Sluiter krijgt gratis tennisles op Roland Garros

Wat wil een proftennisser te allen tijde voorkomen? Raemon Sluiter wist gisteravond het antwoord: ,,Een fiets met een reservewiel aan je broek krijgen.'' Waarmee de vlotgebekte Rotterdammer maar wilde zeggen dat er in zijn vak geen grotere vernedering bestaat dan met drie keer 6-0 van de baan te worden geveegd.

Dat is de nachtmerrie van iedere zichzelf respecterende professional. Het overkwam Thierry Champion elf jaar geleden op Roland Garros. Zijn beul was destijds de latere winnaar Sergi Bruguera, die tot afgrijzen van de Franse toeschouwers geen spaan heel liet van hun ontredderde landgenoot. De naam van Champion schoot gisteravond niet voor niets door het hoofd van Sluiter, toen hij in zijn derde-rondepartij op Roland Garros tegenover grootmeester Carlos Moyá stond.

Hetzelfde doemscenario leek hem immers te treffen, nadat de Nederlandse nummer drie in de rangorde al na 26 minuten, nog voor hij het goed en wel besefte, de eerste set had moeten inleveren: 0-6. Sluiter (26) stond erbij en keek ernaar. In plaats van gas terug te nemen, raasde Moyá door naar 0-3, en leek een tragisch dieptepunt uit de loopbaan van de nummer 82 van de wereld in de maak. ,,Ik moest opeens denken aan Thierry Champion. Dat nóóit, dacht ik. Mijn naam moest en zou op het scorebord.''

Dat gebeurde dan ook, in de vierde game van de tweede set nadat Sluiter al zes aces om zijn oren had gekregen en door de Spanjaard van het kastje naar de muur was gestuurd. Zo opgelucht over zijn eerste game was Sluiter dat hij, tot hilariteit van de naar schatting elfduizend toeschouwers in het Philippe Chatrier-stadion, een potsierlijke pirouette maakte op het centre court. Grijnzend: ,,Ik wilde zien of er nog mensen zaten te kijken.''

Dat bleek het geval. Maar de toeschouwers hadden vooral medelijden met de hulpeloze tennisser, die op de openingsdag nog als een kind zo blij was na zijn allereerste overwinning bij de Open Franse kampioenschappen. Drie keer op rij was hij in de eerste omloop gestruikeld, ditmaal had hij het gravel-mysterie weten te ontrafelen. Woensdag volgde zowaar een tweede en eveneens zwaarbevochten zege, ten koste van de oerdegelijke Dominik Hrbaty, waarna hij gisteren op audiëntie mocht bij de dit seizoen ongekroonde koning van het gemalen baksteen.

Zesentwintig overwinningen tegenover slechts vijf nederlagen prijkten tot gisteren op Moyá's `gravel-erelijstje', voordat hij met ogenschijnlijk speels gemak Sluiter de oren waste. Het slachtoffer van Roland Garros' voornaamste titelkandidaat wist de schade uiteindelijk nog beperkt te houden in de wedstrijd, die 1 uur en 31 minuten in beslag nam maar nooit een wedstrijd wilde worden: 0-6, 3-6 en 4-6. Maar dat was slechts een heel schrale troost, besefte Sluiter.

Hij had naderhand graag een vrolijker verhaal afgestoken, maar de realist in hem kon niet om de waarheid heen. ,,Ik heb vandaag een verschrikkelijk tennislesje gehad.'' Hij was domweg van de baan geblazen ,,door een speler die gewoon twee, drie klassen beter is dan ik''. Sluiter vertelde het op een toon alsof hij zojuist een brood bij de bakker op de hoek had gekocht. Het klonk allemaal ,,heel makkelijk misschien'', maar reken maar dat hij 's avonds op zijn hotelkamer ,,nog wel even terug zal denken aan dit flinke pak slaag''.

Maar het `Thierry Champion'-syndroom had hij weten te verijdelen, en dat was al een prestatie op zich. Toch bekroop hem hetzelfde nederige gevoel als vorig jaar, nadat hij in het Davis-Cupduel met Zwitserland was `afgeschminkt' door de bij vlagen fenomenale Roger Federer. ,,Maar na twee overwinningen hier hoop je toch dat je het ook die goeie gasten moeilijk kan maken. Die hoop verdween vandaag als sneeuw voor de zon. Als ik ooit gekke dingen wil doen, dan zal dat toch in een New York, een Wimbledon of een Australië moeten gebeuren, en niet hier.''

Maar weinig topsporters die hun beperkingen zo goed kennen (en durven te benoemen) als Raemon Sluiter. Hij is `een werker', iemand die niets cadeau krijgt. Voor bijna elk punt moet hij tot `op de bodem', zeker op het onvoorspelbare gravel. Zijn speltype leent zich nu eenmaal beter voor de snellere baansoorten: gras en hardcourt. Die staan immers borg voor een (veel) minder hoge stuit van de bal, waardoor zijn tegenstanders meer moeite moeten doen om hem te verrassen én hij bovendien meer tijd heeft om zijn handicap (dubbelhandige slag) te camoufleren. Op gravel wordt hij meer dan eens geconfronteerd met zijn technische beperkingen, en moet hij het naar eigen zeggen hebben van ,,incidenten''.

Met zijn passie en discipline compenseert hij veel. Maar bij gebrek aan een wapen zoals de machtige opslag van zijn vriend en collega Martin Verkerk is hij wel gedwongen om zijn tactische strijdplan (deels) af te stemmen op het speltype van zijn tegenstander. Tegen Hrbaty klopte zijn plan van aanpak, stelde Sluiter naderhand tevreden vast. Gisteren kreeg hij domweg de kans niet om een tactisch weerwoord te formuleren.

Maandag, na zijn zege op qualifier Ricardo Mello uit Brazilië, had Sluiter zich omstandig afgevraagd of zijn plafond zo langzamerhand niet in zicht was. Begin vorig jaar maakte hij heel even deel uit van de topvijftig. Maar de grote en gedroomde doorbraak à la Verkerk is uitgebleven. De laatste maanden bivakkeert hij rond de zeventigste, tachtigste plaats op de wereldranglijst.

Dat is niet slecht, maar zijn ambities reiken verder. Vallen en opstaan hoort daar niet bij. Sluiter verloor ruim een week geleden in Sankt Pölten zelfs zijn hoofd, en smeet met rackets en krachttermen. Daar wordt geen mens vrolijker van, zelfs niet de van nature opgewekte prof uit Rotjeknor. ,,Misschien moet ik wel erkennen dat d'r gewoon niet meer in zit.''

Berusting dus in plaats van onbegrensd denken, al volgde gisteren de nuancering. Een `tennistoerist' met slechts oog voor zijn bankrekening zal hij nooit worden. ,,Ik heb nog steeds het gevoel dat ik progressie kan maken. Al is dat niet op gravel. Daar zal ik door mijn handicap nooit een wereldtopper worden.''