Europees industriebeleid Franse stijl irriteert Berlijn

Een Duits-Franse top over industriepolitiek gaat niet door vandaag. Officiële reden: geen tijd. Officieuze reden: herrie.

De liefde tussen Duitsland en Frankrijk leek even geen grenzen te kennen. Samen sterk tegen de VS in de kwestie-Irak, samen sterk tegen de Europese Commissie in de kwestie-Stabiliteitspact. Zo veel harmonie – dat kon niet goed gaan. De toekomst van de Europese industrie stelt het geluk nu op de proef – vlak voor het historische bezoek van kanselier Schröder aan de viering van D-Day, komend weekeinde.

Eerder dit voorjaar haalden Schröder en Chirac een oud en doodgewaand idee van de zolder. Ze willen bedrijven samenvoegen tot zogeheten Europese kampioenen. Ze mijmeren daarbij dan over de succesvolle versmelting van kleine Europese vliegtuigfabrikanten tot het slagvaardige EADS, dat met de Airbus het Amerikaanse Boeing nachtmerries bezorgt. Wat met vliegtuigen kan, moet ook kunnen met onderzeeërs, fregatten, gasturbines, treinstellen en medicamenten.

Vandaag zouden de regeringsleiders en hun ministers voor economie in Berlijn over een gezamenlijke industriepolitiek spreken. Vorige week bliezen de Fransen de bijeenkomst onverwachts af. Officiële reden: overvolle agenda's. Officieuze reden: herrie.

Nicolas Sarkozy, de Franse minister voor Economie en Financiën, wierp zich onlangs tot twee keer toe op als succesvolle redder van de Franse industrie – en liep straal voorbij aan Duitse belangen en Europese dromen. Eerst steunde hij uitdrukkelijk de overname van het Frans-Duitse Aventis door het Franse Sanofi-Synthélabo. Vervolgens organiseerde hij staatssteun voor Alstom. Het liberale non-interventiegebod voor overheden deerde hem niet, conform de Franse traditie, schreef de Frankfurter Allgemeine Zeitung. ,,Sarkozy wil het Elysée winnen'', aldus de krant ,,niet de Hayek-Medaille'' – een verwijzing naar de Oostenrijkse tegenpool van Keynes.

De openlijke ingrepen van Frankrijk in het economisch verkeer hebben in Berlijn niet alleen voor irritaties gezorgd, maar ook een debat over de merites van industriepolitiek losgemaakt. ,,Natuurlijk is het moeilijk om een beleid tegen de Fransen te maken, maar dat moet nu maar eens gebeuren'', stelde de toonaangevende econoom Hans-Werner Sinn van onderzoeksinstituut Ifo in München in de Financial Times Deutschland. ,,Het kan niet altijd maar een beleid ten laste van Duitse ondernemingen zijn.'' Sinn kreeg steun van de Michael Sommer, voorzitter van overkoepelend vakverbond DGB. ,,Het mag geen wetmatigheid worden dat alleen Frankrijk zijn belangen veiligstelt'', aldus Sommer in het Handelsblatt. Sommer spoorde de regering-Schröder aan sterker op te komen voor de belangen van het Duitse bedrijfsleven. De econoom Joachim Starbatty, hoogleraar in Thüringen, ziet daarentegen niets in industriepolitiek Franse stijl. ,,Industriepolitiek is een speeltuintje voor politici'', aldus Starbatty in een vraaggesprek. ,,Het leidt vrijwel nooit tot goede resultaten.''

De opstelling van de Franse regering in de zaak Aventis werd in Berlijn niet op prijs gesteld. De regeringsleiders van Frankrijk en Duitsland hadden namelijk net met elkaar afgesproken in deze zaak niet in te grijpen. Knarsetandend werd in Berlijn verkondigd dat het zo niet ging. ,,Als dit een trend wordt'', waarschuwde de Duitse minister Clement voor economie en werkgelegenheid, ,,dan moeten we daar conclusies aan verbinden''.

Chirac moest door het stof. Hij had de kritiek uit Berlijn uiteraard gehoord, zei hij op een persconferentie met Schröder. Door toe te geven dat ,,in dergelijke reacties ook altijd een kern van waarheid schuilt'', probeerde hij weer bij de Duitser in het gevlei te komen.

De plooien waren nog niet gladgestreken of Sarkozy sloeg opnieuw toe. In een hard gevecht met Europees Commissaris Monti kreeg hij het vorige week voor elkaar dat het noodlijdende Franse Alstom vier jaar lang staatssteun mag ontvangen en even zo lang de tijd krijgt om buitenlandse partners te zoeken. Het Duitse Siemens had zich nu al graag over een paar bedrijfsonderdelen van het Franse bedrijf ontfermd.

Nadat Alstom de toezegging voor staatssteun binnen had maakte bestuursvoorzitter Patrick Kron prompt een lange neus naar Siemens. Een verbintenis met Siemens, zei hij, is ,,niet in het belang van mijn klanten, medewerkers en aandeelhouders''.

Duitsland heeft in tegenstelling tot Frankrijk geen traditie van nationale kampioenen. Desondanks mengt Schröder zich, soms op de achtergrond, soms openlijk, in gesprekken over fusies en overnames in Duitsland. Onlangs pleitte hij voor een fusie van de Duitse beursgenoteerde banken. Schröder meent dat de Duitse ondernemingen de ijzige wind van de globalisering alleen overleven als ze de handen ineenslaan.

Hoe ver de regering-Schröder met industriepolitiek wil gaan is niet duidelijk. Vorige week riep Clement bijvoorbeeld de krantenuitgevers op fusies aan te gaan om zich beter te kunnen verdedigen tegen eventuele overnamepogingen vanuit het buitenland.

De econoom Joachim Starbatty, die aan de universiteit in Thüringen industriebeleid doceert, ziet helemaal niets in Schröders bemoeienis met de industrie. ,, In de ogen van Starbatty is Schröder een ,,spontane prutser'' die ad hoc ingrijpt in het bedrijfsleven en zelden succes boekt.

De Duitsers moeten niet eens proberen het Franse spel te spelen, waarschuwt Starbatty. ,,Als het hard tegen hard gaat tussen de Duitsers en de Fransen, trekken de Duitsers zich op het laatste moment altijd terug. Dat komt vooral doordat industriepolitiek in Duitsland zeer omstreden is. Vrijwel alle economen zijn tegen. Bovendien luistert de industrie niet naar de politiek. Het bedrijfsleven luistert alleen als het geld krijgt, maar dat heeft Schröder niet. Ook zijn de persoonlijke banden tussen politiek en bedrijfsleven in Duitsland niet zo nauw verweven als in Frankrijk.''

Als nationale kampioenen niet als succesvol te boek staan en Fransen in dat spel een natuurlijk voordeel hebben, waarom begint Schröder er dan aan? Starbatty: ,,Schröder vlucht van de problemen die hij eigenlijk moet oplossen. Hij zou zich moeten bezighouden met de deregulering van de arbeidsmarkt. Maar met zijn hervormingscatalogus Agenda 2010 is hij aan het eind van zijn latijn. Zijn eigen partij houdt hem tegen. Dus zoekt hij iets nieuws.''