Uitstel van keuze

In een tv-uitzending van Het Journaal afgelopen maandag uitte de directeur van een vmbo-school zijn bezwaren tegen het eindexamen voor leerlingen van dit schooltype. Vmbo, zo luidde zijn redenering, betekent voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs. Wij bereiden onze leerlingen voor op het mbo. Ons onderwijs is dus geen eindstation. Maak daarom een doorlopende leerweg door ze allemaal gewoon, zonder examen, door te laten stromen naar het mbo.

Ook de v in vwo betekent voorbereidend. Het vwo bereidt de leerlingen voor op het wetenschappelijk onderwijs. Toch zullen maar weinigen daarin aanleiding zien voor een doorlopende leerweg zonder tussentijds eindexamen. Nogal kort door de bocht dus, die schooldirecteur, maar dat neemt niet weg dat ik het wel met hem eens ben, want wat is het geval?

Examens zijn per definitie selectief. Zo'n eindexamen houdt dus in dat de zwakste vmbo-leerlingen uitvallen en omdat ze tegen die tijd niet langer leerplichtig zijn houdt dat in dat ze zonder diploma op straat komen te staan. Het mbo maakt deel uit van grote Regionale Onderwijs Centra, de ROC's, die gewend zijn te werken met leerlingen van allerlei leeftijden en van allerlei niveaus. Ze zijn sterk praktijkgericht met kennis van de regionale arbeidsmarkt. Zij hebben daarmee alles in huis om die kansarme leerlingen een opleidingstraject aan te bieden, waardoor ze niet langer als ongeschoolde kansloos zijn. Daarom zou het goed zijn om de praktijkopleidingen van het vmbo nauwer aan te laten sluiten bij de ROC's.

Daarnaast kent het vmbo een theoretische variant. Die zou ik, onder zijn oude, vertrouwde benaming van mavo, in ere willen herstellen als het schooltype voor leerlingen van wie nog niet duidelijk is waar ze het meest op hun plaats zijn en die in principe nog alle kanten opkunnen. Door meteen na de basisschool de leerlingen definitief op te delen in vmbo aan de ene en havo/vwo aan de andere kant, dwingen we veel jongeren in een ongewenste richting. Het moet allemaal snel, definitief, doelgericht en dat alles onder de zogenaamde tijd en kosten besparende modekreet van doorlopende leerweg, die uiteindelijk voor veel leerlingen niet door- maar doodloopt.

Tot de leerlingen van wie vaak pas laat duidelijk wordt wat zij in hun mars hebben, behoren de kinderen van immigranten. Zij komen op school met een forse taalachterstand en, ondanks alle inspanningen van remedial teaching en de extra aandacht in kleinere groepen, halen ze die nooit in. Ons huidige onderwijssysteem sluit deze leerlingen dus op voorhand uit van het havo/vwo-traject.

Vroeger was de mavo voor veel leerlingen een noodzakelijke brug naar havo/vwo. Omdat het laatbloeiers waren of omdat het lyceum sociaal gezien te hoog gegrepen leek. Die leerlingen zijn er nog steeds en met de komst van immigranten is hun aantal alleen maar toegenomen. In dit katern kunnen we herhaaldelijk lezen van politici die pleiten voor een langere brugperiode om de selectie uit te stellen, maar deze vrome politieke wens is niet realistisch. Als je als ouder een kind hebt dat graag en goed leert, dan stuur je dat uiteraard naar een school die aan die behoeften tegemoet komt. Dat offer je niet op aan een politiek-ideologisch geloofsartikel. Hetzelfde geldt voor leerlingen die het leren meer dan beu zijn en die, voor zo ver ze al iets willen, dat met hun handen willen doen. Ook voor die leerlingen is uitstel van keuze niet in hun belang.

En daarnaast zijn er dus ook leerlingen voor wie uitstel van keuze om allerlei redenen wel wenselijk is.

Prick@nrc.nl