Zo gemakkelijk, zo geestdodend

Op verzoek van NRC Handelsblad storten schrijvers zich op de eindexamens. Abdelkader Benali ergert zich aan het examen Nederlands (havo).

Daar gaan we weer. Elf jaar geleden ging het over de bio-industrie en een stuk uit de Intermediair waarvan ik me alleen de openingszin nog vaag herinner: ,,De samenleving heeft de afgelopen jaren een sterke groei van roofmoorden gezien.'' Deze keer zijn de onderwerpen het gezin en het gevaar van minder privacy. De bronnen komen beide uit de Volkskrant, maar kunnen onmogelijk al eerder gelezen zijn door de leerlingen, hun datum van verschijnen was 2000 en 2001. De geëxamineerden zullen toen veertien, vijftien jaar oud zijn geweest en wie toen al geïnteresseerd was in dit soort onderwerpen zal dan niet op het havo hebben gezeten.

Krantenartikelen zijn niet geschreven om met een loep gelezen te worden, nog minder om als toetssteen te dienen voor deze generatie havisten. Toch gebeurt dit op een vrijdagochtend die met zon aangevangen is. Dat was ook zoiets, de eindexamendagen worden afgewikkeld in de mooiste maand die Nederland heeft, mei. Buiten fluiten de vogels, klinken de fietsbellen, dwarrelen de rokjes op, het doorgaans saaie leven heeft iets hormonaals en wij moesten onze hersens gebruiken.

Voor hen is niet april the cruellest month, maar de periode tussen hemelvaart en Pinksteren. Kan het niet omgedraaid worden, alsjeblieft? Laat de examens in donker december plaatsvinden, als niks van buiten de leerlingen kan afleiden. Men voelt zich een monnik en gedraagt zich er ook naar.

Examineren in mei is tegennatuurlijk, maar examens zijn tegennatuurlijk. Het gezin is ook een anomalie geworden in onze tijd, volgens Aleid Truijens. Het gezin staat onder spanning, kinderen worden minder makkelijk getolereerd door de samenleving, de vrouw draait toch weer op voor het huishouden en ziet zo haar emancipatie gefrustreerd. Moet te doen zijn dit stukje tekstverklaring.

Al na een vraag heb ik er geen zin meer in. De vragen zijn of te makkelijk of zo geestdodend, stellen zo weinig eisen aan het eigen creatieve vermogen, dat ik weer begrijp waarom ik doodop het examenlokaal uitkwam. De vragen concentreren zich op de feministische inslag van het artikel. Waardoor zijn vrouwen weinig tot niks opgeschoten. De hoofdgedachte van alinea 3 en 4 moet zijn dat zowel de positie van de moeder als van het kind er in vijftig jaar niet op verbeterd is. Wie zich geërgerd heeft aan de generaliserende inslag van het stuk, komt in vraag tien aan zijn trekken. Hier is sprake van een overhaaste generalisatie. De rest van de vragen is een invuloefening.

Tekst 2 over de staat die de privacy wil inperken omwille van de veiligheid, is nog steeds actueel. Na 11 september voorziet de schrijver allerlei ontwikkelingen die onze vrijheid zullen inperken. Hij stoort zich vooral aan de gemakzucht waarmee mensen die vrijheid willen inleveren. Er moet een goedlopende samenvatting worden gemaakt en dat lijkt me geen slecht idee want deze kritiek op de opkomende identificatieplicht valt af en toe in herhaling. Ik weet echter niet waar het goedlopende op slaat. Het lijkt me bijna paradoxaal om een in nog geen uur een samenvatting te moeten maken die ook nog te lezen is. Maar misschien haal ik nu oude koeien uit de sloot.

Net als het vorige artikel is de toon wat overspannen, misschien bewust om de aandacht van de lezer te trekken. Als in de goedlopende samenvatting die toon eruit is, is al heel wat gewonnen. Het examen is een oefening in ontnuchtering. Teksten zijn in de eerste plaats produkten van mensen en op die produkten valt behoorlijk wat af te dingen. Zoals hierboven bewezen. Wie het best en vlijtigst kan afdingen, die komt ver in het leven. Wie de zaken neemt zoals ze zijn en liever ruimte overhoudt voor dromen en vogelgezang, die blijft of zitten of moet zijn volwassenheid nog even uitstellen. Wie gisteren examen deed zal er zich niet aan storen, helemaal niet bij de gedachte dat er zometeen weer genoten kan worden van de zonnige buitenlucht.