Moslims India: eindelijk hoop

Na Indonesië en Pakistan is India het land met de grootste moslim-populatie ter wereld. Voor de 150 miljoen Indiase moslims voelt het vertrek van hindoe-nationalistische regering na de recente verkiezingen als een `bevrijding'

Een paar uur hebben ze moeten wachten, hier in het Indiase Ayodhya, maar nu de middagpauze voorbij is en de agenten hun controleposten weer hebben ingenomen, stellen de hindoes zich op in rijen voor de slagboom. Iedereen wordt gefouilleerd; tassen, camera's, mobiele telefoons en zelfs blocnotes moeten worden afgegeven.

Na de slagboom en de eerste controlepost is geen verdwalen meer mogelijk. De honderden hindoe-bedevaartgangers worden door een smalle corridor geperst die aan weerzijden en aan de bovenkant is afgezet met gaas. De route leidt via een open terrein waar nog de fundamenten van stenen muren zichtbaar zijn naar een bouwwerk dat is opgetrokken uit bamboestokken, overspannen met golfplaten en zeilen. Daar bevindt zich, op veilige afstand van het traliewerk, de provisorisch ingerichte tempel ter ere van de hindoegod Ram. De gelovigen werpen een snelle blik, geven snoep en andere offergaven af die ze hebben gekocht bij een van vele straatwinkeltjes, en stoppen een bankbiljet in een kist met een glazen deksel.

Nergens anders in India is de demarcatielijn tussen hindoes en moslims zo scherp als hier in Ayodhya, in het noordoosten van India. Dit is de plek van `Babri Mashid', een moskee die in december 1992 werd verwoest door hindoe-fanatici. Volgens de hindoes was de moskee in 1528 gebouwd op de geboortegrond van de god Ram en stond er vóór die tijd een tempel voor Ram.

De vernietiging van `Babri Mashid' heeft de verhoudingen tussen moslims en hindoe-nationalisten jarenlang zwaar verziekt. Nog steeds duurt de juridische strijd over de bestemming van de grond voort. Geen rechter heeft het aangedurfd een eindoordeel te vellen. Archeologen hebben na jaren graven nog geen bewijzen aangetroffen voor de vroegere aanwezigheid van een hindoetempel.

De 67-jarige advocaat Syed Shahabuddin is opgetogen dat bij de recente Indiase verkiezingen de hindoe-nationalistische BJP van premier Atal Bihari Vajpayee plaats heeft moeten maken voor een regering onder leiding van de seculier ingestelde Congrespartij van Sonia Gandhi. Nu, zegt hij, bestaat er een goede mogelijkheid dat er eindelijk wel een juridische uitspraak komt inzake `Ayodhya', een uitspraak die bovendien wordt uitgevoerd.

Shahabuddin was van 1979 tot 1996 parlementslid, maar bekend werd hij de afgelopen jaren vooral als verdediger van de moslim-belangen bij het Hooggerechtshof in New Delhi. Zijn wantrouwen tegen de BJP zit zeer diep. Vooraanstaaande leiders van de hindoe-nationalistische partij waren nauw betrokken bij de verwoesting van de moskee in Ayodhya. Die gebeurtenis werd later nog overschaduwd door `Gujarat'. In die deelstaat werden twee jaar geleden ruim tweeduizend moslims afgeslacht, een wraakneming op het in brand steken van een trein met hindoe-activisten die terugkeerden uit Ayodhya. Bij die aanval verbrandden 58 hindoes. De BJP-regering van Gujarat deed niets om de daarop volgende furie te beteugelen en ook de nationale BJP-regering in New Delhi greep niet in.

`Gujarat' zit diep in het geheugen van de moslims, zegt Shahabuddin. Bij de recente parlementsverkiezingen hebben de moslims volgens hem massaal voor de Congrespartij gestemd omdat ze koste wat kost de hindoe-nationalisten van de BJP uit de regeringsmacht wilden verdrijven. Op 13 mei, de dag van de verkiezingsuitslag, voelde het voor de moslims dan ook ,,als een bevrijding'', zegt Shahabuddin. ,,Onder de vorige regering leefden moslims en christenen in een staat van beleg. Cultureel en religieus lagen we onder vuur. Je wist nooit wat er kon gebeuren. De regering stak geen hand uit. Bij wie moet je aankloppen voor bescherming? Je kon zelfs geen klacht indienen bij de politie want je wist nooit hoe je zou worden behandeld.''

Daarom was 13 mei een goede dag voor de minderheden in India. Dat werd nog bevestigd door de benoeming van een sikh tot premier. ,,Premier Singh is een integer man en we zijn er trots op dat ook hij afkomstig is uit een minderheid. Ik heb hem gisteren nog gezegd: `Uw overwinning is de onze'.''

De Indiase moslims, zegt Shahabuddin, verwachten van de nieuwe regering hervormingen en economische ontwikkeling ,,met een menselijk gezicht''. En ze verwachten voor alles ,,sociale harmonie en rechtvaardigheid'', zegt hij. ,,No more Gujarats.'' India, zegt hij, is een multi-religieuze samenleving. ,,Die kan alleen maar gedijen in een seculiere staat, niet onder een regering die zich identificeert met een bepaalde religie of cultuur. Staatsburgerschap hangt niet af van de aanhankelijkheid aan een cultuur of in het geloof in Ram. De grondwet zegt: geen discriminatie onder de noemer van religie, cultuur, taal of afkomst. Niemand ontkent de betekenis van Ram voor de hindoe-cultuur. Of zijn grootheid. Maar mensen van een andere religie kunnen Ram natuurlijk niet aanbidden op dezelfde manier als hindoes. Het fundamantele punt is: de hindoe-nationalisten willen de moslims en de christenen niet over de kling jagen zoals in de holocaust, maar hen dwingen te assimileren. De hele Indiase geschiedenis is een doorlopend proces geweest van assimilatie. De enige religies die nog niet zijn geassimileerd, zijn islam en christendom. Assimilatie is het sleutelwoord. Met integratie heeft niemand moeite.''

Shahabuddin hoopt dat de rechter snel een definitief vonnis zal vellen over `Ayodhya'.

,,We willen deze strijd niet eeuwig voortzetten. Als de rechter oordeelt dat er een tempel gebouwd mag worden, zullen we ons daarnaar voegen. Maar als het vonnis in ons voordeel is, moeten we vrij zijn te doen wat we willen. Ik vertrouw er op dat nieuwe regering uitvoering van het vonnis kan garanderen. Maar dan nog moeten we kijken naar de omstandigheden of we gaan bouwen. Onthou één ding: voor moslims is de plek heilig, niet de constructie. Niet stenen en cement bepalen de heiligheid van de plek.''

De hindoe-gelovigen die in Ayodhya langs de geïmproviseerde tempel defileren, hopen op hun beurt op de bouw van een echte tempel. Maar voorlopig blijven de voorzieningen nog zeer primitief. ,,Er is een heleboel ophef gemaakt over de wederopbouw van de tempel maar tot dusver is er nog helemaal niets gebeurd. De regering geeft hier elk half jaar zes miljoen rupee's uit, maar ik vraag me af waar dat geld blijft'', schampert de agent van de inlichtingendienst.