Supermarkt

Nu Wiegertje Postma (17) niet meer bijverdient als caissière, zoekt ze een vakantiebaantje. De jongerencolumn van Spunk.

Met een licht euforisch gevoel loop ik de plaatselijke supermarkt uit. Onder mijn arm een bosje bloemen en een paar cadeautjes geklemd die ik meekreeg. Ze gaven me drie zoenen, zullen me erg missen en hopen dat ik snel weer terugkom. Ik lieg hetzelfde terug. Zingend stop ik de bloemen onder mijn snelbinder en bestijg mijn fiets. Mijn laatste werkdag is tot een goed einde gebracht. Mijn dagen als caissière zijn voorbij. Geen zegeltjes, voordeelweken of prijzenoorlog meer. Maar bovenal ben ik blij dat ik ze nooit meer hoef te zien. De hitsige hangjongeren, de jengelende kinderen met hun moeders, die het duivelsgebroed niets durven te ontzeggen. Ik zal ze niet missen. Alleen het eenzame kattenvrouwtje, misschien.

Soms hou ik helemaal niet van mensen. In elk geval niet als het mijn betaalde taak is om iedereen innemend te woord te staan. Hoewel innemend glimlachen één van mijn sterkere kanten is, gaat het niet vanzelf. De instructies waren nog wel zo helder: ,,Zorg ervoor dat ook chagrijnige mensen de winkel blij verlaten.'' Een mooie taak. Nobel, bijna. En in het begin ging het me ook prima af. Iedereen kreeg een stralende glimlach en met een beetje geluk kreeg ik er zowaar een terug.

Maar dat enthousiasme taande al snel. Chagrijnige mensen zijn niet meer te redden, is één van de lessen die het leven mij inmiddels geleerd heeft. Mijn beminnelijkheid sneuvelde jammerlijk met een mevrouw die mij luiheid verweet, toen haar diepvriespizza niet goed over de scanner ging. Toen de pinautomaat ook nog iets te lang bleef ratelen, eiste ze met een kordate stampvoet uitleg van de manager.

En dan het eeuwige geklaag. De ervaring leert dat alle klachten onder te verdelen zijn in vier categorieën. De klassiekers: het weer, het niet kunnen wennen aan de euro, de te hoge prijzen en als er echt niets te klagen valt, de NS. De glimlach was niet van mijn gezicht te branden. Het went ook wel, ergens.

Maar ook ik ken mijn grenzen. Wat echt het einde van mijn kassa-carrière inluidde, was de onmiskenbare Rotterdammer in paars-geel trainingspak die mij luidkeels in plat Rotterdams complimenteerde: ,,Dat vin ik nou zo leuk hè, hiero, dat plaatselijk accent!''

Nee, ik zal ze niet missen. Maar toch. Als de zomervakantie zich straks aandient, zal ik echt iets moeten ondernemen om een ferme financiële basis te leggen voor het nieuwe jaar. Maar wat kan ik nog doen? Hoewel ik respect heb voor degene die het aankunnen, valt `iets met mensen' voor mij in elk geval af. En ik ben ook al geen dierenvriend. Blijft er nog iets over, de aardbeien- of tomatenpluk buiten beschouwing gelaten? Ik sta open voor elke suggestie.

Meer: www.spunk.nl