonderd door de Amerikanen opgeleide Georgische militairen ging, maar volgens Tbilisi waren het er maar dertig. De militairen trokken zich al na enkele uren terug, maar de Zuid-Osseten vatten de zaak op als een schandelijke provocatie. ,,Schaamt u'' en ,,Terreur en genocide'', zo stond op borden die kwade betogers in de hoofdstad Tschinvali met zich meedroegen.

Net als zijn vrouw uitte gisteren ook president Saakasjvili zich vredelievend in wat sterk lijkt op een dialoog van doven. Dat sturen van de militairen was bedoeld om de smokkel tegen te gaan, ,,de lokale clan vond dat niet leuk'', zo zei hij. ,,We willen geen strijd. Maar we willen ook niet dat men Georgië in de toekomst ziet als een of ander obscuur gebied waar iedereen – een generaal of wie dan ook – doet wat hij wil.'' De Georgische president kwam in een adem door met concessies: de treinverbinding tussen Tbilisi en Tschinvali kan wat hem betreft worden heropend, in Tschinvali wordt een kantoor geopend waar Osseetse bejaarden hun Georgische pensioen kunnen komen afhalen en met ingang van gisteren zendt de Georgische televisie een nieuwsbulletin uit in het Osseets. ,,Ik heb het zelf gezien en ik vond het prima. Het is een programma van ongelooflijk goede kwaliteit en het wordt goed gepresenteerd.''