Riad weet zich geen raad met terreur

De Saoedische regering heeft na 1979, het jaar van de islamitische revolutie in Iran, het probleem van het terrorisme ontkend. Nu wordt ze met de neus op de feiten gedrukt.

Saoedi-Arabië is, van leverancier van terroristen, veranderd in het belangrijkste slagveld van terrorisme. Zaterdag 22 doden bij een gijzeling in een woongebied voor buitenlanders in Khobar in het oosten; vorige week een Duitser gedood in de hoofdstad Riad; even daarvoor zes buitenlanders gedood bij een schietpartij in Yanbu; een zelfmoordaanslag op het hoofdkwartier van de veiligheidsdiensten in de hoofdstad, met vijf doden. Bijna elke dag worden botsingen gemeld tussen politie en terroristen of wapen- en explosievenvoorraden gevonden. Osama bin Ladens strijders hebben zich tegen hun eigen land gekeerd, en de Saoediërs weten er niet goed raad mee.

Over de aard van de veiligheidsmaatregelen hoeft nog het minst te worden nagedacht: overal bewaking is het antwoord. Elk kwetsbaar geacht gebouw in Riad – hotels, kranten, banken, winkelcentra – is nu afgeschermd met een slinger van betonblokken tegen de zelfmoordterrorist die er zijn voertuig zou willen opblazen. De bezoekende automobilist moet motorkap en bagageklep voor inspectie openen. Bij ministeries zitten militairen met mitrailleurs verschanst achter barrières van zandzakken. Gehelmde soldaten hebben bezit genomen van het vliegveld, voorzien van kogelvrij vest en schietwapen en met de blik op menens.

Saoedi-Arabië was ook in 1995 en 1996 al toneel van terroristische aanslagen, tegen Amerikaanse militairen, maar die werden toen afgedaan als een puur tegen buitenstaanders gerichte actie, haast toevallig uitgevoerd op Saoedische bodem. Na de aanslagen van 11 september 2001 in New York en Washington, waarbij 15 van de 19 daders Saoediërs bleken te zijn, kwamen vanuit het buitenland vragen over de mogelijke invloed van de ultraconservatieve vorm van sunnitische islam, het wahabisme, die het koninkrijk sinds zijn geboorte in 1932 domineert, en over de rol van geestelijkheid en onderwijs. Het ontging niemand dat sommige Saoedische geestelijken in hun preken openlijk Bin Laden steunden.

,,De Saoedische regering heeft het probleem met het terrorisme ook na 11 september ontkend'', zegt dr. Fawzia Bakr al-Bakr, onderwijskundige aan de Koning Saud Universiteit in Riad. Pas vorig jaar, op 12 mei, toen 35 mensen werden gedood bij een reeks gelijktijdige zelfmoordaanslagen op drie wooncomplexen voor buitenlanders in Riad, kwam daarin verandering. Toen werden de radicaalste geestelijken opgepakt. ,,Toen realiseerde de regering zich dat ze een gevaar had in eigen land.''

Waar kwam dat gevaar vandaan? Meshari al-Thaydi is een ervaringsdeskundige. Hij is nu een respectabele journalist in Jeddah, maar was in de jaren '80, tot midden jaren '90, zelf een extremist die – zij het verbaal – tekeerging tegen elke aberratie van de pure islam.

,,De Saoedische maatschappij is grootgebracht met een extreem conservatieve godsdienst. Dat brengt haar op één stap van het gewelddadig extremisme dat een extreme overdrijving is van de gangbare interpretatie van de islam'', zegt Meshari.

De wahabitische islam is altijd ultraconservatief geweest, maar hij was volstrekt naar binnen gericht, op de eigen volgelingen en omgeving. Maar in de jaren zestig vluchtten veel fundamentalisten uit Egypte, waar ze werden vervolgd door de toenmalige president Nasser, naar Saoedi-Arabië. Daar werden ze onthaald door koning Faisal. Dat paste in diens strijd tegen Nasser; die van de islamitische eenheid tegen het Arabisch nationalisme. Maar de moslimbroeders brachten de ideeën van Sayed Qutb mee, de door Nasser geëxecuteerde ideoloog van het gewelddadig extremisme tegen zowel de zondige buitenwereld – Amerika voorop – als de eigen `corrupte' leiders. Een aantal van hen kwam terecht in het onderwijs en beïnvloedde talloze jonge Saoediërs.

