Buiten Peking is groen gras schaars

China's steden groeien en bloeien. Maar hoe is de situatie in het achterland? Onze correspondent is er per auto op uit en stuit op leegloop op het platteland door gebrek aan schoon water.

De Gele Rivier, die bij Wubu de grens vormt tussen de centraal-Chinese provincies Shaanxi en Shanxi, blijkt als we er via een hoge, ijzeren brug overheen gaan ook echt geel van kleur. Dat komt door al de fijne, gele klei in het water dat als sediment de gebieden langs de rivier zo vruchtbaar maakt.

Als er tenminste voldoende water is. Steeds vaker staat de Gele Rivier over lengtes van honderden kilometers droog. En veel dorpen en steden zijn genoodzaakt zich te houden aan een rigide waterbeleid, waarbij miljoenen mensen alleen mogen douchen en wassen op een bepaald tijdstip, meestal midden in de nacht.

Volgens China is dat gebrek aan water een gevolg van klimaatveranderingen, maar experts wijten het ook aan de veel te grote hoeveelheden water die er aan de rivier worden onttrokken voor de landbouw en de industrie. Veel water stroomt ook ongebruikt weg door de omvangrijke ontbossing die de afgelopen decennia langs de bovenloop van de rivier heeft plaatsgehad. En dat is weer het gevolg van een groeiende behoefte aan landbouwgrond om tegemoet te komen aan de vraag voor de immer uitdijende massa.

Toch lijkt de Gele Rivier nog een `echte rivier' in vergelijking met de minuscule waterstroompjes en de brede, droge rivierbeddingen die we verder op onze reis tegenkomen.

Groen gras hebben we buiten Peking vrijwel nergens meer gezien, maar langs elke weg zijn wel steeds netjes vier rijtjes bomen aan elke kant geplant. Aan de hoogte van die bomen kun je de ouderdom van de weg zo'n beetje inschatten. En hoe meer nieuwe wegen er worden aangelegd, hoe meer boompjes er natuurlijk ook nodig zijn. Die boompjes groeien niet uit zichzelf: erachter ligt landbouwgrond, waarop meestal geen boom te vinden is omdat het er veel te droog is. De boompjes langs de weg krijgen water van een spuitwagen.

In een verlaten dorp komen we een vrouw van 83 tegen, die op een stoepje voor zich uit zit te staren. Ze is geheel in het zwart gekleed, en ze woont nog vrijwel als enige in het boerendorp. ,,Niemand verbouwt meer iets. Sinds vorig jaar ligt alle landbouwgrond braak, want al het water wordt gebruikt voor de boomkwekerij hier even verderop. Er wonen nog drie andere oude vrouwen, alle anderen zijn naar de stad. Ik heb geen zoon waarbij ik in kan trekken en geen geld om een huis te kopen, dus ik kan nergens heen'', zegt de vrouw, die door de kwekerij uit medelijden gratis van water wordt voorzien.

Het gebrek aan water zit hem niet alleen in de hoeveelheid water, maar ook in de kwaliteit. Mensen klagen onderweg over de bittere en zilte smaak van het water, over de moeite die het kost om met zulk water je kleren schoon te krijgen, en over gewassen die alleen nog willen groeien met regenwater. Het water van de Gele Rivier blijft ook na zuivering nog voor bijna de helft ondrinkbaar, en de vervuiling is vooral langs de rivier heel groot, want veel uiterst ouderwetse fabrieken hebben zich langs de rivieren gevestigd, van waaruit ze hun water betrekken en waarop ze hun afvalstoffen ook weer ongezuiverd lozen.

China wil het watertekort in Noord-China oplossen door water van het te natte zuiden via drie grote kanalen om te leiden naar het te droge noorden, onder meer naar de Gele rivier. Maar de meeste aandacht gaat daarbij niet uit naar de irrigatie van het platteland: eerst moet de watervoorziening voor de hoofdstad Peking worden veiliggesteld, zeggen China's leiders. Dan kan de hoofdstad in 2008 goede douches en groen gras bieden aan alle sporters en toeristen die de stad tijdens de Olympische Spelen van dat jaar zullen bezoeken.

De dorpen langs de Gele Rivier zullen tegen die tijd waarschijnlijk alleen nog maar verder ontvolkt zijn geraakt.

Eerdere delen van deze serie zijn te lezen op www.nrc.nl