Wuivende grassen voor slachtoffers WTC-aanslag

De Nederlandse tuinontwerper Piet Oudolf krijgt in het buitenland de ene na de andere prestigieuze opdracht. In Engeland durven mensen hem soms nauwelijks aan te spreken. In New York bedacht hij de beplanting voor de Gardens of Remembrance – ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de aanslag op de WTC-torens.

Op deze zonnige vrijdag na Hemelvaart is het druk op de kwekerij van Piet en Anja Oudolf in het Achterhoekse Hummelo. Terwijl de bezoekers dozen met planten naar hun auto dragen, loopt tuinontwerper Piet Oudolf ontspannen tussen de plantenbedden, tegen een achtergrond van weilanden met koeien. Groene wollen trui met gele schapen erop, snoeischaar bij de hand. Oudolf bereidt zich voor op een reis naar de Verenigde Staten om het inplanten te begeleiden van de Lurie Gardens in Chicago. In Nederland kennen alleen tuinliefhebbers hem bij naam, maar in het buitenland is zijn stijl van ontwerpen vermaard. Dit voorjaar reisde hij voor zijn opdrachten drie keer naar de VS, vijf keer naar Groot-Brittannië en eenmaal naar Zweden.

In 2002 werd Oudolf benaderd voor een opdracht rondom de herinrichting van The Battery in New York – een groot stadspark aan de oever van de Hudson rivier, nabij de vroegere WTC-torens. Warrie Price, presidente van The Battery Conservancy in New York, legt uit waarom voor deze prestigieuze opdracht, waarbij in totaal 70 miljoen dollar is gemoeid, de keuze mede op een Nederlandse ontwerper is gevallen. Price had een aantal inzendingen ontvangen van architecten en tuinontwerpers voor het deel van het park dat The Bosque heet, een schaduwrijk gebied van 6000 vierkante meter. ,,Ik was niet erg onder de indruk van het gebodene, ik zocht iemand die iets bijzonders met de beplanting kon doen.'' Een tuinvriendin wees haar op het boek Designing with Plants van Noël Kingsbury en Piet Oudolf. ,,Ik was direct gegrepen door zijn gevoel voor planten en van de manier waarop hij die in zijn ontwerpen kon gebruiken.''

Een belangrijk onderdeel van de herinrichting van het gebied is de aanleg van de Gardens of Remembrance – bedoeld ter herdenking van de circa 3.000 slachtoffers van de aanslagen op de WTC-torens in 2001. Over het eerste gedeelte is Price zeer te spreken: ,,Deze Gardens of Remembrance lopen over een lengte van vijfhonderd meter langs de waterkant. Piet heeft het geweldig gedaan. Vooral de grassen wuiven prachtig en elegant in de aanlandige wind.'' Ze roemt de manier waarop Oudolf aanvoelt dat publieke parken een andere aanpak vereisen dan particuliere tuinen. ,,Oudolf kan met zijn beplanting jaarlijks miljoenen bezoekers een bijzondere sensatie laten ondergaan, ik kom er elke ochtend langs op weg naar het werk en het is een heerlijke manier om de dag te beginnen.''

De onderneming Oudolf bestaat uit twee onderdelen, het ontwerpbureau en de kwekerij. Piet resideert in zijn kantoor, vol met boeken, tekeningen en zijn computer. Buiten in de grote privé-tuin bij het woonhuis experimenteert hij met planten en filosofeert hij over nieuwe plantencombinaties. Echtgenote Anja runt de kwekerij en ontfermt zich over het praktische gedeelte van het bedrijf. Energiek en onderhoudend helpt ze alle bezoekers van de kwekerij en houdt ze de conditie van de planten op peil. Hun twee volwassen zonen, die inmiddels op zichzelf wonen, worden steeds vaker gesignaleerd in Hummelo om ,,Anja een handje te helpen op de kwekerij''. Hoe vindt Anja het dat haar man internationaal ineens zo sterk in de belangstelling staat? ,,Regelmatig zeggen mensen tegen me dat het altijd maar over Piet gaat, maar ik voel me prettig in mijn rol op de achtergrond'', zegt Anja. Sinds vorig jaar gaat de kwekerij in juli dicht en hebben ze even de tijd voor zichzelf. En in het voorjaar staat soms een planthunting trip op het programma, zoals vorig jaar in Slovenië, samen met tuinboekenschrijver Henk Gerritsen die hun voorkeur voor natuurlijke beplanting deelt. ,,We nemen planten en, als we later in het seizoen gaan, zaad mee en laten dat hier op proefvelden opkweken'', vertelt Anja, naar wie ook enkele nieuwgewonnen planten zijn vernoemd.

