Na het losgeld

De gijzeling van de Nederlander Arjen Erkel laat het dilemma zien waarvoor de autoriteiten in dergelijke gevallen staan.

Moeten ze onderhandelen met terroristen, moet er losgeld worden betaald? Toegeven is een precedent scheppen. Weigeren zou het leven van de gegijzelde in gevaar kunnen brengen. Deze gijzeling laat zoals zo vaak in zulke gevallen een dubbel gevoel achter. Vreugde over de goede afloop en woede over het feit dat de Nederlandse regering, hoe dan ook, een miljoen euro losgeld betaalde voor de vrijlating van Erkel en daarmee het terrorisme in de Russische deelrepubliek Dagestan in de Kaukasus medefinancierde. De ruzie met Erkels werkgever, de hulporganisatie Artsen zonder Grenzen, over de terugbetaling van dit bedrag aan het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken – het zou om een voorschot gaan – doet voor de buitenwereld niet ter zake. De essentie is dat Nederland een miljoen uittrok om een ontvoering te beëindigen. Buitenlandse Zaken heeft in ieder geval het betalen van het losgeld vergemakkelijkt, terwijl `staand' beleid is dat ingaan op het eisen van losprijzen taboe is.

Politieke vragen die nu voorliggen: was het betalen van het losgeld de enige manier om Erkel vrij te krijgen? Was het verstandig? Overziet de regering het precedent dat ze heeft geschapen? Uitganspunt moet blijven dat met terroristen niet wordt onderhandeld. Overheden, hulporganisaties en bedrijven dienen zich dat te realiseren en ernaar te handelen. De betrokkenen moeten bovendien de risico's voortdurend afwegen. Gijzelingen kunnen worden voorkomen door tijdig te vertrekken waar het te gevaarlijk wordt. Dat het hemd soms nader is dan de rok, laat zich raden. Hier ligt een gemeenschappelijke verplichting. De ontvoeringsindustrie bloeit wereldwijd. Het toenemende aantal vredesoperaties in risicogebieden roept om een eendrachtig en standvastig gijzelingenbeleid waarbij iedereen weet wat de lijn is en wat wel en niet mogelijk is. Ruimte om te improviseren moet er zijn – maar marchanderen is uit den boze. Minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) moet nu twee dingen doen: zijn algemene beleid verduidelijken en opheldering verschaffen waarom hiervan in de zaak-Erkel kennelijk is afgeweken.