Voetballers verenigen Venezuela

Het nationale elftal van Venezuela, lang bekend als de voetbaldwerg van Zuid-Amerika, onderging onder bondscoach Páez een metamorfose. Het land werd voetbalgek en droomt van WK-deelname in 2006. Vandaag speelt Venezuela tegen Chili.

De vernedering die Richard Páez Monzón op 14 juni 1972 onderging zal hij niet snel meer vergeten. De destijds jeugdige international van Venezuela maakte deel uit van een elftal dat met 10-0 verloor van Joegoslavië. Na afloop van het duel zag Páez hoe zijn ploeggenoten ordinair ruzie met elkaar maakten. De voormalige idolen van Páez bleken een stelletje verliezers die eenvoudigweg niet geloofden dat Venezolanen ooit zouden kunnen winnen op een voetbalveld.

,,Na die wedstrijd heb ik voor de spiegel in het hotel tegen mezelf gezegd dat ik alles voor het Venezolaanse voetbal zou geven. Zodat Venezuela op een dag wel trots zou kunnen zijn op het voetbalelftal'', zegt de nu 52-jarige dr. Páez in een hotellobby in de Venezolaanse provinciestad Barquisimeto. ,,Toen we drie jaar geleden voor het eerst van Uruguay wonnen werd me gevraagd aan wie ik de zege opdroeg. `Aan de voetballers van Venezuela die ooit stelden dat we geboren waren om te verliezen', stelde ik toen.''

Toen de traumatoloog Páez in 2001 bondscoach van Venezuela werd, veranderde de nationale ploeg van een zwalkend geheel zonder zelfvertrouwen in een ploeg die gelooft in eigen kunnen. Het elftal dat voorheen al tevreden was als het niet met een monsterscore was weggespeeld, onderging een gedaanteverwisseling. Onder Páez en zijn negenkoppige technische staf leerden de internationals uit te gaan van hun eigen kwaliteiten.

Het Bordeaux-rode tricot van de ploeg die la vinotinto (rode wijn) wordt genoemd, mocht niet meer geruild worden met voetballers van andere landen. Páez wil niet meer dat zijn spelers samen met tientallen kinderen achter grootheden als Ronaldo of Veron aan rennen om een shirtje te bemachtigen. De bondscoach wil alleen winnaars in de selectie, waarin het individu ondergeschikt is aan het team.

De visie van Páez blijkt wonderwel te werken. Onder leiding van de geboren Venezolaan won de nationale ploeg de afgelopen drie jaar onder meer van Uruguay, Chili, Peru, Paraguay, Bolivia en Colombia. In het land waar honkbal altijd de grootste sport is geweest kwam het voetbal ineens tot leven. De Venezolanen die de wereldtitels van Brazilië in het verleden als hun eigen successen vierden, geloven nu in deelname aan het WK voetbal in 2006 in Duitsland.

Zeker na de onlangs behaalde historische 3-0 zege in Montevideo tegen Uruguay. In de Zuid-Amerikaanse groep waarin negen landen strijden om vier rechtstreekse plaatsen (nummer vijf speelt een beslissingswedstrijd tegen de kampioen van Oceanië) neemt Venezuela na vijf wedstrijden de vierde plaats in. Venezuela wist zich nog nooit voor een WK te plaatsen.

Het zesde kwalificatieduel voor het WK, vanavond in San Cristóbal tegen Chili, is al maanden uitverkocht. Behalve de bijna dertigduizend toeschouwers in het stadion Pueblo Nuevo zullen miljoenen Venezolanen de wedstrijd van hun team op de televisie volgen. Voor het eerst in de geschiedenis krijgt het voetbalelftal meer aandacht dan miss Venezuela die vanavond in Ecuador de vijfde Venezolaanse hoopt te worden die tot miss universe wordt gekroond.

De Venezolanen die onder leiding van president Hugo Chávez in twee kampen zijn verdeeld, zullen vanavond als één man achter hun elftal gaan staan. Zowel Chávez als de oppositie zal een overwinning tegen Chili als een zege van het hele volk beschouwen.

