Tot op het bot

Radiologen verdedigden afgelopen week voor het medisch tuchtcollege hun bijdrage aan het onderzoek naar de leeftijd van asielzoekers.

MOGEN ARTSEN meewerken aan een niet-medisch onderzoek ten behoeve van het ministerie van Justitie? En zo ja, aan welke eisen moet zo'n onderzoek voldoen? Die vragen kreeg het medisch tuchtcollege in Amsterdam dinsdag voorgelegd in een zaak tegen `radioloog 18' en `radioloog 30' die röntgenfoto's hebben beoordeeld ten behoeve van leeftijdsonderzoek van jonge asielzoekers.

Op basis van dit onderzoek bepaalt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) sinds 1999 of jonge asielzoekers die zeggen minderjarig te zijn, dat ook werkelijk zijn. Omdat de regels voor minderjarigen soepeler zijn, hebben zij een grotere kans in Nederland te mogen blijven. Volgens drie Angolese asielzoeksters die formeel de klacht tegen de radiologen hebben ingediend, hadden de artsen hun onderzoek niet anoniem mogen verrichten en de gegevens niet ter beschikking mogen stellen van derden.

Het werkt als volgt. Als de IND de leeftijd van een asielzoeker betwijfelt, biedt de dienst hem een leeftijdsonderzoek aan. Werkt hij hieraan mee, dan worden in het Regionaal Diagnostisch Centrum in Eindhoven röntgenfoto's gemaakt van de sleutelbeenderen van de asielzoeker en van het handpolsgewricht.Deze worden per computer naar een ziekenhuis in Amersfoort gestuurd, waar twee radiologen ze bekijken, onafhankelijk van elkaar. Zij beoordelen of de gewrichten op de foto zijn `uitgerijpt' of niet en vinken dit af op een standaardformulier. Uit veiligheidsoverwegingen ondertekenen ze niet met hun naam, maar met een nummer.

uitgerijpt

Het formulier gaat vervolgens naar een fysisch antropoloog die uit de observatie van de radiologen een conclusie trekt over de leeftijd. Dit gebeurt op een door hemzelf ontwikkelde manier, die vorig jaar door de Raad van State is aangemerkt als bruikbaar en betrouwbaar. Is het sleutelbeen uitgerijpt, dan is de asielzoeker volgens de antropoloog twintig jaar of ouder. Zo niet, dan is hij jonger dan twintig. Zijn conclusie geeft de antropoloog door aan de IND.

Volgens voorzitter F. Barneveld Binkhuysen van de Nederlandse Vereniging voor Radiologie verzocht toenmalig staatssecretaris Cohen van Justitie hem persoonlijk mee te werken aan de procedure. Hij was toen nog radioloog van het Eemlandziekenhuis in Amersfoort. De betreffende maatschap van in totaal elf radiologen besprak het verzoek uitvoerig. ``Er waren collega's die er heel sceptisch tegenover stonden'', aldus radioloog L. Quekel tot het tuchtcollege. Maar uiteindelijk had niemand volgens hem bedenkingen. ``Voor je aan zoiets begint spit je de literatuur door. Alle elf vonden we dat de methode deugt.'' Toen er vorig jaar toch ``discussie in de beroepsgroep'' ontstond, staakten de elf hun medewerking. De röntgenfoto's worden nu beoordeeld in België.

De discussie in de beroepsgroep, aangezwengeld door de Maastrichtse kinderradioloog Robben, werd voortgezet voor het tuchtcollege. Per powerpoint betoogde Robben onder meer dat het leeftijdsonderzoek niet evidence based is en per definitie subjectief, omdat een `gouden standaard' voor de beoordeling van de sleutelbeenderen ontbreekt. Er bestaat geen atlas waarin is vastgelegd hoe het menselijk sleutelbeen er in de verschillende groeistadia uitziet en welke kalenderleeftijd bij welke skeletleeftijd hoort. Daarom is iemand met deze methode volgens Robben nooit met zekerheid meerderjarig te verklaren. De Amersfoortse maatschap had volgens hem geen medewerking horen te verlenen aan het onderzoek.

