De gevaren van een vetverbrander

Biolina, producent van voedingssupplementen, handelde in kankerverwekkende vetverbranders en overtrad daarmee de Warenwet.

Fat& Burn-pillen van het Heerenveense bedrijf Biolina bleken eind 2002 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) te bevatten, waaronder het kankerverwekkende benzapyreen.

Dit bleek uit onderzoek van de Keuringsdienst van Waren, onderdeel van de Voedsel- en Warenautoriteit VWA. Het openbaar ministerie meende dat de afslankproducten de gezondheid van de gebruiker in gevaar hadden gebracht en besloot Biolina te vervolgen wegens het op de markt brengen van ondeugdelijke waar.

Officier van justitie Boelen was kort bij de behandeling voor de economische politierechter in de Friese hoofdstad: de normen voor benzapyreen in de pillen zijn overschreden. Artikel 18 van de Warenwet stelt een maximum van 30 nanogram per kilogram lichaamsgewicht. De Fatburners bleken 136, 162 en 168 nanogram van de stof te bevatten. ,,Dat maakt deze producten ongeschikt voor gebruik.'' Sterker nog: ze zijn schadelijk voor de volksgezondheid, meende de officier van justitie.

De aanklager verweet Biolina dat het de stoffen niet had getest. Men had al het mogelijke moeten doen om te kijken of het product veilig was. ,,Een producent moet streven naar een nulnorm van deze stoffen, in plaats van een overheidsorgaan aan te vechten, dat opkomt voor de volksgezondheid.'' Boelen vond dat de Friese onderneming zich verschool achter onwetendheid. Niet passend, oordeelde hij. ,,Het had op de hoogte moeten zijn van de discussie over het aanwezig zijn van hoge concentraties benzapyreen in plantaardige oliën als teunisbloemolie.''

Hoewel er voor PAK's in levensmiddelen geen wettelijk maximum geldt, bleek dat de risicobeoordeling van het RIVM (Rijksinstituut voor Milieuhygiëne) uit 2001 was gebaseerd op een aanvaardbaar risico van tussen de 20 en 40 nanogram per kilogram lichaamsgewicht per dag. Voorheen lag dat op 300 nanogram per kilogram lichaamsgewicht per dag. Voor een persoon met een gemiddeld gewicht van 70 kilo komt dat neer op een aanvaardbare dagconsumptie van tussen de 1.400 en 2.800 nanogram. Biolina zei pas begin 2003 van deze normering op de hoogte te zijn aldus advocaat A. Lanting. Bovendien was de VWA toen nog bezig met zijn rekenmethodes, die daardoor niet deugdelijk en valide waren, betoogde hij. Buitenlandse onderzoeken gaven bovendien een voor Biolina gunstiger uitslag. Lanting noemde de norm van 30 nanogram van de VWA ,,onrealistisch''. ,,Eenzelfde hoeveelheid zit in twee glazen water of in een boterham. Als de norm strikt wordt toegepast moet ook chocolade uit de handel worden genomen. En gerookt vlees heeft het tienvoudige aan PAK's in vergelijking met de vetverbrander van Biolina.'' En waarom vervolgt het OM alleen groothandel Biolina, die slechts een tussenhandelaar is, ,,een schakel in een keten tussen producent en detaillist.'' Waarom wordt producent Benner Pharmacaps in Tilburg niet gedagvaard? ,,Willekeurig vervolgingsbeleid', oordeelde de raadsman.

Biolina mocht vertrouwen op het door Benner afgegeven leveringscertificaat, waarin staat dat het product geschikt is voor menselijk gebruik. ,,Zo gaat mijn cliënt ook af op garanties van de overige 15.999 artikelen in zijn assortiment. ,,Als Biolina alle producten die het verspreidt zelf moet controleren, kan de tent daar wel dicht'', aldus Lanting. Daarom kan het bedrijf niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele voedselonveiligheid, aldus de raadsman. De officier van justitie vond Biolina wel degelijk verantwoordelijk voor het op de markt brengen van de gewraakte pillen en zei zich te beraden op een eventuele vervolging van Benner. Hij eiste een geldboete van 24.000 euro, waarvan de helft voorwaardelijk. Dit gezien het feit dat Biolina al financieel getroffen was en omzet had verloren, mede door de verplichte publiekswaarschuwing en het terughalen van de vetverbranders uit de winkels. Lanting eiste vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging.

Rechter K. Post veroordeelde Biolina conform de eis tot een boete van 24.000 euro, waarvan de helft voorwaardelijk, voor het in de handel brengen van voedingssupplementen met gehaltes benzapyreen, die ,,boven de grens van detectie en boven de maxima die al langer in de industrie werden gehanteerd' lagen. Hij meende dat het gevaar van benzapyreen al in de jaren negentig onderkend werd door het bedrijfsleven. Elk gehalte benzapyreen in voeding, hoe klein ook, levert al een gevaar op voor de volksgezondheid. Hij had geen reden te twijfelen aan de juistheid van de meetmethodes van de Keuringsdienst van Waren, omdat hij ,,een bijzondere ervaring heeft met onderzoeken als deze.'' De opmerking van Lanting dat ook chocola en vlees veel benzapyreen bevatten, is volgens de rechter geen reden om af te zien van de handhaving van normering van voedingssupplementen.

In Het Geding komen juridische geschillen in het bedrijfsleven aan bod. Reacties: hetgeding@nrc.nl