Oudolf, geboren in Haarlem en opgegroeid in een horecafamilie, kreeg relatief laat belangstelling voor planten. Na zijn middelbare-schooltijd wist hij niet wat hij wilde gaan doen. Tussen allerlei banen door die hem minder bevielen, kwam hij steeds weer terecht in het café-restaurant van zijn ouders. Het lag voor de hand dat hij en zijn broer die uitspanning later over zouden nemen, maar Oudolf voelde zich ,,te veel opgesloten''. Toen hij op zijn 26ste tijdelijk bij een kwekerij ging werken, werd zijn interesse voor planten gewekt en ging hij een opleiding volgen als ontwerper van tuinen. ,,Het was een echte eye-opener, ik wilde echt alles over planten te weten komen.''

Uit frustratie over het feit dat de planten die hij zocht voor zijn tuinontwerpen nauwelijks verkrijgbaar waren, ontstond het plan voor een eigen kwekerij. In 1982 betrok het gezin in Hummelo een boerderij met een groot stuk land. ,,De eerste zes jaren was ik alleen maar aan het opbouwen, het duurde even voordat ik van het ontwerpen alleen kon leven.'' In slappe tijden voerde Piet het ontwerp ook zelf uit. Toch was hij van het begin af aan vooral gericht op de planten zelf. ,,Ik ben mijn hele leven bezig met kijken en visualiseren van planten en hun verschijningsvormen. De eerste vijftien jaar maakte ik aantekeningen door de seizoenen heen, maar ik gebruikte ze nooit, de kennis zat in mijn hoofd, ik werkte op gevoel.''

Het boek Ontwerpen met planten geeft een goed beeld van de eigenheid van zijn werk. Oudolf verdeelt de plantengroepen in aren, schermen, knopen, grassen en filters en speelt op een geraffineerde manier met die vormen, vaak tegen een achtergrond van strakgeschoren hagen. In navolging van Rem Koolhaas met zijn architectuur en Marcel Wanders met zijn meubels en design, wordt Piet Oudolf met zijn tuinontwerpen in het buitenland gewaardeerd om de `sobere' Dutch Style.

Oudolf wordt wel eens vergeleken met een schilder, maar zijn manier van werken lijkt eigenlijk meer op filmen. Hij zoomt in, verandert het perspectief, laat bepaalde kleuren vervagen en even verderop krachtiger worden. ,,Ik voel me een bevoorrecht mens dat ik dit werk mag doen. Elke ochtend zie ik weer andere bloemen ontluiken, elke dag ontdek ik weer nieuwe mogelijkheden, in een mensenleven kun je de seizoenen maar een bepaald aantal keren meemaken.''

Oudolf heeft met zijn pleidooi voor meer natuurlijke plantencombinaties en het gebruik van grassen in de tuin, een nieuwe stroming in de tuinarchitectuur in gang gezet die nadrukkelijk breekt met de wat stijve bloemenborders op kleur à la Gertrude Jekyll. In sommige publicaties wordt gesproken van de Dutch Wave, een term waar Oudolf zijn schouders over ophaalt. Op de website van Scampston Hall in Yorkshire, waarvoor hij een onlangs geopende ommuurde tuin heeft ontworpen, noteren eigenaren Sir Charles en Lady Legard: ,,De innovatieve stijl van Piet Oudolfs ontwerpen heeft in onze tijd dezelfde betekenis als die van Gertrude Jekyll in de vorige eeuw.'' Over het ontwerp voor het 1,5 miljoen kostende project schrijven de Legards: ,,de tuin is onbeschaamd modern, maar is volledig in balans met het huis en het park die juist onbeschaamd gedateerd zijn.''

Oudolf begint inmiddels gewend te raken aan zijn roem in het buitenland. In Engeland durven mensen hem soms niet eens aan te spreken. ,,Dat vond ik wel vreemd, maar tuinen worden in die samenleving erg belangrijk gevonden en sommige ontwerpers worden er bejubeld als filmsterren.'' In Nederland bestaat dat fenomeen niet. Voor Oudolf maakt het niet uit – rustig zoekt hij op de kwekerij plantjes uit voor een broze oude dame. ,,Ik ben een soort kameleon geworden.''

Zijn opdracht voor de beplanting van the Battery in New York bracht hem in aanraking met een ander facet van beroemdheid. Omdat de 70 miljoen dollar voor de herinrichting van het park in New York door particulieren is bijeengebracht, moet Oudolf soms opdraven als `mascotte' bij bijeenkomsten van vermogende dames en heren. Alleen het verzoek om 11 mei aanwezig te zijn bij het onthullen van de plaquette bij de Gardens of Remembrance door Barbara Bush heeft hij maar afgeslagen. ,,Ik ga niet voor een uurtje New York twaalf tot veertien uur in het vliegtuig zitten.''