Veel Saoediërs zijn het eens: het jaar 1979 vormt een keerpunt. Het is het jaar van de islamitische revolutie in de shi'itische buur en rivaal Iran, van de bezetting van de Grote Moskee in Mekka en van de Sovjet-invasie van Afghanistan. Misschien is de bezetting van de Grote Moskee het belangrijkst. Een groep fanatici drong de moskee binnen uit protest tegen de verwording van het koninkrijk: verkeerde – westerse – bondgenoten, drank en anderszins normvervaging. Franse elitetroepen maakten uiteindelijk een eind aan de bezetting en de autoriteiten lieten de overlevenden onthoofden. ,,Maar de regering voerde vervolgens hun agenda uit om haar islamitische legitimiteit, die in twijfel was getrokken, te bewijzen'', zegt dr. Awadh al-Badi van het Koning Faisal Centrum, een Saoedische denktank.

Dat gebeurde door middel van grote steun voor de heilige oorlog in Afghanistan, zowel financieel als in mankracht: duizenden jonge Saoediërs gingen naar Afghanistan. En door middel van een herislamisering die met name in het onderwijs werd doorgevoerd. ,,Wat er nu gebeurt is een product van het programma van de jaren tachtig'', aldus Al-Badi, ,,een jonge generatie is opgeleid om zo te denken.''

Dr Hatoon Ajwad al-Fassi, historica, herinnert zich die tijd goed. ,,We hadden het gevoel dat er iets gebeurde in de islamitische wereld, dat we andere mensen moesten helpen in tijd van nood. Het was dramatisch en romantisch. Ik zag de herleving van de islam niet als wapen in de strijd maar als middel om de islam weer een rol te laten spelen als leidende beschaving. Maar ik had niet in de gaten dat anderen zich hadden gemobiliseerd om de islam te militariseren en er de meest extreme interpretatie aan te geven.''

De Saoedische regering heeft sinds mei 2003 haar koers gewijzigd. Er is grotere openheid in de media, er is nu ook kritiek mogelijk op de manier waarop sommige religieuze leiders de islam interpreteren. Er is een passage uit schoolboeken geschrapt volgens welke iedere moslim vijandig moet staan jegens elke andere religie. Er wordt gewerkt aan verdere hervorming van het onderwijs.

De bevolking is tegelijk waakzaam geworden. ,,We proberen uit te vinden wat er aan de gang is'', aldus dr. Abdullah al-Fauzan, hoogleraar sociologie aan de King Saud universiteit. ,,De mensen zijn heel voorzichtig geworden wie ze hun kinderen toevertrouwen; ze beseffen nu wat er kan gebeuren. We vertrouwden de geestelijken meer dan onszelf. We hadden nooit vermoed dat ze onze kinderen zouden afnemen voor politieke doeleinden. We wilden dat onze kinderen leerden de Koran te lezen, maar ze werden terroristen gemaakt.''

,,Nu stellen we de vraag: hoe is het gekomen dat Afghanistan belangrijker werd dan het eigen land? Waarom verwoesten ze hun land in dienst van buitenlandse belangen? Waarom? Waarom? We leren hun niet van ons land te houden. Sommige geestelijk leiders haten de vlag en het volkslied want die gaan in tegen tegen het concept van de natie van de islam.''

Veel geestelijken steunen nog steeds extremistische ideeën. ,,Wanneer er in Saoedi-Arabië een aanslag wordt gepleegd, kritiseren ze tegenwoordig de daders als misleide geesten'', aldus de ex-extremist Meshari. ,,Maar wanneer er een aanslag in Irak wordt gepleegd, bidden ze voor de overwinning van de daders en kritiseren ze Amerika. Dat is een schizofrene situatie, want de mensen die in Irak vechten zijn dezelfden die hier aanslagen plegen.''

Volgens veel Saoedische intellectuelen hebben de autoriteiten nog steeds niet tot de noodzakelijke drastische verandering besloten. ,,Nog steeds proberen ze de zaak te sussen'', aldus dr. Al-Badi. ,,We hebben een revolutie in mentaliteit nodig. Het gaat niet om een zinnetje over joden of christenen dat wordt geschrapt uit schoolboeken. Niet dat we tegen de islam moeten onderwijzen, maar we moeten gewoon onderwijzen, niet met een politieke agenda. De staat weet niet wat voor burger hij wil – een gehoorzame, die niet denkt? En dan met godsdienst als opium? Het hele systeem moet worden geherstructureerd.''