Deelname Spelen beloning hecht volleybalteam

De Nederlandse volleyballers gaan naar de Olympische Spelen. Kwalificatie is de beloning voor spelers die ondanks alles volhielden en niet kansloos zijn voor een plaats in de topvijf.

Als aan cijfers een mathematische wetmatigheid ontleend kan worden, eindigt het Nederlands mannenvolleybalteam bij de Olympische Spelen in Athene in de topvijf. Vier opeenvolgende keren is die klassering bereikt, met goud in Atlanta (1996) en zilver in Barcelona (1992) als uitschieters; in Seoul (1988) en Sydney (2000) werd Nederland vijfde. Die prestaties geven aan dat de volleyballers zich thuis voelen op de Spelen, maar belasten de huidige nationale ploeg met valse verwachtingen, nadat zondag bij het laatste olympisch kwalificatietoernooi in Madrid plaatsing voor `Athene' werd veiliggesteld.

Na drie jaar van noeste arbeid onder af en toe moeilijke omstandigheden heeft bondscoach Bert Goedkoop weliswaar een stabiel Nederlands team gesmeed, maar er geen kampioensploeg van gemaakt. Dat zou ook een onmogelijke opdracht zijn geweest, omdat de huidige internationals niet kunnen tippen aan het niveau van de Russen, Serviërs, Brazilianen en Italianen. Nederland moet mondiaal ingeschaald worden tussen de plaatsen vijf en tien: het niveau van de Polen, Fransen, Amerikanen, Argentijnen en Grieken.

Die vaststelling impliceert niet dat Nederland in Athene op voorhand kansloos is voor een medaille. Integendeel, want Goedkoop heeft het basisniveau van de ploeg danig opgekrikt en beschikt met Richard Schuil, Reinder Nummerdor en Guido Görtzen over internationaal gelouterde spelers die een team tot uitschieters kunnen stimuleren. Gelet op de krachtsverschillen ligt het evenwel niet voor de hand dat van bijvoorbeeld Rusland wordt gewonnen, maar bij een mindere dag van de Russen kán het wel. Nederland heeft het gepresteerd bij het Europees kampioenschap van 2003.

Een ingetoomd verwachtingspatroon doet de Nederlandse internationals recht, ook al was de manier waarop plaatsing voor de Spelen werd afgedwongen afgelopen weekeinde tekenend voor de progressie van de nationale ploeg. Toen Goedkoop na de Spelen in Sydney de taak van Toon Gerbrands overnam, waren bepalende spelers als Peter Blangé en Bas van de Goor vertrokken en leek de neergang van het Nederlands volleybal te worden voortgezet. Nummerdor, Görtzen en Schuil waren gebleven, maar de talenten uit de nationale jeugdteams heetten niet opnieuw Ron Zwerver, Olof van der Meulen of Jan Posthuma.

Het heeft Goedkoop drie jaar gekost om de aansluiting met de wereldtop te behouden. Daarvoor moesten zware stormen worden getrotseerd en bittere teleurstellingen worden verwerkt. Behalve het wegwerken van een sportieve achterstand, moesten ook financiële problemen het hoofd worden geboden. De vorige beheersstichting van de nationale ploegen, TVN (Top Volleybal Nederland), kon lang niet altijd zijn betalingsverplichtingen nakomen en ging eind 2002 failliet. Een bescheiden onkostenvergoeding meer kon TVN's opvolger Pro-Volley vorig jaar bij een doorstart niet bieden joeg de internationals niet weg; de gedeelde smart zorgde voor verbondenheid in plaats van verwijdering.

De nieuwe start maakte al snel duidelijk dat het team hechter én beter was geworden, mede dankzij de World-Leaguewedstrijden, waaraan Nederland ondanks de hoge inschrijfkosten aan deel was blijven nemen. Die internationale competitie hebben spelers als Nico Freriks, Mike van de Goor en in een later stadium Rob Bontje significant beter gemaakt. Met als resultaat dat het Nederlands team inmiddels zo sterk is, dat het op eigen kracht het zwaarste olympisch kwalificatietoernooi heeft kunnen winnen. En dat zegt ook veel over de mentale weerbaarheid van de internationals, die drie jaar lang slechte wedstrijden afwisselden met teleurstellingen over net-niet-prestaties.

De beloning voor alle opofferingen kwam zondag in Madrid, waar ronduit imponerend het onvoorspelbare Kameroen, het gevreesde Cuba en het thuisspelende Spanje de weg naar de Olympische Spelen werd versperd. Bij het doortrekken van die stijgende lijn is een plaats bij de topvijf in Athene weliswaar geen mathematische zekerheid, maar wel degelijk een reëel uitgangspunt.