Voor het hotel waar de spelers van Venezuela uitrusten na een van de intensieve trainingen van Páez staan steevast enkele tientallen agenten die jeugdige handtekeningenjagers op afstand proberen te houden. In de aanloop naar het duel met Chili trainde de ploeg al weken achtereen in steden als Barquisimeto, Maracaibo en Merida. De oefensessies van het nationale elftal worden keer op keer door duizenden toeschouwers bezocht.

Páez weet als geen ander hoe hij het voetbal in zijn land moet promoten. Voor een training van zijn ploeg in het stadion Farid Richa van Barquisimeto loopt Páez naar de middenstip en applaudisseert hij voor de enthousiaste menigte op de tribunes. De coach krijgt een staande ovatie. Daarna worden de spelers bijna twee uur lang toegejuicht door in het rood gestoken ouders en kinderen. Aan verliezen wordt niet meer gedacht in het land dat als de voetbaldwerg van Zuid-Amerika bekend stond.

Oud-international Liberio Hernán Mora heeft de verrichtingen van Páez en zijn team op de voet gevolgd. In de tijd dat Mora zelf voor het nationale elftal van Venezuela uitkwam, werden de voetballers door het eigen publiek uitgejouwd. ,,We speelden voor een handjevol mensen die meestal alleen maar kwamen kijken naar de tegenstander'', zegt Mora in het spelershotel.

,,Als we na een kwartier voetballen nog op 0-0 stonden dan waren we al opgelucht. We kwamen om te verliezen. We wisten niet eens wat winnen was. Als Venezuela nu een doelpunt maakt dan huil ik van binnen. Prachtig om te zien hoe het voetbal nu leeft. Het is altijd de droom van Páez geweest Venezuela naar een WK te brengen.''

Met de komst van Páez drie jaar geleden maakte de Venezolaanse voetbalfederatie een einde aan een lange reeks van buitenlandse bondscoaches. De eigenzinnige Páez was door de bond jarenlang van de nationale ploeg weggehouden. Op het moment dat de selectie in de kwalificatie voor het WK van 2002 in Japan en Zuid-Korea wederom onderaan bungelde, kreeg Páez alsnog zijn kans. De beleidsmakers in Caracas geloofden geen seconde in de coach die onder meer stage liep bij Fabio Capello en Louis van Gaal.

Páez: ,,Het was alsof ik een gloeiend hete pan in mijn handen gedrukt kreeg. Maar wat de bond niet wist was dat ik jarenlang voorbereid was op deze baan. Ik ben met dezelfde spelers aan de slag gegaan, maar op een heel andere manier. Ik heb de bond laten zien wat ik kan. Het elftal heeft de steun van de bevolking en het bedrijfsleven. Nu lopen de bondsbazen ook met een glimlach over straat. Nu Venezuela wint, zijn ze trots op hun baan. Maar zij moeten gaan zorgen dat Venezuela een goede basis voor het voetbal krijgt. Op dit moment bouwen we de piramide nog van boven naar beneden.''

Aan een voetbalcultuur ontbreekt het nog volledig in Venezuela. In de grote steden zijn nauwelijks voetbalclubs en van georganiseerde competities voor de jongeren is geen sprake. Het Venezolaanse voetbal speelt zich vooral af op stoffige zandveldjes of op betonnen pleintjes in de achterbuurten. In tegenstelling tot het verleden heeft de jeugd nu wel zijn eigen Venezolaanse voetbalhelden. Grote ster van de nationale ploeg is de 24-jarige Juan Fernando Arango. De aanvallende middenvelder die in de laatste drie kwalificatieduels steeds scoorde, wordt liefkozend `Arangol' genoemd.

Naast Arango zijn doelman Gilberto Ancelucci, verdediger José Manuel Rey, middenvelders Ricardo Páez en Gabriel Urdaneta en aanvaller Alexander Rondón de belangrijkste spelers in de formatie van `wonderdokter' Páez. Op het vakantie-eiland Margarita wordt gewerkt aan een nationaal trainingscentrum waar de nieuwe helden van Venezuela zich in de toekomst in alle rust moeten kunnen voorbereiden op de internationale wedstrijden.

In 2007 zal Venezuela de Copa America organiseren. De tijd is voorbij dat de voetballers van Venezuela rustig van het stadion naar het hotel konden lopen. Páez is zijn belofte van 32 jaar geleden nagekomen. Het Venezolaanse voetbal leeft. 2006 moet het jaar worden van het Venezolaanse nationale elftal.