Oezbeek was niet gemarteld

De Oezbeekse gevangene wiens dood in de gevangenis vorige week een golf van kritiek op de Oezbeekse regering teweeg bracht omdat hij zou zijn doodgemarteld, blijkt niet te zijn gemarteld: hij heeft zich, zoals de Oezbeekse autoriteiten na zijn dood al beweerden, zelf opgehangen.

Dat blijkt uit een onafhankelijke lijkschouwing, uitgevoerd door Canadese en Amnerikaanse deskundigen, die zijn ingeschakeld nadat de familie van de man, Andrei Sjelkovenko, had gemeld dat zijn lichaam tekenen van foltering vertoonden.

De Canadese deskundige Michael Pollanen, die aanwezig was bij de onafhankelijke lijkschouwing, zei gisteren dat alle verwondingen die op het lichaam van Sjelkovenko te zien waren ,,verband houden met begrijpelijke misverstanden over veranderingen die in elk lichaam na de dood optreden''. Hij had zelf bij zowel het inwendige als het uitwendige onderzoek geconstateerd dat sprake was van ophanging, en niet van wurging.

Sjelkovenko werd op 23 april gearresteerd wegens een beroving. Zijn lichaam werd in mei thuisbezorgd met de mededeling dat hij zich had opgehangen. Zijn moeder maakte echter melding van verwondingen die zouden wijzen op foltering. Toen dat door mensenrechtenorganisaties werd gemeld, kwam het Oezbeekse regime diplomatiek onder vuur te liggen van onder anderen de Britse en de Amerikaanse ambasadeur. Daarna meldde het bewind in Tasjkent een onafhankelijk onderzoek toe te staan, waarna de buitenlandse deskundigen naar Tasjkent kwamen.

De Oezbeekse regering wordt regelmatig beschuldigd van foltering in de gevangenissen en spreekt zelf niet meer tegen dat dergelijke excessen voorkomen. Ze zegt er doorgaans bij alles te doen om marteling van gevangenen voortaan te voorkomen – een mededeling waar onafhankelijke mensenrechtenorganisaties hun twijfel over hebben.