Hip Hengelo

Eerst maar even de zin van de week.

`I try myself alone.'

Een Ethiopiër liep op de atletiekbaan in Hengelo – van dat beeld wordt iedere sportliefhebber al heel euforisch – een wereldrecord op de 5.000 meter. Hij maakte een ereronde, liet de getrainde broodjes onder zijn shirt even zien en kwam voor de camera van de Nederlandse televisie uit. Er was een simpele vraag in het Engels. Hoe het ging? De hersens kraakten in het Ethiopische hoofd. Toen kwam de zin: I try myself alone.

Dat kwam zo, de haas had het laten afweten. De haas is een man die hardloopt voor een ander. De haas in Hengelo had het goede tempo niet. Dan doe ik toch lekker zelf, moet Kenenisa Bekele gedacht hebben en hij zette er nog eens flink de vaart in. Hij won in een recordtijd, Hengelo huilde van geluk.

Aanvankelijk dreigde mijn sportweekend nog vergald te worden door Oranje. Zaterdag eerst die zouteloze wedstrijd tegen de Belgen. Daags erop kreeg ik nog een berichtje over de elftalfoto van Oranje. Die is in het geniep, op een geheime lokatie gemaakt. De naam van de fotograaf is nog niet prijsgegeven. Of duwde Advocaat op de zelfontspanner; je ziet hem met dat driftige pasje na het indrukken snel terughollen naar zijn plek. Een weekbladfotograaf kreeg te horen dat het niet de bedoeling was dat iedereen zomaar groepsfoto's en portretten van de spelers maakte. Voor plaatjes van de heren dient men zich met gevulde portemonnee te melden bij de KNVB. Je zou ze toch ja, wat zou ik allemaal niet willen doen met een stel van die onwillige spelers en de ja-knikkers in Zeist. Je zou ze toch met een harde stok eens flink... Ach, laat maar.

Weg nog even met dat EK, weg met dat armetierige oefenvoetbal, dat gezucht, die vermoeide blikken. We gaan naar Hengelo. Herhaal die naam, gorgel de letters tegen uw huig. Hengelo!

Hengelo is de lievelingsstad van hardloper Haile Gebrselassie, óók uit Ethiopië. Hij liep daar de afgelopen jaren zijn records. Ik ben verliefd op het sportcomplex. Het ligt er altijd zo mooi bij, het hele jaar wordt daar gesproeid en geharkt voor die ene wedstrijd. De heg rondom de baan stond er weer schitterend geknipt bij. Het is altijd groen in Hengelo. Fanny verdient een eervolle herbegrafenis in een praalgraf op het middenterrein van de atletiekbaan van Hengelo, het bedevaartsoord voor de atletiek-aficionado.

`Kom aan, jongens, help hem naar Athene toe. Wat een kerel, met die eeuwige glimlach', riep de speaker tijdens de tien kilometer van Gebrselassie. De glimlach verscheen maar niet, Hailes voorhoofd stond vol ongelijke rimpels. Hij werd tweede. Na de finish stortte iedereen zich op de verliezer. Hij ging op de schouders bij een groep Ethiopische toeschouwers die de baan bestormden. Haile ging van hand tot hand, als een kostbaar beeldje van zwart marmer, met de vlag van Ethiopië als poetsdoek om de schouders.

Haile in Hengelo. Klinkt als een klok.

Hengelo is zo internationaal als de pest. Kom bij mij niet meer aan met verzinsels over de suffe boerenregio. Het is daar goed toeven. Het buikje van Merlene Ottey was goed gevuld uit bij de start van de honderd meter. Aan goede restaurants geen gebrek in Hengelo, dat zag ik meteen.

De stad moet dit succes van de Fanny Games kunnen uitbuiten. Haile opent binnenkort een theesalon in het centrum. Een deur verder begint Ottey een kunstnagelzaakje en Mutola staat borg voor een kinky nachtclub. Kogelstoter en klerenkast Rutger Smith – gisteren goed voor 20 meter 39, dan heb je spiermassa – staat als uitsmijter aan de deur. Jos Hermens doet voor alle nieuwe zaken de financiën en waarschijnlijk ook de belastingaangifte.

Hengelo is hip. Voor het eerst sinds jaren denk ik aan verhuizen.