Broodje-aap

De vorige week overleden Ethel Portnoy vond zichzelf een marginale schrijfster. Nou geldt dat voor de meeste schrijvers, maar Portnoy heeft iets bereikt dat zelfs de echt grote schrijvers zelden lukt: zij heeft een uitdrukking aan het Nederlands toegevoegd die volkomen is ingeburgerd. Ik heb het natuurlijk over het broodje-aapverhaal.

Zoals bekend schreef Portnoy in 1978 het boek Broodje Aap. De folklore van de post-industriële samenleving. Dit boek bevatte ruim negentig (later aangevuld tot 135) verhalen waar folkloristen nooit een eenduidige naam voor hebben bedacht. Men noemde ze aanvankelijk urban legends, en tegenwoordig spreekt men in het Engelse taalgebied doorgaans van een contemporary legend, een hoax of een FOAF-tale (hier kom ik zo op terug). Kern is dat het verhalen zijn waar we elkaar bang mee maken; doorgaans zijn ze gruwelijk en worden ze gepresenteerd als `waar gebeurd'.

Portnoy hoorde zo'n verhaal voor het eerst op haar tiende, in 1937. Toen ze zestien was besloot zij ze te gaan verzamelen, wat uiteindelijk, zoveel jaar later, leidde tot Broodje Aap.

Waarom zijn broodje-aap en broodje-aapverhaal nu begrippen geworden die in alle belangrijke hedendaagse woordenboeken zijn opgenomen? In de eerste plaats doordat het boekje van Portnoy een enorme bestseller was. De eerste druk verscheen in oktober 1978 en in een jaar tijd werden er zes nieuwe drukken opgelegd.

Maar Portnoy's boekje kon zo'n succes worden doordat zij de eerste was die dergelijke verhalen in boekvorm uitbracht. Natuurlijk was zij niet de eerste die zich met deze materie bezighield. In de jaren veertig, vijftig en zestig waren er in diverse antropologische en folkloristische tijdschriften artikelen over dit onderwerp geschreven en in 1958 had de Amerikaanse folklorist Richard Dorson er een hoofdstuk aan gewijd in het boek American Folklore.

Ook in het Nederlandse taalgebied had Portnoy voorgangers. Toevallig verschijnt er vandaag een boek waarin de geschiedenis van het broodje-aapverhaal uit de doeken wordt gedaan. Het heet Mediahypes en moderne sagen. Sterke verhalen in de media, en het hoofdstuk over de historie van de moderne sagen is geschreven door de Leidse folklorist en journalist Peter Burger. Volgens Burger, die zelf twee uitstekende boeken met dit soort verhalen op zijn naam heeft staan, is dit verhalengenre in Nederland verschillende keren ontdekt. De journalist en literator Hans van Straten schreef er al in 1958 over in Het Vrije Volk. Hij sprak van `mondelinge literatuur', `tall stories' en `zwervende verhalen'. In 1970 besteedde deze krant een paar keer aandacht aan wat men toen `Langlopende Leugenstories' noemde, in 1977 schreef de volkskundige Jurjen van der Kooi over dit onderwerp in een vaktijdschrift, en in 1978, kort voor de publicatie van Broodje Aap, wijdde Nico Scheepmaker er enkele `Trijfel'-columns aan.

Maar goed, dit waren dus allemaal losse publicaties. Portnoy kwam als eerste met een heel boek met moderne sagen en daarmee zette zij het genre definitief op de kaart. In het contract met uitgeverij De Harmonie heette het boek nog Het moderne horrorboek, maar op verzoek van uitgever Jaco Groot werd dit gewijzigd in Broodje Aap, naar de titel van een van de proefstukjes die Portnoy had ingeleverd (`Monkey Sandwich', zij schreef in het Engels). Dit titelverhaaltje, dat in vakliteratuur zeer obscuur is en dat waarschijnlijk alleen door Portnoy is opgetekend, gaat over apenkadavers die door de politie bij een vleesfabriek worden ontdekt.

Het toeval wil dat Portnoy in 1978 niet de enige was die een boekje met urban legends samenstelde. In datzelfde jaar verscheen ook in het Engelse taalgebied het eerste boek over dit onderwerp, The Tumour in the Whale van de Brit Rodney Dale. In zijn inleiding introduceerde Dale de term FOAF-tale, waarbij FOAF staat voor `friend of a friend' (omdat deze verhalen doorgaans worden gepresenteerd alsof ze een vriend van een vriend zijn overkomen). Voegde de `marginale' schrijfster Portnoy broodje-aap aan het Nederlands toe, Dale deed dat met FOAF-tale, en ook dat is een bijzondere prestatie.

    • Ewoud Sanders