Tijdens een debat in Lelystad blijkt dat de Partij voor de Dieren kans maakt bij de Europese verkiezingen

Het dier is niet gelijk aan de mens, net zomin als de prooi gelijk is aan de panter, vindt Maarten Huygen.

Tot mijn teleurstelling is ze de tweede afspraak in Lelystad niet nagekomen. Haar dochter had waterpokken en haar man moest die avond werken. Jammer, ik zou haar dus niet meer zien na de presentatie van haar nieuwe boek in het Haagse Nieuwspoort onder een kleine kring bewonderaars, fotografen en zwijgende journalisten. Nu moesten we ons bij het debat over het Europese dierenwelzijn bij de afdeling Animal Sciences behelpen met haar grote glimlachende portret op het verkiezingsaffiche van de Partij voor de Dieren. Haar gezicht heeft een grotere aantrekkingskracht op de mens dan de goeiige-doelenkop van de pandabeer. In de rij affiches aan de muur overtreft de grootte van haar portret nog het beeldschone schlagerzangergezicht van Camiel Eurlings van het CDA. Voor de Partij voor de Dieren is die avond Bernd Timmerman afgevaardigd, de vice-voorzitter. Hij debatteert uitstekend, maar hij vergelijkt zich met een hangbuikzwijntje.

Mijn heldin wordt op haar lijst voortgestuwd door mannen als Harry Mulisch, Maarten 't Hart, Paul Cliteur. Mannen met grote dilemma's. Cliteur voelde zich door de autoriteiten geroepen om zich een pleister op de mond plakken. Ik heb gelezen hoe 't Hart door een persoonlijk gewetensconflict over identiteitsbewijzen werd weerhouden van een plaats op de dierenlijst.

Op een andere foto zag ik Harry Mulisch, vleeseter tegen wil en dank, elegant in een dossier bladeren. Hij had geen gewetensproblemen, maar hij was gewoon te laat met zijn aanmelding om de ereplaats van 't Hart achter Thieme in te nemen. Dat de Raad van State zijn verzoek afwees, deed er niet toe. Al het partijnieuws werd in parfumwolken over het land verspreid.

En zo bereikte de Partij voor de Dieren ook de kinderen die van hun ouders eisen dat ze daarop gaan stemmen. ,,Zijn jullie dan tegen de dieren?'', vragen zij als het antwoord niet bevalt.

Nee, dat ook weer niet.

Aangespoord door hun kinderen gaan ook genuanceerde volwassenen Voor de Dieren stemmen. Welke partij moet je anders kiezen voor Europa? Weliswaar zijn er veel andere onderwerpen waarover de Partij voor de Dieren moet stemmen, zoals privatisering, transport, concurrentie, geur- en smaakstoffen, maar daar begrijpen de meeste mensen toch niets van. Landbouw is een kerntaak van Europa en dan gaat het ook over dieren. Bij een lage opkomst bij de verkeizingen is de gemotiveerde achterban van dierenliefhebbers in het voordeel.

Op de omslag van De eeuw van het dier prijkt datzelfde mooie portret van Thieme en naast haar levensverhaal zijn essays opgenomen van schrijvers als Mensje van Keulen, Charlotte Mutsaers, Rudy Kousbroek.

Van radicale acties is de dierenrechtenbeweging overgestapt op een publiekscampagne. Veteranen van de radicale vleugel zetten hun beste beentje voor om de schade van de moord op Fortuyn door een doorgeslagen dierenactivist te compenseren. Kom op, wie is er tegen dieren? De thermiek komt van de groeiende dierenliefde van de vleesetende stadsbewoner tegenover de excessen van de bio-industrie (MKZ, varkens- en vogelpest, koeien terug op stal).

Tijdens het debat over dierenwelzijn in Lelystad blijkt hoe groot de obstakels zijn tegen een beter bestaan van varkens en kippen. Bijna alle partijen zijn welwillend, maar er zijn zoveel instituten en landen die erover gaan, van de nationale regeringen tot de Europese Commissie en de Wereldhandelsorganisatie toe. Zodra de dieren in Europa een goed bestaan hebben, kan de Wereldhandelsorganisatie ons misschien dwingen goedkopere kippen uit Thailand te importeren en dan is alles voor niets geweest.

Bij een dergelijke stagnatie kan de Partij voor de Dieren alleen maar winnen. Als ze geen Europese zetel halen – en daar hebben ze zes keer zoveel stemmen voor nodig als voor de Tweede Kamer – dan hebben ze in ieder geval gratis publiciteit. Zes maal drie minuten spotjes in gratis tv-tijd en totaal dertig minuten gratis radiotijd, zei Thieme triomfantelijk bij de presentatie van haar boek. Voor die gratis reclame hoef je alleen maar dertig handtekeningen over heel Nederland te verzamelen. Ze naderen volgens opinie-onderzoeker De Hond al één zetel in het Europees Parlement, veel meer steun dus dan ze voor de Tweede Kamer kregen. Er is volgens Thieme een groot verschil met Femke Halsema van Groenlinks: ,,Zij is geen vegetariër. Ik wel.''

Halsema heeft ook niet zulke voorvaderen. Thiemes egodocument is mede opgedragen aan haar betovergrootvader, C.A. Thieme. Als hoofdredacteur van de liberale Arnhemse Courant streed deze illustere man zij aan zij met staatsman Thorbecke voor de rechten van de kiezers. Twee eeuwen later zijn de rechten van de dieren aan de beurt.

Betachterkleindochter Thieme werkt voor Bont voor Dieren dat een radicaal verleden heeft, maar nu volgt ze het bovengrondse voorbeeld van andere nette, vrouwelijke dertigers die hun sociale netwerk-talent inzetten voor goede doelen. Willemijn Verloop van War Child, Rebecca Gomperts van Women on Waves, Mabel Wisse Smit van het Open Society Institute en Thieme ontketenen een neo-Victoriaanse revolutie. In haar boek neemt Thieme afstand van de radicalen en vertelt zij hoe zij als onschuldig kind op de manege de dieren leerde liefhebben. Later bij de Rotterdamse vrouwenstudentenvereniging protesteerde ze tegen de mishandeling van goudvissen tijdens een galadiner.

Toch geloof ik niet in het begrip dierenrechten. Die moeten door menselijke zaakwaarnemers worden uitgeoefend. De mens kan wel bij de rechter in beroep gaan, het dier niet. Dat is het verschil met de emancipatie van slaven in de negentiende eeuw en vrouwen in de twintigste. Vrouwen en slaven zijn nooit gegeten.

Wij mensen hebben de plicht voor het welzijn van de dieren te zorgen, maar daar staan geen rechten van dieren tegenover. Het dier is niet gelijk aan de mens, net zomin als de prooi gelijk is aan de panter. Veel liberalen verliezen de hiërarchie van levende wezens (mens, dier, plant) uit het oog, nu ze niet in God geloven. Zo liet liberaal Paul Cliteur zich ooit in Vrij Nederland ontvallen dat er omstandigheden denkbaar waren waarin dierenlevens een mensenleven waard waren. Volkert van der G. heeft deze met voorbehoud uitgesproken gedachte ruim geïnterpreteerd. De eeuw van het dier zal er nooit komen, wel misschien de eeuw van Thieme of anderen die zich opwerpen als vertegenwoordigers van de dieren.