Oudolf geniet zichtbaar van alle loftuitingen. ,,Ik durf te zeggen dat niemand op dit moment kan doen wat ik doe.'' Piet toont opnamen van borders met enorme vlakken paars en een iets daarvan afwijkende kleur paarsblauw die meanderen door een landschap. Een gewaagde en intrigerende kleurkeuze die dromerige gevoelens opwekken. Op andere afbeeldingen geven donkergroene taxushagen, geknipt in opvallende vormen, een stevige structuur aan het ontwerp.

Waaraan heeft Oudolf zijn huidige prestigieuze opdrachten te danken? ,,Het boek Designing with Plants verscheen in 1999 in de VS en Groot-Brittannië en dat wekte de interesse van architecten en landschapsarchitecten.'' Nadat Oudolf (als eerste en tot op heden de enige niet-Britse winnaar) samen met de Engelse ontwerper Arne Maynard de Best in Show Award op de Chelsea Flower Show had gewonnen, waren zelfs de traditioneel ingestelde Britten onder de indruk van het werk van de grote blonde Nederlander. In 2002 werd hij onderscheiden met de Gold Veitch Memorial Medal van de Britse Royal Horticultural Society – daarna kon het niet meer stuk en ,,stroomden de verzoeken binnen.''

Waarom vroeg het meest Britse der Britse instituten, de Royal Horticultural Society, een Nederlander om twee immense borders aan te leggen? Colin Crosbie, superintendant op Wisly, vertelt dat hij Oudolf voor het eerst ontmoette op de Chelsea Flower Show, eind jaren negentig. ,,Voor de uitbreiding van Wisley Gardens zochten we een nieuwe, hedendaagse stijl en Oudolfs stijl en zijn gebruik van planten zijn uniek.'' Crosbie vertelt dat Oudolf een grote populariteit geniet in Groot-Brittannië. ,,Piet is niet zomaar een ontwerper, hij is een echte plantenliefhebber die zijn inspiratie haalt uit de natuur.'' Verder typeert hij Oudolf als een ,,rustig en bescheiden mens met een onstuitbare passie voor planten.''

De ommuurde tuin van Scampston Hall is voltooid, de borders op Wisley hebben de warme zomer overleefd, in Chicago worden enkele tienduizenden planten ingezet, de tijd is aangebroken voor de nieuwe opdrachten. Bijvoorbeeld het ontwerp voor een drie hectare omvattende entree van Trenthem (Stoke on Trent) Gardens in Staffordshire, die voor 18 miljoen pond worden herontwikkeld als landschappelijke publiekstrekker. Het totale project is vijftien hectare groot en landschapsarchitect Tom Stuart Smith ontfermt zich over het historische gedeelte en bemoeit zich niet met de entree waar Oudolf voor de `moderne' uitstraling zal zorgen. Die strikte verdeling is volgens Oudolf noodzakelijk: ,,Zonder rolverdeling krijg je in dit beroep conflicten, want dit werk kun je niet doen zonder een groot ego.''

Bij grote werken horen ook professionele publicaties, wat Oudolf dwingt een deel van het werk uit te besteden. ,,Voor een particuliere tuin maak ik eerst globale schetsen en die werk ik uit op papier, maar bij dit soort projecten is een heel andere presentatie vereist.'' Ter illustratie toont Oudolf de publicatie East Pleasure Grounds, Trentham Gardens die hij liet maken voor zijn onderdeel van het plan. Op een overzichtskaartje van de historische tuinen is zijn gedeelte uitgelicht. Dan volgt een aantal keren hetzelfde ontwerp: de paden, de borders enzovoorts, op mooi stevig papier, aangevuld met foto's die een impressie geven van het resultaat. Kenmerkend voor zijn aanpak is dat hij onder het kopje Seasons de planten toont in het seizoen waarop ze het mooist zijn. Daarin schuilt zijn kracht. ,,Een seizoen beperkt zich in mijn ontwerpen niet tot het voorjaar en in de zomer, juist de grassen maken een tuin mooi in de herfst en ook dode planten kunnen mooie structuur opleveren in de winter.''

Omdat de soorten planten in de ontwerpen van Oudolf zo'n belangrijke rol spelen, wordt meerdere jaren van te voren de bestelling geplaatst bij kwekers ter plaatse. Die tijdsperiode is hard nodig om aan de soms enorme hoeveelheid benodigde planten te komen. Zo zijn op Scampston bijvoorbeeld 6.000 stuks van het siergras molinia (pijpenstrootje) nodig. Uiteindelijk zijn die aantallen opgekweekt uit vijftig aangeschafte planten.

Is er nog iets waar Oudolf van wakker ligt bij een van zijn projecten? ,,Ja wanneer we bijvoorbeeld moeten besluiten om een opdracht van 700.000 bollen te plaatsen en we het vermoeden hebben dat het grondwerk niet op tijd klaar is, dan wordt de hele boel een jaar uitgesteld, daar word ik altijd erg onrustig van.''

    • Marion van Eeuwen