Moby Dick-opera: zapmuziek

Afgaand op zijn curriculum is de in Amstelveen gevestigde Amerikaan Gary Goldschneider (65) een selfmade renaissancemens. Als peuter reciteerde hij al gedichten van Keats en Shelley op de radio, later volgde hij studies Engels, geneeskunde en piano. In Nederland maakte Goldschneider in de vroege jaren tachtig naam met integrale uitvoeringen van de pianosonates van Beethoven op het Amsterdamse Leidseplein en van Mozart in het Vondelpark, maar via zijn website kun je de pianist ook inschakelen voor een astrologisch levensloop- of loopbaanadvies. Van zijn boeken over lotsbestemming werden in Amerika meer dan anderhalf miljoen exemplaren verkocht, en ook hier verschijnt zijn astrologierubriek al jarenlang in een bekende glossy.

Als componist voltooide Goldschneider onder meer twee symfonieën en twee pianoconcerten, maar Call me Ishmael naar Melville's klassieker Moby Dick is zijn eerste opera. ,,Meer dan een opera, meer dan een musical'', noemt hij de in eigen beheer geproduceerde voorstelling die zondagavond in de Amsterdamse Stadsschouwburg de wereldpremière beleefde. Maar Call me Ishmael was vooralsnog minder in balans dan een volwaardige opera of musical. Goldschneiders muziek zapt lustig langs de musicalidiomen van Lloyd Webber, Gershwin en zelfs Jerry Bock (Fiddler on the Roof), om meteen daarna te verwijzen naar Reich of pralend terug te grijpen op grote romantici.

Op papier verdient Goldschneider lof voor zijn ondernemingslust. Zijn muziek getuigt van een neus voor aansprekende motiefjes en er klinkt ritmegevoel uit sommige duetten, waarin driedelige en vierdelige maatsoorten soepel vervloeien. Maar Call me Ishmael is te veel musical om een goede opera te kunnen zijn, te veel opera voor een musical en – bovenal – te compromisloos om matige stemmen te laten stralen.

Dat het eindresultaat daardoor zondag vaak zeer verstaanbaar was terwijl boventiteling ontbrak, bleek in verhouding tot het niveau van de zangers en de regie een bijkomstigheid. Het verdienstelijk musicerende Rotterdams Kamerorkest werkte samen met het Britse vocaal gezelschap Opera à la Carte, dat ondanks het enthousiasme van enkele solisten nergens het niveau van een amateurgezelschap ontsteeg.

Aan die indruk deed ook de regie van Nicholas Heath weinig af. Heath vertaalde het reliëfrijke verhaal van Moby Dick in een werkbaar eenheidsdecor met filmprojectie en houten loopbrug, maar dwong de zangers tot een bizarre mix van onbegrijpelijke theatrale uitbundigheid en nog onbegrijpelijker tableaux vivants. Al met al ontstemde het slotensemble voor de pauze letterlijk en figuurlijk zodanig dat blijven voor de slotakte zinvol noch wenselijk was.

Goldschneider begon in 1987 aan Call Me Ishmael te componeren en realiseerde met deze wereldpremière een langgekoesterde droom. Des te treuriger was het daarom dat het resultaat de toeschouwer nergens tot meedromen vermocht te verleiden.

Voorstelling: Call me Ishmael van Gary Goldschneider door Opera a la Carte, het Rotterdams Kamerorkest o.l.v. Conrad van Alphen. Gezien: 30/5 Stadsschouwburg, Amsterdam. Inl. www.ishmaelopera.com