De Utrechtse hoogleraar radiologie W. Mali, die optrad als deskundige aan de kant van de radiologen, erkende het ontbreken van een gouden standaard, maar vond dat de radiologen toch zorgvuldig hadden gehandeld. ``Wij werken bijna altijd op deze manier. Het is een soort expert opinion. Niet evidence based, maar dat geldt maar voor vijf tot tien procent van de geneeskunde. Ik vind dat de radiologengroep het netjes gedaan heeft. Ze hebben met twee observers gekeken. En er is een mogelijkheid om tegen hun oordeel in beroep te gaan.'' (Asielzoekers kunnen een second opinion aanvragen als ze de uitslag betwisten.)

``Maar'', zegt voorzitter Bentinck van het tuchtcollege. ``Er is wel een verschil met medisch onderzoek. Het gaat om onderzoek om een bewering in een administratieve procedure te staven.''

Mali: ``De vraag is hoe betrouwbaar een medische test moet zijn in een juridische setting. Ook DNA-onderzoek was in het begin onbetrouwbaar, terwijl mensen dan toch hingen of niet.''

Bentinck: ``U zegt: Je kunt er toch wel iets van zeggen.''

Mali: ``Je kunt er iets van zeggen. Maar of het betrouwbaar is... daar heb je meer onderzoek voor nodig.''

Quekel staat nog steeds achter zijn handelen. ``Er is in de hele literatuur niets te vinden dat deze methode afschiet. Je neemt een besluit vanuit je eigen professie. Komt er discussie, dan trek je aan de rem.''

Volgens Barneveld Binkhuysen is het heel gebruikelijk dat niet-medici op niet-medische indicatie een radiologisch onderzoek aanvragen, bijvoorbeeld verzekeraars of een emigrant in spe die moet kunnen aantonen dat hij geen tb heeft. De juridische commissie van de Nederlandse Vereniging voor Radiologie stelt standaard twee voorwaarden aan medewerking: de cliënt moet toestemming hebben gegeven voor het onderzoek en het stralingsrisico moet opwegen tegen het belang van de röntgenfoto voor de cliënt. Volgens Barneveld Binkhuysen was in dit geval aan de voorwaarden voldaan.

cliënt

Maar van de toestemming van de cliënt is de tegenpartij niet overtuigd. Volgens vreemdelingenadvocaat B. Toemen hebben de radiologen de Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO) overtreden door niet van geval tot geval na te gaan of sprake was van informed consent. Justitie spreekt in dit geval overigens van een informed request: Formeel verzoekt de asielzoeker het leeftijdsonderzoek te mogen ondergaan. Quekel bevestigt dat de radiologen niet elk informed request te zien kregen. ``We hebben ons daar niet in zoverre in verdiept dat we dat bij iedereen gingen controleren. Dat vonden we een zaak voor de IND.''

Volgens de radiologen is het maar de vraag of de WGBO helemaal van toepassing is op deze situatie. Er is immers geen arts-patiëntrelatie tussen de radiologen en de asielzoeker, zette hun advocaat uiteen. Maar wat doe je dan, vroeg huisarts Vogelenzang van het tuchtcollege zich af, als je op een van de röntgenfoto's een bottumor ziet?

Quekel: ``Dat is één keer voorgekomen. Je kijkt als getuige-deskundige, niet als medisch behandelaar, maar dan heb je de morele plicht, als mens, om daar een opmerking over te maken.''

Vogelenzang: ``Op het moment dat u die tumor ziet, en u maakt er gewag van bij de opdrachtgever, vindt u dan dat u een arts-patiëntrelatie heeft?''

Radioloog J. Vette beantwoordt deze vraag. ``Er is geen arts-patiëntrelatie voor de beoordeling van de sleutelbeenderen. Wél voor een afwijking. Dan neem je je verantwoordelijkheid.''

Uitspraak over enkele maanden.

    • Joke Mat