Solliciteren om te mogen studeren

Selectie van studenten is omstreden, maar wordt binnenkort wettelijk mogelijk. Op de nieuwe universiteit van Middelburg wordt er al volop mee gewerkt. ,,Saaie jongen, niet geschikt.''

Flink model koptelefoon rond zijn hals, slobberbroek, ontspannen houding. Alleen het skateboard ontbreekt bij de eerste kandidaat die zich op een warme middag meldt op het kantoor van de Roosevelt Academy, de nieuwe universiteit die in september in Middelburg begint. In rap Engels vertelt de 17-jarige slungel over zijn hobbies. The discovery of heaven van Mulisch was de eerste echte literatuur die hij las, een heuse ontdekking. ,,And I really liked The sword of Damocles.''

Een ideale kandidaat, zegt Hans Adriaansens als de jongen de kamer heeft verlaten. Gretig, open, slim. Een acht gemiddeld voor zijn schoolonderzoeken. Iemand die niet lang hoeft na te denken als hem wordt gevraagd wat hij zal bijdragen aan het sociale leven op de campus. Hij gaat filmavonden organiseren, en kookt graag voor anderen. In de branding van Vlissingen kun je golfsurfen, heeft hij gehoord. Een jongen die gek is op economie, goed is in wiskunde, en zich verheugt op Spaans als tweede vreemde taal. Zo iemand wil Adriaansens graag hebben op de Roosevelt Academy.

Vijf jaar geleden begon Adriaansens met het University College Utrecht. Een nieuw soort universiteit, uniek voor Nederland: een brede academische opleiding met keuze uit alfa, bèta en gamma-vakken, volledig Engelstalig onderwijs, verplicht wonen op de campus. Bedoeld voor ambitieuze studenten, die daarna voor vervolgstudie of baan naar het buitenland willen. De weerstand was fors, want vijf jaar geleden was ongelijkheid in het onderwijs nog taboe. Inmiddels is het klimaat omgeslagen: studenten staan in de rij en het University College is een troetelkindje van staatssecretaris Nijs.

Wat in Utrecht is gelukt, wil Adriaansens herhalen in Middelburg. Opnieuw heeft hij een prachtige lokatie gevonden, het monumentale stadhuis aan de Markt. Middelburg is blij met de universiteit, en heeft er wat voor over.

Er is nog een overeenkomst. Net als het University College Utrecht opereert de Roosevelt Academy onder de vleugels van de Universiteit Utrecht. Omdat studenten zich formeel aanmelden bij die universiteit, heeft Adriaansens de mogelijkheid om iets te doen wat wettelijk nog niet is toegestaan: selecteren. Omdat hij strikt genomen niet aan, maar na de poort selecteert, kan Adriaansens studenten afwijzen. Waar in Leiden vanaf september mee wordt geëxperimenteerd, is in Middelburg al praktijk.

Kandidaat nummer twee is het tegendeel van de enthousiaste skater. Net als bij de andere aspirant-studenten switcht Adriaansens na korte tijd van Nederlands naar Engels, iets waar deze jongen moeite mee heeft. Na twee afgebroken opleidingen hoopt hij hier te vinden wat hij zoekt. Haaks op de bedoeling van de opleiding staat echter dat zijn interesse slechts één kant opwijst. Op de vraag waarom anderen het leuk zouden moeten vinden als hij op de campus komt wonen, blijft het pijnlijk stil. ,,Geen vonk'', zegt Adriaansens na afloop, ,,gewoon een saaie jongen''. Ongeschikt wegens gebrek aan academische breedte. Iemand die beter op zijn plaats is op de Universiteit Wageningen, wat Adriaansens hem dan ook aanraadt.

Het moet echt mis gaan tijdens zo'n gesprek, wil de kandidaat niet worden aangenomen, zegt Adriaansens. ,,Het is het slot van een traject. Ze hebben al een brief met hun motivatie geschreven, en een aanbevelingsbrief van een leraar op school moeten vragen.'' Adriaansens voert de gesprekken, die een half uur tot drie kwartier duren, allemaal zelf. Normaal met iemand anders, nu alleen. ,,Vind ik veel te leuk om aan een ander over te laten.''

Vier kandidaten ziet hij vanmiddag voorbijkomen, waarvan er drie een positief advies meekrijgen. Hij vraagt naar hun motivatie, hun hobbies, hun toekomstplannen. Streng is hij niet tijdens de gesprekken, eerder vaderlijk. Na afloop stuurt hij een formulier met een advies naar de board of studies, die zijn voorstel standaard overneemt.

Selectie is nodig, vindt Adriaansens. ,,Niet omdat het vwo niet goed is, daar is niets mis mee. Maar het gaat ons om meer dan cognitieve kennis. Studenten moeten deel uit willen maken van een academic community. Daar kom je niet achter door een toets, wel door een gesprek.'' Nijs en andere universiteiten gaan met zijn pionierswerk inzake selectie aan de haal, zegt Adriaansens. ,,Het huidige debat bevalt me niet erg. Instellingen vergeten dat ze zelf hun aanbod moeten verbeteren. Als zij hogere eisen stellen, moeten ze ook meer bieden. Het undergraduate onderwijs in Nederland, de bachelorfase, moet gefatsoeneerd worden, dat is het grootste probleem. Alles draait om motivatie. Nederlandse universiteiten zien het helaas niet als hun taak om de motivatie van studenten op peil te houden.''

De Roosevelt Academy streeft naar zeshonderd studenten, waarvan eenderde uit het buitenland. Adriaansens is net terug uit Boedapest, waar hij kandidaten uit zeven Oost-Europese landen heeft gesproken. Voor het eerste jaar mikt de opleiding op 150 studenten. Met 180 aanmeldingen is de scherpte van de selectie nog beperkt. Op het University College zijn nu jaarlijks 600 aanmeldingen voor 200 plaatsen.

De enthousiaste skater heeft geen moeite met selectie, vertelt hij na afloop. ,,Als je investeert in mensen wil je dat ze er alles uithalen. Maar ik heb mezelf tijdens die drie uur in de bus naar Middelburg wel flink zitten opnaaien.''

    • Mark Duursma