Brede schouders op Zweinstein

Het is vast geen toeval dat Harry Potter in de eerste scène van Harry Potter and the Prisoner of Azkaban in het donker onder de lakens zijn toverstaf oefent.

In het derde film naar de boeken van J.K. Rowling raakt Harry in de puberteit en naar verluidt was de Mexicaanse regisseur Alfonso Cuarón juist aangetrokken omdat hij met het vrolijk verbeelden van deze gemoedstoestand in Y Tu Mama También zo'n succes had. Maar het blijft bij zulke toespelingen. Harry's ontdekking van het meisje Cho Chang is zelfs uitgesteld naar de vierde film. Misschien heeft Cuarón de regie ook eerder te danken aan A Little Princess, een door hem in 1995 geregisseerde kinderfilm die een van de lievelingsfilms van J.K. Rowling schijnt te zijn. Toch is Harry Potter and the Prisoner of Azkaban wel degelijk anders van toon dan de twee eerdere Potterfilms, die werden geregisseerd door de Amerikaanse kinderfilmspecialist Chris Columbus, die bijvoorbeeld ook Home Alone en Mrs. Doubtfire maakte. Cuaróns Harry Potter is iets donkerder, iets vreemder én iets menselijker dan de eerste twee delen, al is het natuurlijk maar iets; ook deze regisseur moest zich houden aan de voorschriften van de Potter-industrie. Maar er zijn subtiele verschillen. Harry, Ron en Hermelien zijn bijvoorbeeld vaker in hun eigen kleren dan in het schooluniform van Zweinstein te zien. Daarbij had Cuarón het voordeel of het nadeel dat de plot van deel drie niet de sterkste uit de serie is. Aan het eind lijkt er weinig veranderd ten opzichte van het begin, ook al krijgt Harry te maken met weerwolven en ander gespuis. In de handen van Columbus was dat misschien een teleurstelling geworden. Cuarón maakt sfeer en karakterontwikkeling zo belangrijk dat het niet lijkt te geven. Meer dan in de vorige delen wordt duidelijk dat de magische maatschappij ook zo zijn vervelende kanten heeft. Niet alleen bij de Dreuzels kun je 12 jaar onschuldig in de gevangenis zitten. Het maakt van Zweinstein een magische wereld waar ook pubers als de nu wat breder geschouderde Harry in thuis horen.

Weldadig is ook Cuaróns aanpak van de special effects, die in dit deel beter zijn dan ooit, niet alleen omdat ze twee jaar later technisch alweer van hoger niveau kunnen zijn, maar ook omdat ze niet alleen maar hoeven te overdonderen. De hippogrief, een kruising van een adelaar en een paard, werd onder zijn leiding een hoofse griezel. De dementors, wezens die je ziel uit je kunnen zuigen, worden met simpele, maar efficiënte middelen zichtbaar gemaakt.

Voor de drie kinderen en de meeste leraren behield Cuarón dezelfde acteurs. Michael Gambon vervangt de overleden Richard Harris naadloos als Albus Perkamentus. Nieuw zijn verder onder meer David Thewlis als leraar verweer tegen de zwarte kunsten, die ondanks zijn zachtaardigheid zowel vriend als vijand kan blijken, en Emma Thompson, die wat al te veel in haar schik is met de rol van juf waarzeggerij. Gary Oldman neemt naar Sirius Zwart al zijn vorige schurkenrollen mee. De kinderen Radcliffe, Watson en Grint worden steeds beter. De blikken die Ron en Hermelien nu al mogen uitwisselen, doen uitkijken naar een ook door Cuarón geregisseerd deel 4. Maar dat zal gemaakt worden door Mike Newell. Cuarón was na één Potterfilm al uitgeput. Dat blijkt.

Harry Potter and the Prisoner of Azkaban. Regie: Alfonso Cuarón. Met: Daniel Radcliffe, Rupert Grint, Emma Watson. In 151 bioscopen. Nederlandse versie in 151 bioscopen.