De wraak van Youp 1

Youp van 't Hek trad vorige week vijf avonden op in 's-Hertogenbosch. Een aantal dagen verbleef hij in de stad. Op de stadsredactie Den Bosch van het Brabants Dagblad ontstond het idee na te gaan hoe hij het leven in de hoofdstad van Brabant ervaart.

Dat plan is niet goed uitgepakt en daarom stond in een van onze elf edities van vrijdag 28 mei een stukje over hem waarmee ik als verantwoordelijk hoofdredacteur ongelukkig ben. Wij gingen in die publicatie vooral de gangen van de cabaretier na in de Bossche horeca. Hoewel het artikel zelf weinig voorstelt, schonden wij daarmee zijn privacy. Dat past niet bij de stijl en de kwaliteit die het Brabants Dagblad nastreeft.

Toen hij woedend opbelde, was een enigszins normaal telefoongesprek niet mogelijk. Anders waren wij het snel eens geworden over een rectificatie. Hij heeft er bewust voor gekozen mij, als hoofdredacteur, zo hard en persoonlijk mogelijk te treffen.

In zijn column `Braboos' in NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag schetst hij mij als een hoerenloper en een vunzige vreemdganger, die op kosten van de krant achter jonge meisjes aanzit. Om te bevorderen dat zijn vele lezers denken dat dit de waarheid is, heeft hij deze verzinsels aangelengd met echte feiten: er is in Den Bosch een kroeg die `De Haverkist' heet en er is een hotel Mövenpick (waar ik een hotelkamer nog nooit van binnen heb gezien). Zijn beschrijving van onze verslaggeefster is ronduit stuitend.

In zijn poging om wraak te nemen, is Youp van 't Hek geslaagd: zijn stukje circuleert in Brabant ook al onder vele niet NRC-lezers, het staat op internet en het zal volgend jaar ook ongetwijfeld in zijn nieuwe bundel verschijnen. Hierdoor zal ik bij veel mensen jarenlang het door hem gecreëerde imago houden. Op die manier verwordt satire (want zo zal hij zijn column wel bedoeld hebben) tot reputatiemoord.

Er hebben mij goedbedoelde adviezen bereikt de komiek juridisch aan te pakken. Dat doe ik niet. Niet alleen vanwege alle publicitaire heisa waarin dit resulteert, maar vooral omdat ik als hoofdredacteur de hoeder wil zijn van het vrije woord en daarom niet ga procederen tegen een columnist.

Ik beperk me tot deze reactie. Om aan te geven hoe het zo gekomen is.